terug naar inhoud.     

 





roodbuik papegaai.

            Classificatie: Orde Psittaciformes, familie Psittacidae.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Geslacht:    poicephalus


Ondersoort:
        1  Poicephalus rufiventris rufiventris (RŁppell 1845)

                             2  Poicephalus rufiventris pallidus (Someren 1922)

               


Verspreidingsgebied:

1 Poicephalus rufiventris rufiventris ;zuidwest EthiopiŽ,  SomaliŽ,  noordoosten tot zuid Kenia (Tsavo West National park).
2 Poicephalus
rufiventris pallidus   ; noord-oost EthiopiŽ en noord SomaliŽ.
 

Habitat: savanne, doornbosjes en acacia scrubland, vooral met baobabbomen, op hoogte tussen 1.000 m en 1.400 m ; soms tot 2.000 m. In Afrika zijn ze vooral te vinden in de droge, lager gelegen regionen ten zuiden van de Sahara en ten noorden van de Steenbokskeerkring. De meest zuidelijke populaties baobabs komen voor in Zuid-Afrika's noordelijke provincies en boven Maputo in zuidelijk Mozambique. De baobabboom wordt ook wel de apebroodboom genoemd, vanwege de kalebasachtige vruchten die aan de boom groeien deze bevatten veel vitamine C .

Geluid;
Poicephalus rufiventris rufiventris
Location Afar Plains , Ethiopia .


Beschrijving:
Volwassen vogels; hoofd, rug en vleugels grijsachtig-bruin;  sinaasappel oranje op de borst en buik en onder de vleugels; onderstaart veren  lichtgroen. Kleur van het wijfje is zoals bij het mannetje, behalve de borst deze is bij de pop grijs/groen tot aan haar buik, onder haar vleugels is ze grijs.
                                            

Vogels welke buiten gehouden worden hebben een donkere oogring, binnen vogels hebben een lichte oogring,deze lichte oogring word na het buiten zetten van de vogel binnen een paar maanden weer donker. De iris is rood; poten zijn grijs. Bij jonge vogels lijken beide geslachten op mannetjes met oranje borst, sommige jonge vogels hebben een duidelijk oranje voorhoofd(zie foto onder),  en de rugveren hebben bleke groene randen. De iris is donker. Met 12 maanden bereiken deze jonge vogels hun volwassen gevederte. Jonge poppen kleuren zo in een jaar tijd van een oranje borst naar een grijs-groene borst.

Als er bij jonge roodbuiken veertjes uit de borst genomen worden (oranje gedeelte)welke voor het DNA seksen gebruikt worden, dan komen hier binnen een paar weken bij de poppen groene veertjes voor terug en bij jonge mannen komen er weer oranjerode veren terug, dit is ook een methode om zelf je vogels te seksen. Zie foto.

Gewoonten in de natuur: leven in paren of kleine groepen; zelden in grotere groepen. Vogels zijn moeilijk waar te nemen omdat ze constant in beweging zijn. Ze zijn schuw en vluchten direct met schrille kreten en een snelle vleugelslag . Ze vliegen vaak door de  boomtoppen en verkiezen daar de buitentakken van dode bomen als zitstok.
Het kweekgedrag in de vrije natuur: ze hebben een uitgebreid kweekseizoen vanaf Oktober tot Juli. Nestelen in hoge bomen, bij voorkeur baobabbomen of termietheuvels ook boomtermietheuvels van 2 tot 3 m , geen verdere details bekent.

Natuurlijk dieet: zaden, granen, vruchten (vooral vijgen en acaciazaden).

Avicultuur: Volwassen import vogels blijven gereserveerd en raken makkelijk in paniek, jonge import of eigenkweek vogels zijn spoedig vertrouwd aan hun verzorger. verstrek regelmatige  vers hout zodat ze zich niet vervelen.

Wildvangvogels (import) zijn zeer vatbaar tijdens de acclimatisatie; maar sterk daarna. 
Aanpassing: zet nieuwe importvogels op een stille en beschutte plaats, met een minimum temperatuur van 20įC tijdens acclimatisatie; daarna 10įC. Als vogels goed geacclimatiseerd zijn kunnen ze goed tegen onze temperaturen.

Vogels welke in onze avicultuur geboren zijn hebben totaal geen moeite met onze temperaturen en kunnen onverwarmd gehouden worden . Wel is het belangrijk dat deze vogels een tocht en vochtvrij verblijf hebben.

Voeding: Het is belangrijk dat u deze vogels (vooral de kleinere Poicephalussen)niet te vet voert. Het zijn dan wel papegaaien maar niet iedere papegaai is nu eenmaal het zelfde. Geef een mager mengsel met zo min mogelijk zonnepitten. Probeer zelf een mengsel te maken met als basis bv colliezaad of grote parkietenzaad(zonder zonnepitten) vermengd met tortelduivenzaad, vul dit aan met allerlei andere zaden (bv. maÔs,onkruidzaad)welke niet te vet zijn. Ook kun je er een gedeelte pellets door mengen welke ze graag eten. Neem ook eens een kijkje op mijn site onder voeding  daar staan nog meer voedingstips over voedsel welke goed zijn voor onze vogels, onder anderen over groente en fruit en noten en hun natuurlijke vitamine. Ook kleine kiezel, grit en calcium mogen niet ontbreken. Verstrek regelmatige verse takken,ook genieten ze van rottend hout en rotte wortelstammen,stukken rottend hout kunt u het beste even in een zak doen en een paar minuten in de magnetron leggen zodat er geen schimmels en bacteriŽn meer opzitten.

Geluid: Rustige vogels.

Lengte: 22cm

Ringmaat: 7.0 mm.

Gewicht: +/- 140 gr

Schedel; 44mm

Kweek:   -eieren: 3 Š 4 per legsel.  ei-maten  26,8mm x 23,1 mm
          -Broedperiode : 28 dagen.
          -Nestperiode  : 60 dagen.
Jongen worden na het uitvliegen nog +/-30 dagen bijgevoerd . Als de ouders de jongen na deze tijd nog goed verzorgen is het niet nodig de jongen te verwijderen. Van wie kunnen ze nou beter leren dan van hun ouders.

Nestkast:

-maten: 50 Š 60cm x20x20cm
-Invlieggat : ō  7cm    
-Nestkast in een duistere hoek hangen.
-Nest met opening van het licht afhangen.

===============================================================================================

Roodbuik papegaaien, ondanks opvallende kleur moeilijk in de natuur te vinden.
Tekst Eric van Kooten.
Overgenomen artikel.

Naamgeving algemeen
Nederlands: roodbuikpapegaai
Duits: Rotbauchpapagei
Engels: Red-bellied Parrot, Red-breast Parrot
Frans: Perroquet Š ventre rouge, Perroquet Š poitrine rouge
Poicephalus rufiventris rufiventris
Nederlands: zuidelijke roodbuikpapegaai (in Nederland maken we qua naamgeving niet echt onderscheid tussen de twee ondersoorten)
Duits: siidlicher Rotbauchpapagei
Engels: Red-bellied Parrot,  African Orange Red-bellied Parrot
Frans: Perroquet Š ventre rouge
Poicephalus rufiventris pallidus
Nederlands: noordelijke roodbuik-papegaai (in Nederland maken we qua naamgeving niet echt onderscheid tussen de twee soorten)
Duits: nŲrdlicher Rotbauchpapagei, Somalia Rotbauchpapagei
Engels: Somaliland Red-bellied Parrot
Frans: Perroquet ŗ ventre rouge de Somalia

Verspreiding en biotoop
In de literatuur wordt naast de nominaatvorm een ondersoort beschreven namelijk de Poicephalus rufiventris pallidus (van Someren 1922). Deze ondersoort komt uitsluitend in SomaliŽ en Oost-EthiopiŽ voor. Het bestaan van deze ondersoort wordt echter in vele publicaties in twijfel getrokken. De Poicephalus rufiventris rufiventris  die door Eduard RŁppell in 1845 voor het eerst wordt beschreven kent een groot verspreidingsgebied dat zich uitstrekt van Centraal-EthiopiŽ door Kenia tot in het noordoosten van Tanzania.   De naam rufiventris is afgeleid van (rufus = roodharig) en (venter = onderlichaam, buik). Dit wijst dus op het gegeven dat de eerste roodbuik beschreven is aan de hand van een mannelijk exemplaar. Dit had tot gevolg dat de poppen lang als een andere soort verkocht werden. Roodbuikpapegaaien komen we tegen in het onderste gedeelte van het tropische regenwoud t/m 2000 m hoogte, in droge savannebossen, in doornbossavannen en zelden in landbouwgebieden waar granen, fruit en palmen worden verbouwd. De verplaatsing vanuit de verschillende bossen en savannen wijst erop dat de soort zich kan aanpassen aan de biologische omstandigheden.Roodbuik papegaaien hebben een voorkeur voor droge en halfdroge gebieden waarin o.a. acacia's en apenbroodbomen voorkomen; voor laatstgenoemde hebben ze een sterke voorkeur.

 

In Kenia worden de roodbuik papegaaien naast de Kongo papegaai, Poicephalus gulielmi massaicus, waargenomen.
 

Leefwijze in de natuur
De roodbuikpapegaai is in de natuur moeilijk te vinden,ondanks de opvallende kleur van de man. Succesvolle waarnemingen hebben kunnen plaatsvinden bij waterplaatsen waar de vogels samen komen om te drinken. In de buurt van de hoofdstad Addis Abeba, Awash-nationale park, heeft Thomas Arndt in 2001 kunnen vaststellen dat de roodbuik papegaai daar nog veelvuldig voorkomt en ook eenvoudig te fotograferen is. Ze leven daar bij dagtemperaturen van ca. 42į C. In het wild komen ze in paren of kleine groepen voor van maximaal 6 tot 8 vogels. De oorzaak die hieraan ten grondslag zou kunnen liggen is uiteraard het voedselaanbod in deze droge gebieden. De voeding in de natuur bestaat uit diverse vruchten en zaden van o.a. de acacia, wilde vijgen en tevens vallen ze aangeplante maÔsvelden binnen. Ook bloesems van andere inheemse bomen hebben hun interesse.


Status
Het verspreidingsgebied van de roodbuik papegaai bestrijkt ca. 1.300.000 km2. De huidige exacte status is niet vastgesteld door onderzoekers. Volgens de berichtgeving van BirdLife International komt de roodbuik papegaai nog frequent voor in het ver -spreidingsgebied. Veranderingen in populatiegrootte zijn niet onderzocht maar een afname van de populatie waarbij men ongerust moet worden en acties ondernemen om deze op peil te houden is niet aan de orde. Een populatie afname van 30% in 10 jaar of drie generaties geldt als waarschuwing hiervoor. In de periode 1997- 2007 zijn er alleen in 1998, 40 vogels vanuit Tanzania geŽxporteerd.

Maten
Opgave (Fry en Forshaw, 1988/1989)

Mannen:
vleugel (n=26) 153 (148-157) mm
staart 72 (68-77) mm
snavel 25 (21-27) mm

Poppen:
vleugel (n=17) 149 (140-158) mm
staart 73 (66-77) mm
snavel 22 (21-23) mm

Naast bovengenoemde data hebben Wagner en Lantermann (1990) een meting verricht aan de boven- en ondersnavel van de roodbuik papegaai. Gezien het geringe aantal metingen (n=5) mag hieraan geen waarde worden gehecht. Wel hebben de auteurs willen aangeven dat er een verschil bestaat in de snavelbreedte en hoogte tussen mannelijke en vrouwelijke dieren. Verder onderzoek zal dit vermoeden moeten onderbouwen.

Gewichten
Volwassen roodbuik papegaaien hebben een gewicht van ca. 138 (135- 149) gr waarbij de poppen een iets lager gewicht hebben dan de mannen. Het verschil is echter niet significant vandaar dat er geen verschil in gewicht wordt aangegeven.

Beschrijving

Volwassen man;
Lengte ca. 23 cm. Bij de man zijn de kop, rug en vleugels grijsbruin, op wangen en borst meer of minder grijsoranje. De onderrug is geelgroen met blauwe tint, buik en dekveren onder de vleugels zijn oranje, de dijen en aars bleekgroen of veranderlijk geeloranje getint, de snavel is zwart, de iris rood, de poten grijs. De oogring verkleurt naar zwart als de vogels over een buitenvoliŤre kunnen beschikken en in contact komen met direct zonlicht. In enkele publicaties wordt deze zwarte oogring toegeschreven aan een mogelijk andere ondersoort. Uit de praktijk bij diverse kwekers van roodbuik papegaaien blijkt dat de verkleuring optreedt als de vogels minimaal drie maanden in een buitenvoliŤre vliegen en er is dus geen sprake van een andere ondersoort.

                                       
Zowel de man als de pop beschikken over een felgekleurde rode iris, die ze bij opwinding nog meer tonen om de tegenstander, soortgenoot en/of verzorger te imponeren.


Volwassen pop;
Bij de pop zijn de keel en dekveren onder de vleugels grijsachtig, de borst en buik zijn groen met grijs en bij enkele vogels met oranje verweven.
 
Jongen;
Bij jonge vogels zijn 2 varianten mogelijk. Zowel de mannen als de poppen lijken op de man en hebben beide oranje dekveren onder de vleugels en op de borst hebben ze oranje markeringen, of de poppen hebben gelijk een groen getinte buik. Ook komt het voor dat mannen een oranje voorhoofdsband hebben en de poppen niet, of heel weinig. Het volwassen verenkleed krijgen ze op een leeftijd van ongeveer 1 jaar. De invloed van de voeding op het juveniele verenpak is van eminent belang. Wij kweken nu sinds meerdere jaren achtereen met meerdere koppels Roodbuik papegaaien en het blijkt dat de jonge poppen duidelijk van de mannen te onderscheiden zijn door de intens gekleurde oranje buikveren van de mannen.

Voeding;
De roodbuik papegaaien krijgen bij ons 2x per dag een pellet voeding van Harrison, ca. 7 gram per vogel per dag. Daarnaast krijgen ze diverse fruit en groentesoorten om de twee dagen. Eenmaal per week krijgen de vogels een theelepel grof parkietenzaad. Waarbij het zaad tijdens de broedperiode wordt vervangen door kiemzaad dat driemaal per week wordt gegeven in dezelfde hoeveelheid als het zaad. Tijdens het broedseizoen krijgen de roodbuik papegaaien ook kleine hoeveelheden noten. Voor verdere informatie over voeding verwijs ik u graag naar de Parkieten SociŽteit uitgave van mei en juli/augustus 2007 waarin ik twee artikelen heb gepubliceerd over voeding.

Huisvesting;
Roodbuik papegaaien worden op verschillende manieren gehuisvest. De minimale maten voor een buitenvoliŤre zijn: 1,00x2,00x3,00 (BxHxL) met een nachtverblijf van: 1,00x2,30x1,00 (BxHxL). Momenteel worden de roodbuik papegaaien in onze kwekerij gehuisvest in een buitenvoliŤre van 1,45x2,30x4,50 en een nachtverblijf van 1,45x2,30x2,06. Naast de kweek in bovengenoemde verblijven zijn er ook kweekresultaten behaald in kistkooien van 1,50x0,60x1,40. Het is aan te raden om de voorzijde van de kistkooi voor 1/3 deel te voorzien van ondoorzichtig plaatmateriaal zodat de vogels zich hier achter kunnen verschuilen. Voor het welzijn van de vogels is het wel aan te raden de vogels alleen tijdens het kweekseizoen in een dergelijk onderkomen te huisvesten en daarna de vogels in een buitenvoliŤre met nachtverblijf te huisvesten. Alle binnenverblijven moeten voorzien zijn van voldoende ventilatie. Uiteraard moeten de vogels over voldoende natuurlijk licht kunnen beschikken, TrueLight, lampen zijn hier uitermate geschikt voor. Alle verblijven beschikken over individuele voerbakken per vogel en een separate waterbak. De reden dat ieder koppel twee voerbakken heeft is gelegen in het feit dat op deze manier de dominante vogels niet alleen het voorkeursvoer kunnen verorberen. Indien u een voliŤre met aansluitend nachthok ontwerpt hou er dan rekening mee dat alle Poicephalus soorten er behoefte aan hebben zich terug te kunnen trekken. Zorg dus voor voldoende privacy. Bij een bezoek aan diverse Poicephalus kwekers in Denemarken viel op dat zij duidelijk rekening hielden met de privacy van hun koppels Poicephalus papegaaien wat zich uiteindelijk vertaalde in goede kweekresultaten.

Voortplanting in de natuur;
Nesten zijn in het wild gevonden in apenbroodbomen op wel 10 m hoogte. Maar tevens zijn nesten gevonden op 2 Š 3 m hoogte. In het zeer uitgestrekte leefgebied van de roodbuik papegaai treft men in alle jaargetijden nesten met eieren en jongen aan. Waarbij in het oosten van EthiopiŽ en Noordwest -SomaliŽ nesten met jongen van mei tot en met juli worden aangetroffen. Tevens zijn er waarnemingen in Tanzania beschreven waarbij jongen in zowel maart als oktober werden gesignaleerd. Roodbuiken leggen in het wild 1 Š 2 eieren, 27,5 (26,6-30,5) x 23,0 (22,4-23,4) mm (Harrison en Holyoak,1970). Verdere gegevens aangaande de broedduur en nesttijd zijn niet bekend.

Voortplanting in gevangenschap;
Tot 1970 is er maar een zeer klein aantal roodbuik papegaaien ingevoerd in Europa. De eerste beschrijving van een in gevangenschap gehouden roodbuik papegaai stamt vanuit 1927, van de dierentuin van Londen. Het ging hier om een uit SomaliŽ afkomstige vogel die in 1901 uit het nest was genomen en met de hand was grootgebracht. Ja, u leest het goed in die tijd was men al in staat jongen met de hand groot te brengen zonder de hedendaagse beschikbare technieken. Vanaf 1980 tot 1997 werden roodbuik papegaaien regelmatig ingevoerd. In de volgende landen zijn de eerste kweekresultaten behaald met deze prachtige vogels:
Mozambique 1974
USA 1978
Duitsland 1982
Nederland 1987 (dhr. F. Oosterik uit Saasveld) E.E.K. oorkonde

Ons roodbuik papegaaien avontuur

Ons roodbuik papegaaien avontuur begon eind jaren 8O met de aankoop van twee koppels handopfok vogels. Met de ervaring van nu hadden we die vogels nooit moeten kopen. Na veel problemen en diverse dierenartsbezoeken zijn uiteindelijk twee vogels, beide poppen, overleden. Vanaf dat moment was de liefde voor deze soort even bekoeld. Na een aantal jaren zonder roodbuik papegaaien te hebben gekweekt met diverse andere soorten bleef toch de drang naar het bezitten en kweken met deze soort kriebelen. Met de bagage opgedaan in de afgelopen tien jaar en een verandering in het management van de kwekerij werd eind 1994 uitgezien naar deze nog steeds begeerde vogels. Bij een aantal gerenommeerde kwekers van deze soort werden uiteindelijk twee koppels aangeschaft. Na een uitgebreide veterinaire controle door onze vaste dierenarts, werden de vogels na een quarantaineperiode van zes maanden in de uiteindelijke verblijven ondergebracht.

Vanaf het begin werden de roodbuiken nestkasten aangeboden. Deze nestkasten gebruiken zij tevens als slaapplaats, komt niet bij alle koppels voor. De afmeting van de nestkast is 48 x 20 x 20 cm met een invlieggat van 7 cm, ca. 5 cm onder de bovenkant van het blok. De broedblokken worden gemaakt van multiplex 12 mm. De bodem wordt voorzien van een aparte bak, multiplexplaatje met een rand van vurenhout. Dit geeft de pop tijdens het broedproces een knaagmogelijkheid en is makkelijk te reinigen. Als nestmateriaal gebruiken wij kleine dunne wilgentakjes ca. 5 cm lang gemengd met houtsnippers en houtkrullen. De hoogte van dit mengsel is ca. 7 cm. De roodbuik papegaai is tussen de 3 en 4 jaar broedrijp. De reden waarom een aantal koppels later is begonnen met het produceren van jongen is gelegen in de paarvorming. Het is gebleken dat het koppelen van Roodbuik papegaaien niet eenvoudig is. Een op het oog goed klikkend koppel kan jaren achtereen geen aanstalten maken om tot kweek over te gaan. Zo bleek de pop van koppel 7 weer teruggepaard te worden aan de huidige man en leverde dit het eerste jong op in december 2005.

Nestcontrole met beleid ;
Roodbuik papegaaien leggen in ons klimaat gedurende het gehele jaar eieren. Wel is er een piek waar te nemen rond april/mei waarbij veelal de eerste ronde wordt ingezet. Het aantal eieren ligt per legsel op 3 Š 4 stuks. Eenmaal goed geharmoniseerde paren leggen doorgaans twee rondes. De eieren worden met een interval van 2 dagen gelegd en vervolgens door de pop in ca. 29 dagen uitgebroed. In de literatuur wordt regelmatig melding gemaakt van sterfgevallen gedurende de nestperiode van jonge roodbuik papegaaien . Vaak ziet men sterfte tussen de 17de en 2lste dag als de jongen worden geringd. De roodbuik papegaai is gevoelig voor storingen dus men dient de nestcontroles met enig beleid uit te voeren. Let op dat de pop en man van het nest zijn als een nestcontrole wordt doorgevoerd. Ook voor deze periode wordt melding gemaakt van sterfte bij net uitgekomen jongen. Roodbuik papegaaien worden geringd met een 7 mm stalen ringen. Aluminium ringen zijn af te raden daar deze door de roodbuik papegaaien dusdanig kunnen worden vervormd dat ze uiteindelijk door een dierenarts verwijderd moeten worden om de poot te sparen. De PSN heeft een onderzoek uitgevoerd naar agressie bij Poicephalus papegaaien en daaruit blijkt dat hetgeen de literatuur beschreef wordt bevestigd onder de geŽnquÍteerde PSN leden. Het lijkt dus zaak om broedende roodbuik papegaaien zoveel mogelijk met rust te laten. Zijn we deze periode doorgekomen dan zijn roodbuik papegaaien voorbeeldige ouders en brengen hun kroost vaak probleemloos groot. De jongen vliegen op een leeftijd van ca. 63 dagen uit. De leeftijd waarop de jongen uitvliegen hangt sterk af van de aangeboden voeding en het ouderpaar. De uitvliegleeftijd kan dus variŽren van 63 tot wel 84 dagen. Net uitgevlogen roodbuik papegaai en dienen minimaal drie weken bij de ouders te blijven, langer is wenselijk. Indien er zich geen agressieve handelingen van met name de man, op de jongen voordoen is een langer verblijf bij de ouders uiteraard aan te bevelen.

 

INTERNATIONALE HANDEL
Bruto uitvoer van de levende Poicephalus rufiventris

Exporteur

1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002

Congo Dom. Rep. 

0 0 0 0 0 0 0 0 20 0 0

Kenia

1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Tanzania

235 3527 1910 245 0 0 40 0 28 100 0

South Africa

0 0 4 0 0 0 0 0 0 0 0

Zimbabwe

0 0 0 0 0 0   0 5 0 7

De uitvoer Quota's van de Poicephalus rufiventris over de jaren 1997 - 2002 zoals voorgelegd aan het CITES Secretariaat.

Exporteur Term 1997 1998 1999 2000 2001 2002
Tanzania. United rep. of See Notifi 898 0          
Tanzania. United rep. of See Notifi 1998/25   40        
Tanzania. United rep. of See Notifi 1999/20     0 0    

COMMENT
Very little trade since 1996 in this species, which seems to be quite common in a variety of habitats therefore not recommended for review.

Voor meer informatie zie; CITES Animals Committee, CITES Secretariat. Januari 2004.

http--www.unep-wcmc.org-species-sca-pdfs-E20-08-5-AB.pdf

                               top