terug naar inhoud.   


        

 

Jardine papegaai.


kongopapegaai.

   Poicephalus gulielmi gulielmi

Classificatie: Orde Psittaciformes, familie Psittacidae.

Geslacht: Poicephalus

Ondersoort:
 1 Poicephalus gulielmi gulielmi      -Kongopapegaai /Jardine papegaai
2 Poicephalus gulielmi fantiensis  -Neumans  Kongopapegaai /Jardine papegaai       
3 Poicephalus gulielmi massaicus  -Masai  Kongopapegaai /Jardine papegaai
 

4. Poicephalus gulielmi permistus  -Kenia  Kongopapegaai /Jardine papegaai
 
Note: de ondersoort die door Neumann word beschreven als P.g.permistus verschilt zo weinig van de beschreven soorten om classificatie als ondersoort te rechtvaardigen. Komt voor op de hooglanden van Kenia, Elgon, Mau, en waarschijnlijk Mt. Kenia.

5. Poicephalus gulielmi aubryanus: wordt vandaag de dag niet meer vermeld. zou voorkomen in; Zuid-Kameroen, Rio Muni, en Gabon zo wordt vermeld.
 

 

 

1. Poicephalus gulielmi gulielmi (Jardine 1849)

Nederlandse naam: Kongo papegaai /Jardine papegaai.

Beschrijving:
Rood aan vleugelbocht, dijen en een rode
kroon op hun voorhoofd. Sommige vogels hebben een
hele rode kop en bij andere is het rood volledig afwezig.     
Buiktint, groen uitlopend naar geelgroen onder de staart.

Beide
kanten van de kop zijn bij de meeste vogels zwart
getint; vleugelveren bruinzwart met op sommige veren
groene zomen; bruinzwarte staart;  zwarte ondersnavel, bovensnavel zwart en hoornkleurig aan de basis;
lichtgrijze oogring; iris roodbruin; poten donker grijs.

Lengte:
28 cm .

Verspreidingsgebied:
Het zuidelijke oosten van Kameroen en  Centraalafrikaanse Republiek tot aan het oosten van noordelijk Angola en
noordelijk Kenia,
Kongo, noordelijke Belgisch Kongo  en
Noord-Angola.

 

 

top

 

=============================================================================================

 

    2 Poicephalus gulielmi fantiensis (Neumann 1908)

         Nederlandse naam:
 Neumans  Kongo papegaai /Jardine papegaai

                       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Beschrijving: zoals bij gulielmi, maar over het algemeen blekere gevederte. Voorhoofd: de kroon is sinaasappeloranje, bij sommige vogels volledig afwezig , kromming van vleugel en dijen zijn oranje. Bevedering op vleugels en rug is groen omzoomd; bruine iris. Bovensnavel hoornkleurig met zwarte punt. Ondersnavel zwart. Deze ondersoort is iets kleiner dan de hier boven beschreven soort.

Lengte: 26 cm.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Poicephalus gulielmi fantiensis      

 

Verspreidingsgebied: Liberia, Guinea,  Ghana(Goudkust).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


                      P.g.fantiensis pop beschermt haar jonge onder haar vleugel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

top
===========================================================================================

 

3.Poicephalus gulielmi massaicus  (Fischer und Reichenow 1884)

Nederlandse naam:   Masai  Kongo papegaai /Jardine papegaai


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

koppel  Poicephalus gulielmi massaicus

Beschrijving: als gulielmi, het groen is iets lichter van kleur op buik en borst;   de wangen zijn groener dan bij de nominaatvorm; vleugelbevedering is bruinzwart maar is veel meer groen gezoomd dan bij de gulielmi; smallere oranjerode band op voorhoofd. Weinig tot geen rood op de vleugels . Bovensnavel is bijna geheel hoornkleurig met een zwarte punt. Ondersnavel zwart. 

Lengte: 28 cm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verspreidingsgebied: Hooglanden van noordelijk Tanzania en  Mt. Kenia.
Beboste heuvels in Meru en kilimanjaro.

top

=============================================================================================

 

Habitat:Podocarpus bos en open bos op 3.500 m hoogte; leven in vochtige bergbossen en  bezoeken secundaire vegetatie en de hoge schaduwbomen in koffieplantage's.


De ecologische waarde, Rijpe vruchten van de Podocarpus worden gegeten door vleermuizen, zwijnen, fruitetend vogels ( Kaapse en Jardine papegaaien, Knysna en Ross Toeraco, Bosduiven, kwartels). De grote, dichte kroon is vaak een slaapplaats en een broedplaats voor diverse vogels.

Gewoonten in de natuur:Leven in paren en kleine groepen tot 10 vogels buiten het kweekseizoen; grotere groepen wanneer overvloedig voedsel aanwezig is; zo worden ze  regelmatig waargenomen als ze af en aan vliegen van slaapplaats naar voedselplaats; ze zijn lawaaierig en opvallend tijdens hun vlucht, maar muisstil wanneer ze eten; ze zijn over het algemeen schuw en voorzichtig. Verlaten meestal de slaapbomen vóór dageraad. Op de retourvlucht verzamelen de vogels zich in grote groepen van soms 60 vogels om zo in een snelle vlucht terug te vliegen.

Natuurlijk dieet:
zaden, noten, bessen, olijven, oliepalm (palmnoot) , podocarpus en cedrus, bloemen en insecten.

 

Het kweekgedrag in de vrije natuur:  

Het kweekseizoen in Kenia is vanaf Juni en September tot November; in Tanzania vanaf November tot Maart; de broedplaats is op meer dan 2.500 m hoogte; nesten zitten in hoge bomen; gemiddeld 9 m boven grond; in oude baardvogelnesten; holten tussen 0,6 m en 2,4 m diep; legsel 2 tot 4 eieren; de jonge blijven bij hun ouders tot na het kweekseizoen; het ei meet 34,3 x 28,5 mm .

Het gebied rond  Elgon (Kenia/Uganda) is één van de mooiste gebieden van Afrika, met talrijke watervallen en tropisch regenwoud .

Avicultuur:Rustige papegaai; actief; pas ingevoerde vogels zijn vatbaar in de eerste weken en meestal schuw maar worden langzaam vertrouwd; sterk en taai wanneer ze goed zijn geacclimatiseerd; zeer speels, dienen daarom ook bezig gehouden te worden, bv met verse takken; gaan makkelijk over tot plukken als ze te klein gehouden worden.  

Voor zover bekend staat de eerste kweek in gevangenschap op naam van ,J. en P. Stoodley in Engeland (1978). Nadien volgden meerdere succesvolle kweken in Duitsland, Tsjechië en Slowakije. Ook in het vogelpark ‘Walsrode’ en het ‘Loroparque’ op Tenerife worden jaarlijks jongen gekweekt. Het loopt echter niet altijd van een leien dakje. Vooral bij paren die voor de eerste maal broeden moet soms ingegrepen worden. Handopfok, of bijvoederen moeten dan worden toegepast om de kweek tot een goed einde te brengen. Het legsel, dat meestal bestaat uit twee tot vier eieren, wordt 28 dagen bebroed. De eerste dons is wit. Een pas uitgekomen Jardine jong weegt +/-11 gr. Na 14 dagen openen de jongen de ogen. Rond deze tijd kan er geringd worden met 8 mm ringen.

 
Kweekkoppel Poicephalus gulielmi gulielmi  met jongen.

Na vier weken verschijnen de eerste groene pennen op kop, rug en vleugels. Het komt vaak voor dat de ouders de jongen plukken op de rug en de vleugels. Wanneer de jongen na tien tot twaalf weken het broedblok verlaten, groeit het verenkleed terug bij. Bij het verlaten van het nest zijn ze volledig groen, al het rood ontbreekt nog. Na het uitvliegen worden de jongen nog vier á vijf weken door de ouders bij gevoederd. Hierna zijn ze zelfstandig maar als de ouders het toelaten hoeven de jongen nog niet van hun ouders gescheiden te worden. Tenslotte leren ze het meeste van de ouders. In kleinere ruimtes zullen de jonge eerder weggehaald moeten worden. Je ziet dit vanzelf omdat de ouders gaan jagen achter de jonge.

Dieet: Het is belangrijk dat u deze vogels niet te vet voert. Het zijn dan wel papegaaien maar niet iedere papegaai is nu eenmaal het zelfde. Geef een mengsel wat niet te vet is. Probeer zelf een mengsel te maken met als basis bv colliezaad of grote parkietenzaad, vermengd met tortelduivenzaad, vul dit aan met allerlei andere zaden (bv. maïs,onkruidzaad) . Ook kun je er een gedeelte pellets door mengen welke ze graag eten, éénderde van dit totale mengsel mag papegaaienzaad zijn. Neem ook eens een kijkje op mijn site onder voeding  daar staan nog meer voedingstips over voedsel welke goed zijn voor onze vogels, onder anderen over groente en fruit en noten en hun natuurlijke vitamine. Ook kleine kiezel, grit en calcium en eivoer mogen niet ontbreken. Verstrek regelmatige verse takken, ook genieten ze van rottend hout en rotte wortelstammen, stukken rottend hout kunt u het beste even in een zak doen en een paar minuten in de magnetron leggen zodat er geen schimmels en bacteriën meer opzitten.


                    
======================================================================================

 


schedel:
61mm


Kweek:  -Eieren        : 3 á 4 per legsel,
het ei meet 34,3 x 28,5 mm .
         -Broedperiode : 28 dagen.
                              
         -Nestperiode  : +/- 11 tot 12 weken
.  
                Ze zijn gevoelig voor nestcontrole waardoor de jongen soms worden geplukt.
               Deze veren komen meestal na het uitvliegen weer netjes terug.

 

Ringmaat: 8.0 mm. voor de P.g.fantiensis.    en   9.0 mm. voor  P.g. gulielmi  en de P.g.massaicus


P.g. gulielmi  met jonge


Nestkast: -maten: 60 x25x25cm
                  -Invlieggat : Ø  8cm
                   -Nest met opening van het licht afhangen.

 

INTERNATIONALE HANDEL
Bruto uitvoer van levende Poicephalus gulielmi

Exporteur. 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000  2001 2002
Congo.Dem.Rep.of 300 278 810 1846 2365 1501 1572 1778 1450 766 0
Cot d'ivoire 584 0 0 0 0 0 0   0 21 335
Cameroen 2 226 500 0 300 562 200 35 468 161 100
Guinea 250 2625 150 0 0 0 0 0 300 481 440
Liberia 0 0 0 0 0 0 0 100 100 220 280
Senegal 0 0 0 0 50 0 0 0 0 0 0
Togo 762 124 52 27 3 0 62 50 20 50 3
Tanzania 589 1168 826 600 20 0 40 0 34 0 40
Uganda 0 0 0 0 0 0 0 0 0 400 0

De uitvoer Quota's van Poicephalus gulielmi over de jaren 1997 - 2002 zoals voorgelegd aan het CITES Secretariaat.

Exporteur Term 1997 1998 1999 2000 2001 2002
Congo. Dem.Rep of           1000  
Mozambique Live         100 100
Mozambique ranched/EK 100 100 100 100    
Tanzania.United Rep. of See notif 1998/25   250        
Tanzania.United Rep. of See Notif 1999/20     0 0    
Tanzania.United Rep. of See Notif.898 0          

COMMENT
Trade seems to be quite high and from countries with no quotas. Given the varying reports of population status from rare to common it is recommended this be examined further.

Voor meer informatie zie; CITES Animals Committee, CITES Secretariat. Januari 2004.

http--www.unep-wcmc.org-species-sca-pdfs-E20-08-5-AB.pdf

 

 

top