<-Home 
Inhoud, wist u dit
?
Parkiete
sociëteit West-Brabant
De spijsvertering.
Het verenpak van onze vogels.
Mottle een niet alledaagse mutatie.
Biggencompost.
Alle vogels
leggen eieren.
Papegaaienvoeding de nieuwe
manier.
Anti-oxydanten.
Een Dierenspeciaalzaak bij u in de buurt.
Duizend
papegaaien in beslag genomen.
Imported African Parrots.
Toename illegale
vogelimport gevaarlijk.
Meer info over Cites.
Europarlement
wil invoer wilde vogels beperken.
Toezeggingen CITES.
Teflon toxicose bij vogels.
Importverbod in het wild gevangen vogels.
Eigenaarverklaring
handel in papegaaiachtigen.
Formulier CITES-vogels.
Controle door de AID of de politie.
CITES vergunning of
certificaat aanvragen.
Dringende oproep COM Nederland.
Zijn chocolade en Cafeïne
giftig?
Opgelicht;
Dennis Papegaaien.
Nieuwsbrief COM Nederland, Regeling Administratie.
Oerles park 'weigert
geen enkele papegaai'
Muizen en ratten
veilig vangen

=============================//==================================
Vogelbeurs
top
Elke
2e zondag van de maand
10
Januari 14 Februari
14
Maart 11 April 09 Mei
13 Juni
11 Juli
08 Augustus 12 September 10 Oktober 14 November
12 December
Elke 2e zondag van de maand wordt er in
“ De Lanteern “ Dorpsstraat 119. 4711 EG Sint-Willebrord Tel. 0165-382345 een
welbekende en drukbezochte vogelbeurs gehouden.
Nieuw is dat het een beurs betreft voor alle soorten vogels behalve
grijpvogels zoals , kwartel fazanten en andere loopvogels
verboden op grond van de faunawet . Ook
niet-zelfstandige vogels zijn niet-welkom/verboden op deze
beurs. Het welzijn van
onze vogels is het belangrijkst, maar ook een goede
presentatie van onze liefhebberij. Daarom is ons streven om
de vogels in beurskooien of TT kooien te krijgen. Deze beurs is voor iedereen toegankelijk en is geopend van
09.00 uur tot
12.00 uur. Ingebrachte vogels kunnen geruild en/of verkocht worden en dienen
te worden geplaatst in de door de vereniging beschikbaar gestelde
beurskooien.
Aanverwante artikelen voor het houden van, of kweken met
onze vogels worden door onze hoofdsponsor zaadhandel Kees
Zagers uit St, Willebrord en de firma Heesakkers uit Erp te
koop aangeboden.
Organisatie;
Contactpersonen:
M.v.Benthem 0165 - 387633
mvbenthem@home.nl
P.Pattijn secretaris PS afd.
West Brabant 06 – 14126911
of
0168 - 484746
ps.wb@hotmail.com

====================//===================
Juli;
Ivm
vakantie deze maand geen lezing.
Deze
maand houden we onze ledenvergadering op vrijdag
.............. 2010, aanvang 20.00
uur.

2Op 27 augustus zijn we er weer met
een lezing, deze wordt gehouden door Ed en Thiely
de Moor. Deze lezing gaat over Australië.
et bestuur hoopt dan ook dat zij veel
leden en niet leden mag begroeten. Neem gerust eens iemand
(vrienden, kennissen of familie) mee. Zoals gewoonlijk is er
ook op deze avond de gelegenheid tot microscopisch
mestonderzoek. Mocht u hiervoor belangstelling hebben, dan
vragen wij u graag dit enkele dagen voor de vergadering
telefonisch te melden bij ons secretariaat. Onze dierenarts
Peter Bastiaansen uit Prinsenbeek zal zoals gewoonlijk
bij de vergadering aanwezig zijn. Hij is dan aanspreekbaar
op zijn kennis en ervaring van en met parkieten en
papegaaien. Overdag is hij rond 09.00 uur op zijn praktijk
bereikbaar via telefoonnummer 076-5415030.
Onze dierenarts
Peter Bastiaansen uit Prinsenbeek. Hij is aanspreekbaar op
zijn kennis en ervaring van en met parkieten en papegaaien.
Overdag is hij rond 09.00 uur op zijn praktijk bereikbaar
via telefoonnummer 076-5415030.
http://www.dierenkliniekdebaronie.nl

Jaarprogramma PC West Brabant 2010
16
januari 2010 PC West Brabant.
Feestavond 2010
29 Januari :
ledenvergadering aanvang 20.00 uur.
26 Februari
: Dhr. J.Hubers Lori's
26 Maart :
Dhr. L.Sermeus
Amazone papegaaien
23 April
: Dhr.
P.Onderdelinden
Dialezing parkieten & papegaaien
28 mei :
Dhr. H.Wagenaar
Kromsnavels nieuwe wereld
25 juni : Dhr.
A. Mingeroet
Dialezing over
onkruidzaden
juli: vakantie geen lezing.
27 augustus: Ed en Thiely
de Moor
lezing Australie.
24
september: PS west Brabant
filmavond.
29 oktober:
Dhr. E. vd Stricht
Aziatische parkieten.
27 november:
Dhr.
Peter Bastiaansen
Dierenarts te Prinsenbeek
15 Januari 2011:
PS West Brabant
Feestavond 2011

top
==================================================================================
top
De spijsvertering
Het
verteren van harde graankorrels vraagt om spijsverteringsorganen
die in staat moeten zijn de graankorrels om te zetten in stoffen
die door het vogellichaam kunnen worden opgenomen om te worden
gebruikt voor energie en vernieuwing. Het is een zwaar
verteringsproces, dat veel energie vraagt, maar de
spijsverteringsorganen zijn daar goed op ingesteld.
Een
graankorrel opgenomen door de snavel komt in de keelholte, waar
speeksel wordt toegevoegd; daarin bevinden zich stoffen die een
begin maken met de afbraak van de koolhydraten. Vervolgens gaat
de korrel via de slokdarm naar de krop waar hij in het opgenomen
water wordt geweekt. De krop is eigenlijk niets anders dan een
verwijd gedeelte van de slokdarm, waar het voedsel enige tijd
kan worden bewaard en waaruit het met kleine beetjes wordt
doorgevoerd naar de kliermaag. In de wanden van de kliermaag
bevinden zich klieren die verteringssappen afscheiden (enzymen).
Twee belangrijke verteringssappen zijn pepzine en zoutzuur, die
gezamenlijk het eiwit gedeelte verteren. Het zoutzuur heeft nog
twee functies; ten eerste doodt het door z’n antiseptische
werking de schimmels en bacteriën die eventueel met het
voedsel
werden opgenomen, ten tweede lost het de in het voedsel
aanwezige calciumzouten op. De graankorrel heeft tot en met het
passeren van de kliermaag nog steeds z'n zelfde vorm behouden,
alleen is hij wat gezwollen door het weken en de inwerking van
de verteringssappen.
Kliermaag.
De
graankorrel is nog lang niet geschikt om opgenomen te worden in
het lichaam. Het vermalen van de graankorrel gebeurt in de
spiermaag, een platte geribbelde buis bekleed met een harde
keratinelaag, die samen met opgenomen scherpe steentjes voor het
kleinmaken van de graankorrel zorgt. Als de graankorrel in
zeer kleine stukjes is vermaalt, kunnen de verteringssappen nog
beter hun werk doen. De graankorrel is een dunne brij geworden,
die wordt doorgevoerd naar de dunne darm, die het
verteringsproces voortzet. De dunne darm bestaat uit drie
gedeelten, nl. de twaalfvingerige darm, de nuchtere darm en de
echte dunne darm. De twaalfvingerige darm is lusvormig, met
binnenin z'n lus de alvleesklier of pancreas. De pancreas is een
belangrijk orgaan, dat z'n enzymen aan de twaalfvingerige darm
afgeeft. Deze enzymen zorgen voor de verdere afbraak van
eiwitten en koolhydraten.
Eiwitten worden gesplitst in
aminozuren en koolhydraten in enkelvoudige suikers. In de
nuchtere darm worden vanuit de lever de galsappen toegevoerd,
die de vetten splitsen in vetzuren en glycerol. Van de nuchtere
darm wordt het nu geheel vloeibare voedsel doorgevoerd naar de
dunne darm, waarin zich de darmvlokken bevinden, die zorgen voor
de opname in de bloedbaan. De onverteerbare stoffen worden
doorgevoerd naar de dikke darm en via de cloaca uit het lichaam
verwijderd. Het bovenstaande geeft in grote lijnen weer wat zich
tijdens het verteringsproces afspeelt.
top
======================================================================================
top
Het
verenpak van vogels.
Het
verenpak van vogels is zeer doelmatig en geheel aangepast aan de
eisen waaraan het moet voldoen. Het is licht en sterk en geeft
de vogel het vermogen te vliegen en z'n lichaamswarmte te
regelen. Het is in de zomer koel en 's winters een goed
isolerende mantel, die de lichaamswarmte lang vast kan houden.
We kunnen de veren indelen in: 1.grote veren
2.dekveren 3.donsveren

Grote
veren De grote veren of vliegveren bestaan uit slagpennen,
armpennen en staartpennen. Deze vliegveren stellen een vogel in
staat te vliegen en zijn van een sterke constructie. Vliegveren
hebben een sterke schacht, die tot het eind van de veer
doorloopt. Aan weerszijden van die schacht hebben ze een brede
en een smalle zijde. Aan de schacht bevinden zich de baarden en
baardjes, die onderling verbonden worden door de zogenaamde
haakjes en de veer tot een sterk geheel maken. De schacht
ontstaat uit een veerfollikel in de huid, wat te vergelijken is
met een haarzakje bij de mens. In de veerfollikel komt de veer
tot ontwikkeling. Naar de veerfollikel lopen bloedvaten die de
nodige voedingsstoffen aanvoeren om de veer te laten groeien. De
veerschacht begint bij de zogenaamde veernavel, een rond gaatje
dat de voedingsstoffen doorlaat naar de groeiende veer. Als de
veer volgroeid is, wordt de veernavel afgedicht.
Dekveren
Dekveren zijn ongeveer van dezelfde constructie als de
vliegveren, maar de schacht is minder sterk ontwikkeld en loopt
niet zover door als bij de vliegveren. De dekveren dienen om de
vogel z'n stroomlijn bij het vliegen te geven en als beschutting
tegen wind en regen. Ze bevinden zich op de vleugels en op die
lichaamsgedeelten die in direct contact staan met de
buitenlucht.
Donsveren Donsveren hebben een heel korte schacht, nauwelijks buiten het
lichaam uitstekend. De baarden zijn volledig ontwikkeld, maar
worden niet verbonden waardoor ze nogal warrig zijn. Deze veren
doen dienst als isolatie en bevinden zich op verschillende
plaatsen onder de dekveren en aan het onderlichaam.
Veervelden
De veren komen niet gelijkelijk verdeeld over het
lichaam voor, maar op zogenaamde "veervelden". Vanaf de
ondersnavel loopt een veerveld naar de borst, dat voor het
borstbeen zich vertakt om dan als twee veervelden aan
weerszijden van het borstbeen te lopen en bij de aars weer bij
elkaar te komen, vanwaar ze gezamenlijk overgaan in de staart.
Op de scharnierende gedeelten van poten en vleugels bevinden
zich geen veren. Over de kop loopt een veerveld naar de staart,
dat ongeveer bij de staartwortel ophoudt. Vanaf de dijen lopen
de veervelden naar de staartinplant, vanwaar ze overgaan in de
staartpennen.
De rui. Na het kweekseizoen worden vrijwel alle veren op het
vogellichaam vernieuwd. Een proces dat zich van de zomer (half
juli) tot in het begin van de winter (half december) afspeelt. De rui begint bij de eerste slagpen (gerekend van binnenuit).
Bij beide vleugels vallen deze slagpennen gelijktijdig uit.
Wanneer de nieuwe pen voor driekwart volgroeid is, valt de
volgende pen uit. Er vallen nooit meer slagpennen tegelijk uit,
want dit zou het vliegvermogen van de vogel te veel aantasten.
Na het ruien van de zevende slagpen begint het ruien van de
armpennen ook weer vanaf de binnenste gerekend. Het aantal
armpennen dat per jaar geruid wordt, is niet voor elke vogel
gelijk. Sommige vogels ruien maar twee of drie armpennen per
jaar, anderen meer en weer anderen ruien alle armpennen.
Ongeveer tegelijk met het ruien van de armpennen, ruien ook de
dekveren en staartpennen. Staartpennen ook weer in paren en te
beginnen met de binnenste. Het ruien van de staartpennen
geschiedt niet op rij, maar om en om, om het draagvlak van de
staart zoveel mogelijk intact te houden. De op één na buitenste
staartpen ruit het laatst. Dit zijn tevens de laatste grote
pennen die geruid worden.
Kop-,
hals-, borst- en buikveren ruien tegelijk met de vleugeldekveren
en soms in hele groepen tegelijk, waardoor de dieren geheel of
gedeeltelijk een kale kop krijgen. Donsveren ruien vrijwel het
gehele jaar door. Aan de kwaliteit van de donsveren is af te
lezen in wat voor conditie een vogel zich bevindt. Zodra de
lichaamsconditie van een vogel niet optimaal is, is dit
zichtbaar aan de donsveren, vooral aan de donsveren die zich
rondom de aars bevinden. De veren zijn dan stijf en hard en
komen niet uit de hulzen. Dit kan een gevolg zijn van ziekte of
verkeerde voeding, of men is te lang doorgegaan met broeden(door
eieren of jongen uit het nest weg te nemen zal een koppel steeds
weer opnieuw willen beginnen), waardoor de vogel niet in de
gelegenheid is geweest zich tijdig te herstellen. Daarom is het
verstandig niet meer dan twee broedsels per jaar te doen. Het ruiproces is geen ziekte, zoals sommige liefhebbers nog wel
geloven, maar een normaal proces, dat bij een goede conditie
normaal verloopt. Jonge vogels moeten vanaf hun geboorte in 30 a
50 dagen opgroeien en een compleet verenpak opbouwen; onder
normale omstandigheden geschiedt dat zonder problemen.
Tijdens het opgroeien van de jongen kunnen er problemen
voordoen. Dit uit zich later door zogenaamde "groeistrepen" in
het verenpak. Het is dan duidelijk te zien, vooral aan de
slagpennen dat zich een storing heeft voorgedaan tijdens het
groeien.
Als een vogel in een minder goede conditie is,
kunnen er zich storingen in de groei van de veren voordoen; deze
kunnen zich uiten in bloedpennen en buispennen.
Bloedpennen
Bloedpennen kunnen ontstaan doordat het
bloedvaatje in de veerfollikel beschadigd is en er bloed in de
spoel van de schacht vloeit. Soms wil het zich nog wel
herstellen, maar in ieder geval moet u een bloedpen er nooit
uittrekken, omdat er toch meestal geen betere nieuwe pen voor in
de plaats komt en het uittrekken nogal met bloedverlies gepaard
gaat.
Buispennen Buispennen ontstaan doordat het
vliesje om de groeiende pen niet wil scheuren. De beide haarden
kunnen dan niet hun normale stand innemen en de veer blijft in
opgerolde toestand. Buispennen zijn meestal het gevolg van een
doorstane ziekte, een verkeerde voeding of een slechte conditie
van de vogel.
Qua warmte regulatie zijn er ook
verschillen tussen mensen en zoogdieren. Het verenkleed is een
zeer effectieve isolator en kan door bijvoorbeeld het opzetten
van de veren nog voor een regelbare isolatie zorgen. Wanneer een
vogel zijn kop tussen de veren steekt kan dit de warmteafgifte
tot 30% laten afnemen. Verder bezitten bijna alle vogels geen
onderhuidse vetlaag, welke bij zoogdieren wel voorkomt. Zoals al
eerder genoemd hebben vogels geen zweetklieren en daarom regelen
zij de koeling voornamelijk via de ademhaling. Wel kunnen vogels
water uit hun huid verdampen, maar dit vindt niet plaats met
behulp van zweetklieren. Om af te koelen gaat een vogel sneller ademen terwijl de hoeveelheid in- en uitgeademde lucht
afneemt. Verder komt bij het vliegen veel warmte vrij, welke zo
snel mogelijk afgevoerd dient te worden.
Wilt u
nog meer weten over, De evolutie van veren. klik dan
hier.
top
=======================================//=========================================
top
Dossier mottle
Door Dirk Van den Abeele
(10/03/2006) Een niet alledaagse
mutatie bij parkietachtigen is vast en zeker de mottle. Deze
mottle, of ook wel progressief bont genoemd, vinden we regelmatig terug bij
enkele agapornidensoorten. Zo zijn er meldingen van mottle
personatus, fischeri, nigrigenis en roseicollis. Typisch voor de
mottle is dat de meeste vogels normaal gekleurd geboren worden
en pas na verloop van tijd een bontpatroon ontwikkelen en niet
zelden, door de jaren heen, soms een bijna volledig geel
verenkleed krijgen. Met andere woorden een mutatie welke de
aanwezige melanocyten verder blijft aantasten waardoor het
patroon zich steeds verder uitbreid. Van deze mutatie kan
moeilijk gesteld worden dat ze of geslachtsgebonden of
autosomaal recessief of dominant vererft. De vererving is zeker
niet "mendeliaans" te noemen en daardoor is het moeilijk om er
een precies label op te plakken. Dat is waarschijnlijk een van
de redenen waarom bepaalde kwekers mottle niet als een mutatie
bestempelen. Ook de verschijningsvorm is steeds verschillend.
Bij sommige vogels komt er een duidelijk bontpatroon met de
tijd, andere blijven steken bij slechts enkele bonte veren. Weer
anderen worden als mottle beschouwd maar alle nakweek blijkt
normaal en soms komen er uit ogenschijnlijk normaal groene
vogels mottles tevoorschijn, kortom, verwarring en vragen
genoeg.
 Foto
1, Senegal pap. 1 jaar oud.
Foto
2, zelfde Senegal pap. 5 jaar
Bont ? Eerste vraag is dan zeker of we deze
mottle kunnen vergelijken met de andere bestaande en gekende
bontvormen, namelijk recessief en dominant bont. Bij deze
bontvormen wordt eveneens de aanwezige eumelanine in diverse
veervelden, willekeurig verspreid over het verenkleed,
aangetast. Bij de mottle hebben we eveneens een willekeurig
bontpatroon, dus in zover klopt het plaatje, maar als we de
mottle verder vergelijken met de andere bontvormen dan zien we
bij deze mutant toch nog heel wat opmerkelijke verschillen. Eerst en vooral worden dominant en recessief bonte vogels reeds
met een volledig "ontwikkeld" bontpatroon geboren, bij de mottle
zullen de meeste met een bijna normaal verenkleed geboren
worden. Slechts na verloop van tijd zal het bontpatroon zich
ontwikkelen en uitbreiden. Zie foto 1 + 2, deze Senegal papegaai
welke een normalen groene rug had bij de geboorte kreeg na de
eerste rui enkele gele veren op de vleugels. Bij fischeri en roseicollis zien
we dat bij bonte vogels het masker reduceert. De oorzaak daarvan
ligt niet rechtsreeks bij het reduceren van het eumelanine, maar
zal waarschijnlijk bepaald worden door modificerende werking van
de genen verantwoordelijk voor bont. Bij onze mottle blijft dit
masker evenwel onaangetast. Recessief bont wordt beschouwd
als ADM bont (Anti-DiMorphisme) of met andere woorden als zou de
recessief bontfactor het uiterlijke geslachtsonderscheid
aantasten. Zo zien we bij seksueel dimorfisme (soorten waarbij
er uiterlijke verschillen zijn tussen man en pop), zoals bv. bij
de grasparkieten, bij recessief bont het uiterlijke verschil
tussen man en pop (hier de blauwe kleur van de neusdoppen bij de
mannen) verdwijnen. Dit verschijnsel is niet aangetoond bij
mottles. Met andere woorden, zo te zien zijn er al opmerkelijke
verschillen waarneembaar tussen mottle, recessief en dominant
bont. Nog meer verschillen kunnen we bespeuren als we naar
de oorzaken van normaal bont en mottle gaan kijken. Omdat alles
goed te vatten is het belangrijk dat we weten hoe dominant bont
en recessief bont ontstaan en vooral hoe de aanmaak van de
eumelanine werkt. We zetten dat allemaal even voor u op een
rijtje.
Groen, Bij de wildvorm agaporniden zien we dat
het overgrote deel van het verenkleed groen gekleurd is. Deze
groen gekleurde veren ontstaan door een samenspel van de
aanwezige eumelanine in de medulla van de veer (de kern), de
aanwezige sponszone en de aanwezige gele psittacofulvins (psittacine)
in de cortex (buitenkant van de cel). Doordat in de kern van de
veercel zwarte eumelanine aanwezig is, wordt het licht daar
geabsorbeerd en ontstaat d.m.v interferentie in de sponszone
blauw licht. Dat blauwe licht in combinatie met de gele
kleurstof in de cortex zorgt voor de visuele groene kleur.
Bonte vogels, Bij bontmutanten zien we dat verschillend
per veerveld de eumelanine ontbreekt. Door het ontbreken van die
zwarte eumelanine in de medulla, wordt er ook geen licht meer
geabsorbeerd. Geen absorptie betekent geen interferentie in de
sponszone, dus geen blauw licht en wat we dan te zien krijgen is
de resterende gele kleur in de veer. Daardoor krijgt een bonte
vogel een groen verenkleed met gele vlekken. De redenen waarom
dat eumelanine verdwenen is bij recessief of dominant bonte
vogels moeten we in de melanocyten of pigmentcellen zelf gaan
zoeken. Om goed te vatten hoe dat precies in zijn werk gaat,
moeten we het productieproces van de eumelaninekorrels eerst
eens bekijken.
Eumelaninevorming. De eumelaninevorming
kan men onderverdelen in drie grote productiefasen. In de
huid van onze vogels bevinden zich cellen die instaan voor het
aanmaken van eumelanine en/of phaeomelanine (bij agaporniden
wordt enkel eumelanine aangemaakt, vinkachtigen kunnen ook
phaeomelanine aanmaken, genaamd melanocyten of pigmentcellen.
Deze cellen produceren in eerste instantie de matrixen van de
pigment granules. Deze matrixen kan men zich het beste
voorstellen als kleurloze vrijwel onzichtbare granules, met
andere woorden, het geraamte van de uiteindelijke
eumelaninekorrel. Deze kleurloze proteíne matrixen worden
gevormd uit ten minste vier verschillende eiwitten. Wanneer deze
ongekleurde matrixen voltooid zijn, is de eerste fase in het
productieproces voltooid. Daarna start een chemische reactie
die in gang gezet wordt door een bepaald enzym. Een enzym is een
stof die een specifieke taak heeft en in dit geval moet het de
chemische reactie activeren welke deze matrixen zal zwart
kleuren (pigmentsynthese). Dat enzym heet tyrosinase. Tijdens
deze chemische reactie zijn er twee mogelijkheden: of er wordt
eumelanine gevormd of er wordt phaeomelanine gevormd. Wanneer
tijdens het omzettingsproces bij dopaquinone het enzym cysteíne
wordt bijgevoegd (dit signaal komt van buiten de melanocyt nl.
uit de veerfollikel), wordt er in plaats van eumelanine
phaeomelanine gevormd. Maar dat is bij papegaaiachtigen en zeker
bij agaporniden niet van toepassing, dus hier ook van minder
belang. Wanneer het proces normaal verloopt en bij de
parkietachtigen de zwarte eumelanine korrels volledig zijn
gevormd komt er tenslotte nog een derde en laatste stap bij. Bij deze laatste stap van de eumelanineproductie wordt de
volledige gekleurde en afgewerkte eumelaninekorrel door middel
van het (transport) enzym myosine via lange dendrieten in de
veer afgezet. Daar kan de eumelanine dan zijn werk doen. Met
andere woorden we hebben drie belangrijke stappen in het
productieproces:
1.aanmaak in de pigmentcel (in de huid) van de lege matrix . 2.kleuren van deze kleurloze matrix naar zwart (tyrosinase
proces) 3.de volledig afgewerkte, zwart gekleurde,
eumelanine transporteren naar de plaats van bestemming.
Leucisme: Leucisme heeft eigenlijk niets te maken met
tyrosinase activiteit en de vorming of het kleuren van de
matrixen. Hier moeten we de oorzaak gaan zoeken in de
vorming van de pigmentcellen of melanoblasten zelf. Tijdens
de vroege ontwikkeling van het embryo in het ei wordt
tijdens een bepaalde fase de neurale lijst gevormd. Deze
neurale lijst is onder andere de voorloper van de
ruggengraat en de zenuwbanen. Vanuit deze neurale lijst
migreren de huidcellen en dus ook de melanoblasten
(voorlopers van de pigmentcellen). Bij leucisme ligt de
oorzaak soms in de neurale lijst, de migratie van de
melanoblasten naar de huid of het milieu van de huid zelf.
Dat heeft als gevolg dat in bepaalde huidsectoren de
melanocyten bijna volledig ontbreken. Logisch dat wanneer
deze pigmentcellen niet aanwezig zijn in de huid, er ook
geen pigment kan gemaakt worden en er ook geen pigment kan
worden afgezet.
Bij recessief bont is er een defect
in aanmaak en distributie van de pigmentcellen vanuit de
neurale lijst, de plaats waar de melanoblasten ontstaan, en
daardoor arriveren er te weinig en in sommige gebieden geen
melanocyten in de huid. De enzymen tyrosinase en myosine
kunnen in principe hun werk doen, maar als er weinig of geen
melanocyten aanwezig zijn, kunnen die bij gevolg ook niet
voldoende pigment afzetten waardoor de veer zijn normale
kleur zou krijgen. Veercoupes van recessief bonte veren
vertonen in dit geval, soms een weinig eumelanine, maar de
korrels zijn te erg misvormd om enig duidelijk effect te
kunnen hebben.
Bij dominant bont daarentegen
migreren vanuit de neurale lijst voldoende melanoblasten,
maar bepaalde huidsegmenten zijn genetisch zodanig veranderd
dat melanocyten er zich niet kunnen vestigen of afsterven.
Bij coupes van veren van dominant bonte vogels zien we dan
ook dat in de bonte veervelden absoluut geen enkele matrix
meer is afgezet in de veer. Dit noemen we de amelanotische
(pigmentloze) gebieden, deze zijn absoluut "leeg" er zijn
zelfs geen kleurloze melanosoom matrixen.
Mottle Aan de universiteit van Massachusetts is een lijn van "mottle"
kippen ontwikkeld om dit fenomeen goed te kunnen bestuderen.
Deze "mottle" kippen vertonen net zoals onze mottle
parkietachtigen een progressief vorderend bontpatroon.
Onderzoek toonde aan dat dit bontpatroon wordt veroorzaakt
door de vernietiging van melanocyten (pigmentcellen) in de
veerfollikel evenals in andere weefsels zoals bv. de
choroidea (choroidea is een dun vasculair membraan welke we
achter in het oog vinden. Dit membraan bevat veel bloedvaten
die de fotoreceptoren van het oog van bloed voorzien. Door
de aanwezige eumelanine kan o.a. licht niet meer
reflecteren). De wetenschappers ontdekten dat er in de
bloedbaan van mottle kuikens, in tegenstelling tot
niet-mottle kuikens, melanocyt-specifieke auto-antistoffen
aanwezig waren. Deze antistoffen gaan door hun aanwezigheid
de lichaamseigen pigmentcellen in de huid aanvallen en
afbreken. Normaal bestaat er een beschermingsmechanisme dat
deze antistoffen onschadelijk maakt, maar door een of andere
reden is dat systeem uitgeschakeld.Andere wetenschappers
hebben ook de link gelegd met "vitiligo", een huidziekte
welke we ook bij mensen aantreffen. Typisch voor vitiligo is
dat de huid (pigmentloze) witte vlekken gaat vertonen. Deze
pigmentloze vlekken komen meestal voor het eerst rond de
puberteit duidelijk te voorschijn, hoewel niet zelden reeds
van bij de geboorte al enkele kleine, soms minuscule
pigmentloze huidsegmenten aanwezig zijn. Meestal vallen die
enkel tijdens de zomer op wanneer de huid door de invloed
van de zon bruiner van kleur wordt en deze pigmentloze
vlekken gewoon wit blijven. Na verloop van tijd en
afhankelijk van persoon tot persoon zullen deze vlekken zich
verder uitbreiden. Bij bepaalde mensen zal dat heel beperkt
zijn, anderen hebben aantasting van de huid verspreid over
het volledige lichaam.Dit zien we dan ook weer bij de meeste
mottle vogels. De aantasting van de eumelanine in de
bevedering kan variéren van enkele veervelden tot bijna
volledige reductie van de aanwezige eumelanine. Sommige gaan
al enkele gele veertjes vertonen bij de geboorte, anderen
worden bijna volledig geel na enkele maanden of jaren, weer
anderen krijgen na verloop van tijd enkele pigmentloze
veervelden, welke amper uitbreiden.
Genotype Genetisch gezien lijken er ook heel wat verschillen te zijn
tussen de mottle en recessief of dominant bont. Waar bij de
laatste twee het verervingpatroon duidelijk is en binnen het
kader van de meest voorkomende mendeliaanse verervingen
past, is de mottle een minder begrepen mutant. Niet zelden
hebben kwekers zich het hoofd gebroken over de vraag hoe het
komt dat een mottle met wat ze dan een splitvogel noemen,
geen enkele mottle meer bij zijn nakomelingen had. Anderen
dachten dan weer dat het misschien wel dominant kon zijn,
want jongen van een mottle gecombineerd met een "niet split"
vertoonden dan soms wel mottle kenmerken of enkele bonte
veren. Weer anderen dachten dat er enkel mottle poppen te
vinden waren enz. enz.. De kweekresultaten deden ons al
geruime tijd vermoeden dat we hier waarschijnlijk met
polygenie te maken hadden. Bij polygenie zien we dat
verschillende gemuteerde genen aan de basis liggen van een
mutatie. Wanneer er slechts een paar van deze genen
gemuteerd zijn, heeft dat meestal geen enkele uitwerking of
gevolg. De genen in kwestie zijn niet noodzakelijk verbonden
aan één chromosoom; de onderzoekers aan de universiteit van
Massachusetts hebben ernstige aanwijzingen dat hier minstens
vier of vijf verschillende chromosomenparen bij betrokken
zouden zijn. Sommige genen zouden zich autosomaal recessief
gedragen, terwijl andere zich modificerend (enkel actief
wanneer bepaalde andere genen ook gemuteerd zijn) gedragen.
We hebben hier dus een duidelijk voorbeeld van een
multifactorieel overervingspatroon. De kans dat een mottle
als eerste mutatie zal opduiken in een bepaald genus zal dan
ook heel uitzonderlijk zijn. We zien de mottle daardoor
meestal in soorten waar al verschillende mutanten aanwezig
zijn.
Ook bij vitiligo zijn er aanduidingen als zou
dit verschijnsel door verschillende gemuteerde genen
ontstaan. In het boek "Mutanten"van A. Leroi vermeldt de
auteur dat er minstens 4 genen betrokken zouden zijn in het
ontstaan van vitiligo.
Als we al deze vaststellingen
logisch op een rijtje plaatsen kunnen we deze onvoorspelbare
kweekresultaten verklaren. Het feit dat er meerdere genen
betrokken zijn bij het ontstaan van de mottle, maakt het
daardoor weer moeilijker om de kweekuitkomsten te gaan
voorspellen. Wanneer we een mottle vogel verparen met een
niet mottle, is de kans klein dat alle jongen als "split
voor mottle" kunnen beschouwd worden. Bij de aanmaak van de
gameten of geslachtscellen tijdens de meiose, ondergaat de
oudercel immers een viertal delingen. Tijdens deze
celdelingen worden de aanwezige chromosomen herleid tot
aparte chromosomen, want inhoud dat elke geslachtscel
slechts een chromosoom van het toekomstige chromosomenpaar
van het nieuwe individu zal bevatten. De kans dat elk
"split" jong dan ook de minimum vier noodzakelijke
gemuteerde genen voor mottle zal bevatten, is daardoor
beperkt.
Dat zou betekenen dat de enige min of meer
voorspelbare manier om mottles te kweken mottle maal mottle
zou zijn. Maar door de modificerende eigenschap van bepaalde
gemuteerde genen, bestaat ook de kans dat wanneer deze enkel
aanwezig waren op slechts een chromosoom van het paar (heterozygoot)
en ze tijdens de celdeling niet in de gameten terecht komen,
niet alle noodzakelijke allelen aanwezig zijn om de mottle
eigenschappen te kunnen doorgeven. Aangeraden wordt in elk
geval om zoveel mogelijk vogels uit een bloedlijn te
gebruiken wil men een kweeklijn opzetten. Hierbij is de kans
in elk geval groter dat de nodige gemuteerde genen aanwezig
zijn. <br> Als alle gemuteerde genen wel aanwezig zijn,
moeten we nog rekening houden met het feit dat het mottle
patroon, verschillend van jong tot jong, duidelijker kan
aanwezig. Afhankelijk van individu tot individu zal het
eigen afweersysteem de aanwezige melanocyt-specifieke
auto-antistoffen bestrijden, wat betekent dat het resultaat
verschillend zal zijn van vogel tot vogel. Ook niet
ondenkbaar is het feit dat eventuele omgevingsfactoren hun
invloed hebben op de ontwikkelingen van het mottle patroon.
U ziet het, veel hangt af van toeval bij de
overerving van deze mutant, maar op de vraag of mottle dan
wel degelijk een mutatie is, moeten we bevestigend
antwoorden. Het is een mutatie, alleen vererven de kenmerken
multifactorieel. Het is dus geen klein bier om zomaar
eventjes een stam mottles op te zetten.
Als
tentoonstellingsvogel wordt bij mottle een zo symmetrisch
mogelijk patroon, met een verhouding van 40/60% gevraagd. De
vraag hoe we bij fischeri en roseicollis het verschil kunnen
zien tussen mottle en de andere bonten is eenvoudig op te
lossen: het masker. Bij mottle wordt bij deze soorten in
tegenstelling tot de andere bontmutanten het masker niet
aangetast. Bij personatus en nigrigenis is het verschil veel
moeilijker te maken.
Op de vraag of het verantwoord
is om mottle te kweken moeten we echter het antwoord
schuldig blijven. Er zijn op het eerste zicht geen factoren
die er op duiden dat deze mutant letaal is of minder
vruchtbaar zou zijn. De vraag blijft evenwel altijd open of
de aanwezigheid van deze mutatie eventueel een negatieve
invloed kan hebben op andere aanwezige gemuteerde genen.
Aangezien het hier waarschijnlijk om een probleem met de
auto-immuun reactie gaat, is het immers niet denkbeeldig dat
naast de aanmaak van de eumelanine ook nog andere functies
aangetast kunnen worden, maar daar is tot op heden nog geen
enkel bewijs voor. Zolang het tegendeel echter ook niet
bewezen is, zullen we nog wat moeten afwachten voor we
hierop een 100% sluitend antwoord kunnen geven. Zoals steeds
zal de tijd raad brengen.
© Dirk Vanden Abeele
MUTAVI, Research & Advice Group. Ornitho-Genetics VZW
top
==========================================================
top
Biggencompost
VAM biggencompost. Waarom VAM biggencompost voor
onze vogels ? Door de lage zuurgraad ( pH=3, 4)goed voor
maag en darmflora. Door het hoge gehalte koolstof heeft
het een zuiverende werking . Bevordert de spijsvertering. Een uitgebalanceerd voedingssupplement, op basis van
natuurlijke grondstoffen. Bevat de volgende mineralen en
sporenelementen. Kalium Mangaan Calcium Zink Magnesium
Borium Fosfor Koper ijzer Molybdeen. Het gebruik bewijst
de kracht van het product. Vogelsoorten die het goed
opnemen zijn onder andere: kanaries, Forpussen,
Gouldamadinen, Neophema's, Afrikaanse prachtvinken, Grote
parkieten en papagaaien, Australische prachtvinken,
Postduiven, Europese cultuurvogels .
Veen als voedingssupplement
Tuinturf is een
product dat afkomstig is uit een waterrijk en een voedselarm
milieu dat over het algemeen eeuwen oud is. Door lokaal
bepaalde geografische omstandigheden zoals een waterdichte
klei leemlaag en een dalvormige omgeving is een milieu
ontstaan dat door de hoge neerslagcijfers in ons zeeklimaat
zeer waterrijk is. Door deze dalvormige omgeving is een zuur
milieu ontstaan waardoor de afstervende planten min of meer
werden geconserveerd. Hier door werd het afstervende veenmos
niet omgezet in humus, en kwam op deze manier ook niet tot
beschikking van de heersende vegetatie. Hier door bleef het
milieu voedselarm en kon de specifieke veenvegetatie zich
handhaven. Deze veenvegetatie bestond voornamelijk uit
sfagnumsoorten en wollegras. Door de eeuwen heen is soms een
laagdikte van meerdere meters ontstaan waardoor winning voor
diverse toepassingen economisch interessant werd.
Gebruik
In eerste instantie werd
het veen uitsluitend gebruikt als brandturf. Voor dit
doeleind werd de turf veelal met de hand gestoken en daarna
gedroogd. Hierna werd de turf veelal met platbodems vervoerd
naar de grote steden waar het nagenoeg in ieder huis werd
gebruikt voor verwarming en kookdoeleinden. Pas vrij laat is
ontdekt dat veen door een specifieke behandeling zeer goede
eigenschappen bezat voor de plantenteelt.Wanneer het veen in
natte toestand voldoende lange tijd doorvriest wordt de
interne celstructuur gebroken waardoor het veen in staat is
water op te nemen en weer af te geven. Dit is de
belangrijkste eigenschap van tuinturf, waardoor het met name
ook geschikt werd voor het gebruik als groeimedium.
Winning Het veen wordt voor de winter diep
geploegd zodat de vorst liefst zo diep mogelijk in het veen
kan doordringen.In het voorjaar wordt door regelmatig
cultiveren, de structuur verder verfijnd en eventuele
aanwezige onkruidzaden onschadelijk gemaakt door dat ze na
het ontkiemen door het cultiveren worden gedood. Wanneer het
veen op deze wijze voldoende droog is geworden kan het
oogsten beginnen en wordt het veen met behulp van bulldozers
in grote bulten gedrukt. Het is nu tuinturf geworden.
Daarnaast is het zo dat tuinturf in gedroogde toestand
nagenoeg geheel bestaat uit koolwaterstoffen. Voor de
productie van de beroemde norit maag/darm tabletten bestaat
de grondstof dan ook voornamelijk uit turf. De tuinturf
heeft nu dus drie belangrijke eigenschappen: 1:Het is
zuur:pH 3,5 4,5 2:Het bestaat voor een belangrijk deel
(95%) uit koolwaterstoffen 3:het bevat naast aminozuren
ook nog, zij het in kleine hoeveelheden, bepaalde mineralen.
Opmerking; Tegenwoordig verkoopt men ook
biggencompost speciaal uitgebalanceerd voor vogels ,de naam
van de leverancier is AVI TERRA het is zeker het proberen
waard .Het zal uw vogels zeker in de rui ,maar nog meer de
vogels uit de zwartreeks goed doen. Ingezonden : Avi
Terra : Bodemmineralen voor vogels.
 Samenstelling: Avi Terra is samengesteld uit
doorvroren zwartveen, geselecteerde klei soorten en verrijkt
met sporenelementen. Deze receptuur garandeert een
natuurlijke samenstelling en is daardoor een verantwoorde
aanvulling op het voedselaanbod voor uw vogels.
Toepassing: Avi Terra heeft een aan zurende
werking, bevordert de spijsvertering en heeft een gunstige
invloed op de darmflora. Avi terra wordt gegeven om tekorten
aan mineralen en sporenelementen aanvullend te dekken.
Hierdoor kan de algehele weerstand van de vogel verbeteren.
Door het hoge gehalte organische stof(koolstof) heeft het
bovendien een zuiverende werking. Avi Terra is zacht van
structuur waardoor de vogels het graag en goed opnemen. Avi
Terra heeft haar goede werking in de praktijk bij de
volgende vogelsoorten na jarenlange proefnemingen
bewezen: Kanaries, Gould amadine, Prachtvinken,
Papegaaien,Parkieten,Postduiven, Europese cultuurvogels.
Gebruiksaanwijzing: Gebruik steeds een
schoon schaaltje of bakje. Verstrek per koppel één eetlepel
(= 15 cm³) per twee à drie dagen. Indien het Avi Terra is
uitgedroogd, dient men weer verse Avi Terra te verstrekken.
Wanneer verstrekken Avi Terra kan altijd worden
verstrekt met uitzondering van de periode dat de jonge
vogels in het nest verblijven. Na gebruik. Na gebruik
de verpakking altijd goed afsluiten om uitdroging te
voorkomen. Garantie Bodemmineralen voor vogels op basis
van doorvroren zwartveen, geselecteerde kleisoorten en
sporenelementen. Samenstelling: 90% doorvroren zwartveen,
10% klei en 0,25 kg/m³ sporenelementen. PH3,5-4,5 . EC<0,5mS/cm.
Inhoud: 10 Liter , Gewicht 4 kg . prijs +/- €3.00 Jan der Linden Kortgene
Tel. +31(0)113 302348 E-mail
aviterra@zeelandnet.nl
top
=================================================================

Alle vogels
leggen eieren.
top
Alle vogels leggen eieren. Maar waarom doen sommige
soorten er tien dagen over om ze uit te broeden, terwijl
andere weken of zelfs maanden zitten te wachten op het
uitkomen van hun kuikens? Deze vraag fascineert biologen al
tijden en een volledig antwoord lijkt nog altijd niet in
zicht. Life history theorie Rond de jaren ’50-‘60 van
de vorige eeuw waren de Amerikaan Alexander Skutch en de
Engelsman David Lack geboeid door de verschillen tussen
zangvogels uit de tropen en zangvogels uit gematigde
streken. Ze zagen dat legsels (het aantal eieren in een
nest) van tropische vogels vaak kleiner zijn dan legsels van
vogels in Noord-Amerika en Europa. Ook vonden ze dat
tropische soorten langer over het uitbroeden van hun eieren
doen. En dat terwijl in de tropen nesten veel vaker
leeggeplunderd worden door roofdieren. Het werk van Skutch
en Lack heeft een belangrijke basis gelegd voor de huidige
dierecologie en met name voor het denken over life history
evolutie. De theorie van life history evolutie neemt aan
dat als gevolg van natuurlijke selectie biologische
beslissingen geoptimaliseerd worden. Een voorbeeld van zo'n
beslissing is het antwoord op de vraag van een vogelmoeder:
hoeveel eieren zal ik leggen? De theorie stelt dat
evolutionaire beslissingen het gevolg zijn van een
kosten-baten analyse. De oudervogel “weegt af” hoeveel
hij/zij investeert in het heden (huidige voortplanting) en
hoeveel in de toekomst (eigen overleving en toekomstige
voortplanting). Individuen van een langlevende soort,
bijvoorbeeld een Manakin, produceren vaak maar één klein
legsel per jaar en “rekenen” erop dat ze een jaar later weer
kunnen broeden.
Afb. 1: De Geelbroekmanakin is een typische tropische soort met een
broedperiode van 19 dagen en een legselgrootte van 2 eieren. bron: Irene
Tieleman
Individuen van kortlevende soorten daarentegen, zoals Kool - en Pimpelmees, maken
het liefst twee of meer grote legsels per jaar, omdat de kans dat ze de winter
overleven en een jaar later weer kunnen broeden klein is.
Afb. 2: De
Koolmees heeft zoals veel vogels uit gematigde streken een korte broedperiode
(13 dagen) en grote legsels (7-12). bron: Maaike de Heij
Als we eenzelfde soort kosten - baten analyse
toepassen op de lengte van de broedduur dan stuiten we op
een wonderlijke tegenstrijdigheid. In een omgeving met een
hoge kans op nestpredatie zou je een enorme natuurlijke
selectie verwachten voor een zo kort mogelijke eifase. Een rekensommetje om dit toe te
lichten: stel dat de kans dat een nest gevonden wordt door een roofdier 5% per
dag is, een realistisch getal. Dat betekent dat een nest met een broedduur van
12 dagen 54% kans heeft om uit te komen, terwijl eieren die 20 dagen bebroed
moeten worden slechts een kans van 36% hebben om kuikens op te leveren. Het gekke is dat in de tropen deze voorspelling helemaal niet uitkomt. Juist
daar is er een hoge kans op nestpredatie én hebben vogels een lange
broedperiode. En waarom bestaan er eigenlijk lange broedperiodes? Zijn er
bepaalde beperkingen waardoor het broeden in sommige gevallen niet sneller kan,
of zitten er ook voordelen aan een lange eifase? Misschien helpt het eerst meer
inzicht te krijgen in de patronen van variatie en in de fysiologische en
gedragsmechanismen die de broedduur kunnen beïnvloeden.
Afb,3: De Grijzeroodstaart heeft een broedperioden van +/- 28dagen en
legsels van 3 á 4 eieren.
Vuistregels, Er zijn een paar vuistregels om in je achterhoofd te houden. Ten eerste, grotere
vogels leggen grotere eieren. Ten tweede, grotere eieren doen er langer over om
uit te komen. Dat is wel logisch, want elk ei begint met één bevruchte eicel en
er zijn meer celdelingen nodig om een groter kuiken te maken. De grote uitdaging
voor biologen is het verklaren van de variatie in de lengte van de broedperiodes
nadat je gecorrigeerd hebt voor deze vuistregels. Want ook als je
lichaamsgrootte en eigrootte in de analyse meeneemt blijft er een enorme
variatie in broedperiodes over. De broedduur van kleine zangvogels bijvoorbeeld
varieert tussen de verschillende soorten van ongeveer 9 tot 23 dagen. Patronen van variatie De broedperiode lijkt te variëren met leefomgeving. Zo hebben veel zeevogels,
zoals Stormvogels en Albatrossen, een relatief lange eifase. Na de vroege
waarnemingen van Skutch in de tropen is er niet zo lang geleden discussie
ontstaan of er wel of niet een systematisch verschil is in broedduur tussen
vogels uit de tropen en soorten uit gematigde streken. Ondanks die discussie is
iedereen het erover eens dat er in de tropen meer variatie bestaat. In de tropen van Midden-Amerika hebben sommige kleine zangvogels, zoals
Schoffelsnavels, Manakins en Miervogels, een relatief lange broedduur van 18-23
dagen. In hetzelfde gebied hebben Dikbekjes en Vireos en andere soorten na 12-13
dagen broeden al kuikens. Kortom, tot welke groep vogels je behoort lijkt een
belangrijke invloed te hebben op de tijd die je op je eieren zal moeten zitten.
Dit soort waarnemingen hebben geleid tot onderzoeken om te bepalen op welk
taxonomisch niveau de meeste variatie in broedduur te vinden is. Met taxonomisch
niveau bedoelen we soort, geslacht, familie, orde, enzovoort. Dat zijn de
niveaus die in de biologie gebruikt worden voor de systematische rangschikking
van soorten op grond van overeenkomsten in hun eigenschappen. Veel van de
variatie in broedduur ligt op hogere taxonomische niveaus: Er zijn grote
verschillen in broedperiode tussen ordes en families, maar kleine verschillen
tussen geslachten binnen een familie en tussen nauw verwante soorten. En hoe zit het binnen soorten? Zit elke Koolmees even lang op haar eieren? De
variatie binnen een populatie van een soort is meestal vrij klein. Er zijn
uitzonderingen, vaak samenhangend met weersomstandigheden. Tijdens koude
periodes in het voorjaar bijvoorbeeld duurt het soms wat langer voor eieren
uitkomen. Deze verlenging van de broedduur kan het gevolg zijn van gemiddeld
lagere ei temperaturen. En er zijn extreme gevallen bekend waarin het twee keer
zo lang als normaal duurde voor eieren uitkwamen. Maar meestal is de variatie binnen soorten in de orde van een dag of hooguit een
paar dagen. En in het algemeen geldt dat de variatie in broedduur veel kleiner
is binnen soorten dan tussen soorten.

Mogelijke evolutionaire beperkingen. Terug naar de vraag waarom er lange broedperiodes bestaan: zijn er beperkingen
waardoor deze periode in sommige soorten niet korter kan? De manier waarop de
variatie in broedperiodes verdeeld is over de stamboom van alle vogels
suggereert dat fylogenetische beperkingen misschien een rol spelen.
Fylogenetische beperkingen hebben te maken met de ontwikkeling van soorten in de
loop van hun evolutie. Als een soort eenmaal een bepaalde eigenschap heeft
gekregen door evolutie, dan zitten de soorten die later daaruit voortkomen soms
“opgezadeld” met dezelfde eigenschap. Een beperking dus. Dat kan bijvoorbeeld zo
zijn omdat er geen genetische variatie over is voor andere eigenschappen. Dus
volgens dit idee hebben hedendaagse soorten hun broedduur geërfd van hun
“voorouder-soorten” en was er weinig verandering in broedduur mogelijk. Met andere woorden, Koolmezen en Pimpelmezen hebben allebei een korte
broedperiode omdat hun gezamenlijke vooroudermees een korte broedperiode had. En
Geelbroekmanakins en Witkruinmanakins hebben allebei een lange broedperiode
omdat de oer-Manakin haar eieren lang bebroedde. Dit idee is moeilijk te testen
want we kunnen geen metingen doen aan oervogels, omdat die al eeuwen geleden
uitgestorven zijn.

Er is in slechts twee huidige soorten, de Kip en de Spreeuw, gekeken naar
genetische variatie in broedduur. De Kip is natuurlijk een logische soort voor
dergelijk onderzoek. Mensen fokken al jaren Kippen en zouden met selectie voor
snellere embryonale ontwikkeling graag tot een hogere productie willen komen.
Toch is het onmogelijk gebleken te selecteren op eieren die sneller uitkomen. Er
is vrijwel geen genetische variatie voor de broedduur; de lengte van de eifase
lijkt volledig vast te liggen. Hetzelfde geldt voor Spreeuwen, die zijn
onderzocht in een nestkasten -kolonie. Of andere vrijlevende soorten ook zo
weinig genetische variatie voor broedperiode bezitten weten we niet. Voor veel ecologen is het moeilijk voor te stellen dat er in de honderden,
duizenden en miljoenen jaren van evolutie geen genetische variatie is ontstaan
in de duur van de broedperiode, en dat deze periode volledig fylogenetisch
vastligt. Veranderingen in het DNA kunnen toch voortdurend nieuwe variatie
maken? Misschien dat we in de toekomst meer zullen ontdekken over de genetische
achtergrond van variatie in broedperiodes bij vrijlevende vogels. Mechanismen: fysiologie, gedrag en omgeving. De duur van de broedperiode wordt beïnvloed door allerlei factoren, variërend
van microklimaat van het nest tot gedrag van de oudervogels. Er is veel
onderzoek gedaan naar het verband tussen de temperatuur van de eieren, het
gedrag van de ouders en de weersomstandigheden. De invloed die het samenspel van
deze factoren heeft op de lengte van de broedperiode is vooral bestudeerd binnen
soorten. Veel vogels doen hun uiterste best om hun eieren lekker op temperatuur
te houden.
Afb. 4
Deze grafiek laat de eitemperatuur in de loop van de dag zien van
een Dikbekorganist, een tropische soort,alleen het vrouwtje
bebroed de eieren. Aan het temperatuursverloop van de eieren kan je zien hoeveel
tijd een oudervogel op het nest doorbrengt. De zwarte balk geeft de nacht
aan. De pijlen geven aan wanneer de pop van de eieren is ;de eitemperatuur gaat dan onmiddellijk omlaag.
Als de eieren gemiddeld kouder zijn ontwikkelen de embryo’s zich langzamer en
wordt de broedperiode langer. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens een koude periode
in het voorjaar, en vooral bij soorten waarvan alleen het vrouwtje broedt. Een
broedende pop gaat tijdens de dag regelmatig voor een korte periode van de
eieren af om zelf voedsel te zoeken.

Op koude dagen heeft zo’n ouder meer voedsel nodig om warm te blijven, en soms
kost het ook meer tijd om voedsel te vinden als het koud is. Insecten zijn dan
bijvoorbeeld minder actief. Zo heeft onderzoek bij Koolmezen laten zien dat
vrouwen op koude dagen minder tijd op het nest doorbrengen. Daardoor wordt de
temperatuur van de eieren gemiddeld lager, en de broedperiode langer. Dat
broedende vogels een balans zoeken tussen eieren warm houden en zelf eten zoeken
blijkt onder meer uit experimenten waarin eieren kunstmatig werden afgekoeld of
verwarmd in het nest. Zo brachten Savannegorzen 22% meer tijd op hun eieren door als deze kunstmatig
afgekoeld werden, vergeleken met nesten die met rust gelaten werden. Ze zaten
daarentegen 28% minder tijd op het nest als de eieren kunstmatig verwarmd
werden. Maar ondanks dat de eieren de hele tijd kunstmatig lekker warm gehouden
werden zaten de gors-vrouwtjes toch nog een deel van de dag op hun nest. Het
gedrag van een oudervogel wordt dus niet volledig bepaald door de temperatuur
van de eieren. Kan de interactie tussen de tijd die een ouder op het nest doorbrengt, de
ei-temperatuur en de lengte van de broedperiode ook de verschillen in
broedperiode tussen soorten verklaren? Daar lijkt het niet op. Ook soorten die
een lange broedperiode hebben houden hun eieren lekker warm. Ons werk in de
tropen van Panama leverde bijvoorbeeld een gemiddelde ei-temperatuur van 36.8oC
op voor de Geelbroekmanakin die een broedduur van 19 dagen heeft. Ook de
Roodkeel-Miertangare, met een broedperiode van slechts 13 dagen, hield haar
eieren gemiddeld op 36.7oC. Voordelen van lange broedduur? Zoals we eerder zagen heeft een langere broedduur als nadeel dat de kans dat
eieren overleven tot ze uitkomen kleiner is. Vooral in een omgeving waarin de
nestpredatie hoog is kan dit resulteren in een laag broedsucces, wat
evolutionair gezien een groot nadeel is. Veel evolutionair biologen vragen zich
dan ook af of er geen voordelen zitten aan een lange broedperiode die tegen dit
nadeel kunnen opwegen. Er zijn allerlei ideeën geopperd, maar niet iedereen is
het hier met elkaar over eens.
Afb.5 De eieren van de kiwi zijn in verhouding de grootste van alle vogels. De
broedperioden is +/-70 á 80 dagen. Soms worden er twee eieren gelegd met een
tussenpose van 22 dagen.
Eén van de verwachtingen is dat een langere embryonale ontwikkelingstijd leidt
tot een kwalitatief beter kuiken. Waaruit de kwaliteit van een kuiken bestaat en
hoe je die kan meten is niet helemaal duidelijk. Eén suggestie is dat kuikens
die langer in het ei gezeten hebben een betere afweersysteem tegen ziektes en
parasieten hebben kunnen ontwikkelen. Dit idee zou kunnen verklaren waarom in de
tropen, met relatief veel ziektekiemen, de broedduur vaak langer is. Maar het
roept ook gelijk de vraag op waarom dan niet alle tropische vogels een lange
broedduur hebben, in plaats van slechts een deel. Een andere verwachting komt voort uit de waarneming dat soorten met een lange
broedperiode ook vaak een hoge overleving van oudervogels kennen. Om het risico
dat ze zelf gegrepen worden door een roofdier te minimaliseren zouden ouders zo
min mogelijk tijd op het nest doorbrengen, waardoor de eieren kouder zijn en de
broedperiode langer wordt. Een belangrijke aanname is dat het nest een
gevaarlijke plek is voor ouders. Het achterliggende idee, gebaseerd op life history theorie, is dat vogelouders
een afweging maken tussen hun eigen kans op overleven en het produceren van
jongen. Door weinig op het nest te zitten wordt de kans dat een ouder
aangevallen wordt kleiner en het risico dat de jongen de eifase niet overleven
groter. Dit is wel een aardig idee, maar er zijn geen aanwijzingen dat soorten
met een lange broedperiode minder tijd op het nest zitten en koudere eieren
hebben. Integendeel, de ei -temperatuur van soorten met korte en lange
broedperiodes is ongeveer gelijk. Samenvattend… Ondanks dat we een deel van de variatie in de duur van de broedperiodes kunnen
verklaren met lichaamsgewicht, eigrootte, en verwantschap, begrijpen we de
redenen voor een groot deel van de variatie tussen soorten nog niet. Misschien
dat onderzoek in de toekomst zal uitwijzen in hoeverre de duur van broedperiodes
vastligt door beperkingen in fylogenie, in fysiologische mechanismen of in
gedrag van oudervogels. En misschien zullen we nieuwe voordelen van een lange
broedperiode ontdekken, en uitvinden hoe voor - en nadelen van de broedduur tot
zoveel variatie tussen soorten hebben kunnen leiden. Voorlopig blijft het een mysterie.

Bronnen Davis, S.D., J.B. Williams, W.J. Adams, S.L. Brown (1984) The effect of egg
temperature on attentivenss in the Belding’s Savannah Sparrow. Auk 101: 556-566. Drent, R.H. (1975) Incubation. Pp. 333-420 in Farner, D.S. and King, J.R. (eds.)
Avian Biology, Academic Press, New York. Martin, T.E. (2002) A new view of avian life-history evolution tested on an
incubation paradox. Proceedings of the Royal Society London B 269: 309-316. Ricklefs, R.E. (1993) Sibling competition, hatching asynchrony, incubation
period, and lifespan in altricial birds. Current Ornithology 11: 199-276 Tieleman, B.I., J.B. Williams, R.E. Ricklefs. (2004). Nest attentiveness and egg
temperature do not explain the variation in incubation period in tropical birds.
Functional Ecology: in druk.
Zie ook:
De life
history-fysiologie link (Engels)
Website
Irene Tieleman (Engels)
top
======================//====================
Papegaaienvoeding de nieuwe manier.
Door; Michel van der Plas, Stichting Papegaaienhulp.
top
Een veel besproken onderwerp in de wereld der papegaaienhouders is de voeding.
Terecht overigens omdat de voeding grotendeels bepaalt of de vogel zich prettig
voelt. U bepaalt tenslotte waar de vogel uit mag kiezen in zijn voerbak.
De ervaring van dierenartsen die het kunnen weten is dat het meestal droevig is
gesteld met het menu dat de papegaai krijgt voorgeschoteld. Helaas kunnen wij
als opvang en voorlichtingscentrum alleen maar beamen dat dit bijna altijd waar
is. Wij beseffen dat dit een harde conclusie is, maar de dagelijkse praktijk
wijst uit dat nog steeds veel vogels moeten eten uit een voerbakje dat is gevuld
met verkeerde voeding.
Onderzoek in de dierenartsenpraktijk wijst uit dat nog steeds meer dan 80 % van
de problemen zijn veroorzaakt door de verstrekte voeding. De verzorger valt
echter nauwelijks iets te verwijten. Die voert wat hem bij aanschaf wordt
verteld of wat hem in de winkel wordt aangeboden. Dit is niet vreemd want ook de
schrijver van dit artikel is op die manier begonnen. Pas na langdurige klachten
en het experimenteren met verschillende voedermanieren wordt duidelijk dat men
verkeerd is voorgelicht. Belangrijk is ook dat voeding vaak op de lange termijn pas echt zijn gevolgen
laat zien. Wat u nu voert kan uw vogel over vijf jaar het leven kosten. Waar wij
met onze goedbedoelde adviezen nogal eens tegenop lopen is de reactie:” Ja maar
hij doet het er al jaren goed op”. Het teruglopen van de conditie van de vogel
is altijd een dermate geleidelijk proces dat de eigenaar het pas opmerkt als het
al te laat is. Niemand wil horen dat hij zijn vogel niet goed verzorgt, zelfs
niet als hij het onbewust doet. Toch is ons advies om uw vogel een keer per jaar
te laten onderzoeken door een in vogels gespecialiseerde dierenarts. Hoewel wij
bij Stichting Papegaaienhulp geen dierenartsen zijn, zijn wij wel in papegaaien
gespecialiseerd. Onze ervaring ook met verschillende dierenartsen is dat er geen
twee zijn die u hetzelfde advies geven. Ook in adviezen van dierenartsen zit
kwaliteitsverschil dus u kan altijd gebruik maken van onze second opinion of die
van een andere dierenarts.
In de rest van dit verhaal zal ik mij richten op de filosofie die wij hebben
over de voedingsmanieren van papegaaien. Denk er daarbij aan dat als u aan tien
verschillende voedingsdeskundigen vraagt wat goede papegaaienvoeding is dat u
tien verschillende adviezen krijgt. Mogelijk alle tien ook goede adviezen dus u
bepaalt zelf wat u het meest aanspreekt. Ik zal u er nu van proberen te
overtuigen waarom wij de voeding geven die wij nu geven.
De ouderwetse manier Algemeen aanvaard en nog steeds de meest verstrekte voeding is het alom bekende
zaadmengsel. Dit mengsel bestaat al eeuwenlang voornamelijk uit een mengeling
van zonnebloempitten, tarwe, haver, boekweit, millet, cedernoten en paddy met
daaraan, afhankelijk van de fabrikant, aan toegevoegd een keuze uit
pompoenpitten, lijnzaad, witzaad, dari, maïs, erwten, hondendiner en pinda’s.
Pinda’s Om met de pinda’s te beginnen, kunnen we zeggen dat een voer dat pinda’s als
bestanddeel heeft niet serieus kan worden genomen. Al sinds de jaren zeventig is
bekend dat pinda’s zeer slecht zijn voor papegaaien. Ten eerste omdat het teveel
calorieën bevat waardoor papegaaien zeer snel een overgewicht ontwikkelen. Ten
tweede omdat pinda’s nogal eens begroeid zijn met een schimmel die het giftige
aflatoxine produceert. Dit gif wordt opgestapeld in de lever van de vogel en is
in kleine hoeveelheden al schadelijk en in grote hoeveelheden dodelijk. Eenmaal
in het lichaam aanwezig zal dit gif niet meer uit het lichaam verwijderd kunnen
worden. Dat pinda’s nog steeds als papegaaienvoer worden verkocht, komt vooral
door het vastgeroeste idee dat apen en papegaaien pinda’s eten. Ondanks
waarschuwingsbordjes kampen alle dierentuinen nog dagelijks met mensen die de
bordjes negeren. Gewapend met een zakje pinda’s of brood worden de dieren
onbewust vergiftigd en worden de zorgvuldig uitgestippelde diëten uit evenwicht
gebracht. Geen pinda’s dus.
Tarwe
Vervolgens de tarwe. Een zeer goedkoop graan dat ook prima geschikt is als
papegaaienvoer. Als ze het tenminste zouden eten. Van de honderden papegaaien
die ondergetekende heeft verzorgd was er niet een die tarwe at. Na overleg met
andere papegaaienliefhebbers bleek dat ook zij hun papegaaien niet aan de tarwe
kregen. Slechts in geweekte vorm wordt tarwe soms gegeten. Ditzelfde geld voor
maïs, erwten, dari en katjang idjoe. Eenmaal zorgvuldig geweekt en eventueel
gekiemd is dit een prima voeding. Gedroogd zal bijna geen papegaai ervan eten.
lijnzaad Tenslotte het lijnzaad. Ook dit wordt bij Stichting Papegaaienhulp niet aan het
mengsel toegevoegd. Het heeft bij ons de bijnaam lijmzaad gekregen, omdat als
het nat wordt lijnzaad zich zeer vast hecht aan alle oppervlakken. Het is dan
zeer moeilijk te verwijderen en zelfs met de nagel niet altijd los te krijgen.
Omdat het daarnaast ook niet zeer geliefd is bij de meeste papegaaien hebben we
om schimmelvorming van vastgeplakt lijnzaad te voorkomen, dit zaad verwijdert
uit het mengsel. Behalve dat bestanddelen niet worden gegeten of gewoonweg slecht zijn voor de
papegaai, hebben zaadmengsels nog meer nadelen. Zaadmengsels zijn nooit volledig
en zaad moet altijd als bijvoer worden gezien. Zaden missen essentiële
aminozuren, vitaminen en mineralen ongeacht hoeveel verschillende zaden er aan
het mengsel zijn toegevoegd!
Toevoegingen Om deze tekorten aan te vullen moeten altijd extra’s als eivoer, hondenvoer of
andere toevoegingen worden verstrekt. Probleem hierbij is dat vogels dit pas
eten als de zaden streng worden gerantsoeneerd. Een vogel eet naar
energiebehoefte en zal dus beginnen met datgene te eten dat de meeste energie
bevat. Vet dus. Zonnepitten zijn voor de meeste papegaaien favoriet omdat ze
veel vet bevatten. Zodra zijn energiebehoefte is bevredigd stopt de vogel met
eten. Het minder vette voer blijft dus vaak liggen waardoor eenzijdige voeding
een feit is. Indien een goed zaadmengsel (wat u waarschijnlijk zelf zult moeten mengen omdat
er eenvoudigweg vrijwel geen goede mengsels worden aangeboden) wordt aangevuld
in de juiste verhoudingen met de juiste aanvullingen, kan men dus tot een prima
papegaaienvoer komen. Mits de papegaai natuurlijk ook alles daadwerkelijk opeet.
Pellets Alle hiervoor genoemde problemen leidden er in de jaren tachtig toe dat een
aantal fabrikanten een voer gingen ontwikkelen dat alle ingrediënten bevatte.
Bij vrijwel alle andere diersoorten is dit al volledig ingeburgerd. Wie mengt er
tenslotte tegenwoordig nog zelf zijn hondenvoer. Een nobel streven dus dat echter vanuit de wereld van de papegaaienkwekers met
argusogen werd gevolgd. Terecht overigens want de eerste brokjes waar de fabrikanten mee kwamen waren zo
slecht van samenstelling dat het nauwelijks beter was dan zaad.
In de loop der jaren en met toenemende concurrentie werden vooral in de
Verenigde Staten steeds betere pellets geproduceerd. Veel gehoorde kritiek op pellets is dat het eenzijdig en saai voor de vogels zou
zijn en dat het niet of slecht wordt gegeten. Een goed pelletvoer zal niet eenzijdig zijn omdat het alle voedingsstoffen moet
bevatten. Dat het saai is hebben we in ons opvangcentrum niet kunnen
vaststellen. Mede omdat het advies is om er wel fruit, groenten, onkruid en
eventueel kiemzaden bij te geven. Bij ons is gebleken dat vogels die pellets
krijgen net zolang bezig zijn met eten als vogels die zaden krijgen.
Dat het slecht wordt gegeten is slechts ten dele waar. De meeste papegaaien zijn
zeer conservatief en houden dus niet van veranderingen. Het is inderdaad zo dat
de meeste papegaaien niet direct iets nieuws zullen uitproberen dus ook pellets
niet. Ons is opgevallen dat hoe ouder een papegaai is, hoe moeilijker hij aan
iets nieuws is te wennen. Slechts 5% van onze papegaaien had meer dan twee weken nodig om aan pellets te
wennen. Al deze vogels waren kaketoes of vogels ouder dan 35 jaar. Slechts 1
vogel van 40 jaar oud wilde absoluut niet aan pellets beginnen. Omdat deze vogel
ook een wat zwakkere gezondheid had is hij een weekje naar de dierenarts gegaan
waarna hij alsnog pellets ging eten, eerst gemengd met een beetje babyvoeding
later ook zonder toevoeging. Tegenwoordig lukt het ons met Zupreem pellets
vrijwel iedere vogel binnen drie dagen op pellets over te zetten zonder ze te
laten hongerlijden. Wij kunnen dus nu spreken van een 100% score en mensen die zeggen dat hun vogel
geen pellets eet kunnen dus niet op onze instemming rekenen. Wel is het zo dat
er een gezonde dosis doorzettingsvermogen nodig is. Het is belangrijk
eigenwijzer te zijn dan de vogel. Maar men hoeft de vogel echt niet uit te
hongeren om resultaat te bereiken.
De meest gebruikte methoden om vogels over te zetten op een nieuw soort voer
zijn:
1. Ineens overschakelen, de meeste vogels zullen zonder veel problemen
snel beginnen aan het nieuwe voer. 2. Langzaam afbouwen, steeds iets minder van het oude en meer van het
nieuwe voer geven. 3. Keuze beperken, door ‘s ochtends pellets te geven en ‘s avonds een
beetje zaad krijgt de vogel overdag een hongergevoel zodat hij datgene in zijn
voerbak toch maar opeet. 4. Aantrekkelijk maken, door aan de pellets iets lekkers toe te voegen
zoals bijv. sinaasappelsap, vruchtenlimonade, appelmoes, water of iets anders
dat de vogel lust en dat in de pellet trekt, wordt de pellet aantrekkelijker
gemaakt voor de vogel. Ook kunt u het voer malen en op deze manier gemengd
aanbieden. 5. Prijzen, een goed opgevoede vogel zal eten wat u hem aangeeft, door de
vogel te prijzen als hij het voer van u aanpakt en nog meer te prijzen als hij
het opeet zal hij het ook vanzelf gaan eten. Op deze manier wordt goed gedrag
beloond. 6. Voorbeeld, als u meerdere vogels heeft en één daarvan eet wel pellets
dan is het; zien eten, doet eten en zullen veel weigeraars alsnog beginnen.
7. Laatste mogelijkheid, de lastigste manier om hardnekkige weigeraars
aan pellets te wennen is via dwangvoeding, meestal is het aan te raden dit niet
zelf te doen maar laten doen door een deskundige dierenarts. Hierbij wordt het
voer gemalen en rechtstreeks via een sonde in de krop gebracht uw dierenarts zal
u hierbij verder helpen uw vogel aan het goede voer te helpen.
Een combinatie van deze mogelijkheden geeft vaak de beste resultaten. Het meeste
succes boeken wij door punten 3, 5 en 6 te combineren. Zoals u ziet is het niet altijd een makkelijke zaak om uw vogel aan gezonde
voeding te helpen. Omdat pellets zoveel voordelen hebben is het volgens ons het
voer van de toekomst. Toch hebben pellets ook wel nadelen.
Phytonutriënten Een moeilijk woord dat niet anders betekent dan levende voedingsstoffen. Al heel
lang is bekend dat mens en dier niet kunnen leven zonder bepaalde
voedingsstoffen zoals bijv. vitamines. Hiervan is de werking bekend, evenals de
gevolgen van een gebrek eraan. Sinds jaren is ook al het bestaan van zogenaamde phytonutriënten bekend. Een
voorbeeld hiervan is chlorofyl de stof die bladeren een groene kleur geeft. Tot
voor kort werd er geen voedingswaarde aan deze stoffen toegeschreven. Nu denken sommige wetenschappers daar echter heel anders over. En wie er logisch
over nadenkt komt zelf ook tot de conclusie dat gedroogd(en dus dood) fruit
minder gezond moet zijn dan vers(en dus levend) fruit. Bewezen is dat een gebrek
aan levende voedingsstoffen leidt tot lichamelijke klachten. Dit is het nadeel van pellets. Pellets zijn geextrudeerd (verhit) of geperst en
dus dode voeding. Overigens zijn gedroogde zaden ook geen grote bron van
phytonutriënten en dus geen geschikte aanvulling voor pellets. Veel beter is het
verstrekken van vers fruit, groenten, gekiemde zaden en/ of schone onkruiden.
Vers eten Goede pellets zijn dus een prima basisvoeding die tot een gezondere vogel
(waardoor minder dierenartskosten) kunnen leiden. Voor zover de huidige kennis
van diervoeding reikt is het dus verstandig met mate vers voedsel erbij te
verstrekken. Dit betekent dagelijks een kleine hoeveelheid (en niet eens per
week heel veel) een gevarieerde keuze van liefst ecologisch geteeld fruit,
groente, gekiemde zaden of onbespoten gewassen onkruid.
Omdat ons vaak gevraagd wordt naar voorbeelden van dergelijke toevoegingen
volgen er hier enkele. De top 10 van meest gevoerd groenvoer is: Appel, zomer en winterwortel, banaan, druif, verse maïs, bessen, sinaasappel,
kiwi, paprika en perzik/ pruim. Ik wil nogmaals benadrukken dat de verstrekte
hoeveelheden klein moeten zijn vooral van banaan omdat die voornamelijk uit
zetmeel bestaan. Naast deze top 10 zijn er nog vele andere soorten die verstrekt kunnen worden.
Dit is uiteraard ook grotendeels afhankelijk van het seizoen. Andere veel
gegeven soorten zijn: Augurken, vijgen, kersen, clementines, paardebloem(de gehele plant),
rozenbottel, lijsterbes, vogelmuur, sla, andijvie, spinazie, kool, aardbei,
erwt, biet, granaatappel, selderij, litchi , mango, gras, framboos, braam,
aalbes, kruisbes, vuurdoornbes, zwarte bes, vlierbes, gekookte aardappel(zonder
zout), ananas, papaja, peterselie, koolraap, weegbree, peterselie, broccoli,
pompoen, meloen e.d. Deze lijst is niet compleet maar geeft wel de meest
gevoerde producten.
Geef nooit avocado omdat dit giftig is voor vogels. Pas ook op voor bespoten, vervuild (uitwerpselen van andere dieren) en bedorven
groenvoer. Het groenvoer eerst goed afspoelen voordat u het aan uw vogel
verstrekt. Fruit dat wijzelf eerst schillen voordat we het eten (banaan, citrusvruchten e.d.)
kunt u uw vogel ook het beste zonder schil verstrekken.
Gekiemde zaden Zoals gezegd zijn ook gekiemde zaden zeer gezond voor uw vogel. Door zaden één
dag te laten weken komt de kiem tot leven en wordt het zaad niet alleen beter
verteerbaar maar ook meer gevuld met belangrijke voedingstoffen die liggen
opgeslagen in de kiem. Het grote nadeel van kiemzaden is de grote bederfelijkheid. Niet alleen de
kiemen van het zaad komen bij toevoegen van water en warmte tot leven maar ook
allerlei micro-organismen als schimmels. Om zaden op een veilige manier te
kiemen adviseren wij te kiezen voor zaden of peulvruchten die snel ontkiemen.
Goede voorbeelden zijn zonnepitten, safloorpitten en katjang idjoe. Laat deze 24 uur in schoon water weken en zet ze dan nog 24 uur droog weg na ze
goed te hebben afgespoeld. Nu zijn de zaden ontkiemd en na nogmaals afspoelen en
eventueel te koken zal uw vogel ze graag eten. Goed gekiemde zaden bederven niet snel omdat de zaden zelf allerlei
verdedigingstechnieken hebben om zichzelf tegen micro-organismen te beschermen.
Wees echter zeer bedacht op schimmels, op warme dagen ontwikkelen deze zich
razendsnel.
Peulvruchten Bij het kiemen van peulvruchten moet men erom denken dat deze veel fytinezuur
bevatten. Fytinezuur is een stof die zich bindt met mineralen en sporenelementen
zoals calcium, zink en ijzer. Teveel fytinezuur zorgt dus voor een kalkgebrek en
men moet dus oppassen met gekiemde peulvruchten zoals erwten en bonen.
Tenslotte moet nog de vraag beantwoord worden welk merk pellets onze voorkeur
heeft. Hoewel Stichting Papegaaienhulp niet het doel heeft andere merken af te
kraken, willen we vanwege de grote kwaliteitsverschillen tussen de diverse
merken een voorkeur uitspreken. Ons favoriete merk op dit moment is Zupreem dat
helaas in Nederland nog slecht is te verkrijgen maar in de VS marktleider is.
Een goede tweede is Harrison’s Bird Foods (HBF) dat helaas pinda’s bevat en
nogal sterk uitzet als het nat wordt (dus ook in de krop). Beide merken worden
zeer goed geaccepteerd door de vogels en zorgen voor een mooi verendek, stevige
ontlasting en goede gezondheid.
Dat het laatste woord over papegaaienvoeding nog niet is gezegd daar is iedereen
het over eens maar voorlopig zullen we het hiermee moeten doen. Als er
aanleiding voor is zal deze folder direct worden aangepast. Deze tekst is voor het laatst aangepast op 30 maart 2006. Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met:
Michel van der Plas Stichting Papegaaienhulp
top
=============//==============
Anti-oxydanten
top
Door de EG toegestane anti-oxydanten : Nu komen we pas bij de echte boosdoeners als je het over pellets/brokken hebt.
Antioxydanten zijn stoffen die o.a. het ranzig worden van vetten tegengaat. Er
bestaan diverse natuurlijke antioxydanten zoals vitamine E en vitamine C.hoewel
deze ook chemische zijn conserveren ze natuurlijk??? ja raar hè natuurlijk
conserveren met chemische vitaminen. Maar er bestaan ook diverse chemische
anti-oxydanten zoals Ethoxiquine, BHA en BHT. Ethoxiquine is een chemische stof
die als pesticide wordt gebruikt. Deze stof is voor menselijke consumptie
verboden maar helaas mag het in huisdierenvoeding gebruikt worden. Bijna alle
voedingsfabrikanten gebruiken Ethoxiquie als antioxidant in hun vogelvoeders.
Het is goedkoop! En in de dierenvoeding draait nu eenmaal alles om geld.... Bij
onderzoeken naar Ethoxiquine is aangetoond dat het kankerverwekkend is. Het
beïnvloed tevens de vruchtbaarheid en kans zelfs tot onvruchtbaarheid leiden.
Ook wordt aangenomen dat Ethoxiquine epileptische aanvallen kan veroorzaken. BHA
en BHT zijn chemische stoffen die het zenuwstelsel aantasten. Ook deze stoffen
worden veelvuldig in brokken verwerkt om het ranzig worden van vetten tegen te
gaan. brokken met Ethoxiquine, BHA en BHT bevatten dus letterlijk vergif! Nu
zijn de voederfabrikanten heel slim en ook voor wat betreft deze stoffen
proberen ze de regelgeving te omzeilen. Veel fabrikanten voegen het namelijk
zelf niet toe en kunnen dan op de verpakking zetten: ´Geen chemische
anti-oxydanten toegevoegd´. Als consument denk je daarmee een voer gevonden te
hebben wat vrij is van deze giftige stoffen maar helaas is dat niet altijd waar.
Als Ethoxiquine, BHT of BHA aan de grondstoffen is toegevoegd dan hoeft de
fabrikant dit niet op de verpakking te vermelden de biologische bedrijven mogen
deze grondstoffen niet gebruiken.....
top
=============//=============
klik hier
Zoek op uw postcode .

top
=============//==============
top
Duizend papegaaien in beslag
Wederom papegaaien in Kameroen in beslag
genomen.
Bron: Newscore, 4 februari 2010
Het lijkt niet te stoppen maar nadat er eind
2009 al 300 papegaaien in beslag genomen zijn er eind Januari
wederom 700 papegaaien op het vliegveld in beslag genomen.
Vermoedelijk waren het hoofdzakelijk Grijze roodstaarten.
Ambtenaren vonden de vogels die in 14 kratten waren samengepakt.
Een deel van de vogels waren al overleden. De overgebleven
vogels werden aan het ministerie van Wildlife overhandigd om
daarna naar een zoologisch park in Limbe, in het zuidwesten van
het land gebracht te worden. Helaas slaagde de politie er niet
in om de smokkelaars in de kraag te grijpen omdat ze
vermoedelijk al getipt waren ( door medewerkers van de
vlieghaven ) over de politie actie. De uiteindelijke bestemming
is onbekend gebleven. Kameroen heeft de officiële export
stilliggen in afwachting van veldonderzoek naar de populaties
wilde papegaaien.
=============//==============
vr 05 feb
2010
Douala - Douanebeambten op een vliegveld in Kameroen hebben meer dan
duizend papegaaien in beslag genomen. De smokkelaars waren van
plan de grijze roodstaarten vanuit het West-Afrikaanse land naar
de golfstaten Bahrein en Koeweit te brengen, zo maakte
natuurbeschermingsorganisatie Wildlife Direct vrijdag bekend.
„Het is de grootste lading papegaaien die ooit in Kameroen in
beslag is genomen”, aldus een woordvoerder van het opvangcentrum
waar de papegaaien naar toe zijn gebracht. De vogels bevonden
zich al enkele dagen in een container, voordat de douane de
vondst deed. Enkele tientallen dieren hebben het niet overleefd.
Grijze roodstaarten zijn internationaal zeer gewild als
huisdieren. De handel in de vogels is aan strikte regels
gebonden om de populaties in het wild te beschermen.
=============//==============
top
Imported African Parrots
De Europese grenzen zijn per 1 juli
2007 gesloten voor de import van
vogels uit alle overige delen van de
wereld. Wij zullen het in de
toekomst dus nagenoeg moeten doen
met wat er nu bij liefhebbers
aanwezig is. Kweken is daarom de
boodschap!!

Ik heb dit stukje geplaatst zodat u een idee kunt krijgen wat er zo al
geimporteerd werd aan Afrikaanse papegaaien, in dit geval Grijze roodstaarten en senegal papegaaien. Ook kunt u onder
soorten bij iedere soort de vanglijsten bekijken.
Land van herkomst
Cameroon
Democratic Republic of the Congo
Guinea
Guinea Bissau
Liberia
Mali
Senegal
Sierra Leone
|
soorten
Grijzeroodstaart
Grijzeroodstaart
Senegal
papegaai
Senegal papegaai
Timneh Grijze roodstaart
Senegal papegaai
Senegal papegaai
Timneh Grijze roodstaart
|
aantallen imports 2001
12.000
10.000
9,000
7,000
3,000
19,000
16,000
2,000
|

De tijdelijke importstop voor vogels, die vanwege het gevaar voor vogelgriep
werd
ingesteld, heeft de levens van honderdduizenden zeldzame en exotische vogels
gered. Dit verklaarde de RSPB .
Lees verder…
top
============//=============
Toename illegale
vogelimport gevaarlijk .
top
Gepubliceerd op donderdag 30 november 2006 16:00
(Novum) - De illegale invoer van wilde vogels is enorm toegenomen door de
strengere importverboden in de Europese Unie na de vogelgriepepidemie. De
onwettige handel in de wilde vogels is lucratief geworden, stelt de
Europese vereniging van importeurs van vogels en levende dieren donderdag.
Volgens voorzitter Rinus Borgstein van de vereniging vormt de illegale
handel een ernstige bedreiging voor de gezondheid, omdat er meer zieke
vogels Nederland binnenkomen. Hij schat het aantal illegaal geïmporteerde
uitheemse vogels in de EU sinds de nieuwe importverboden begin dit jaar op
tienduizend. Daarvan zijn er volgens hem vele honderden in Nederland
ingevoerd. Ook in ons land komen er behoorlijk wat vogels binnen, in alle
soorten en maten. Ze worden niet gecontroleerd op ziektes en worden vaak
onder erbarmelijke omstandigheden vervoerd.
De prijzen van wilde vogels zijn na de striktere importregels enorm
gestegen, zegt Borgstein. Een roodstaart papegaai kostte vroeger honderd
dollar. Vorige week hoorde ik dat er vierhonderd zijn verkocht voor 250
doller per stuk. De illegale vogelhandel verloopt volgens Borgstein
meestal niet via internet, maar via mond-tot-mondreclame.
EU-commissaris Markos Kyprianou voor volksgezondheid wil de zakelijke
import van wilde vogels beperken tot dieren afkomstig uit nog minder
landen, zoals Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en Chili. Dat zijn voor ons
als importeurs oninteressante landen. De plannen van Kyprianou lossen
niets op en maken de risico's alleen maar groter, doordat er tienduizenden
vogels via illegale kanalen binnenkomen, zegt Borgstein.
Bron: Elsevier
top
==================//==================
top.
Meer
info over Cites
CITES staat voor de ‘Convention on International Trade in Endangered
Species of wild fauna and flora’. Wereldwijd kent CITES een kleine 180
leden, waaronder alle lidstaten van de Europese Gemeenschap en dus ook
Nederland.
Door middel van vergunningen en certificaten wordt de (commerciële)
handel van meer dan 30.000 beschermde soorten planten en dieren
gereguleerd. In Nederland wordt de CITES-regelgeving uitgevoerd door het
CITES-bureau. Het CITES-bureau is onderdeel van Dienst Regelingen van
het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
Voor wie?
Veel mensen hebben beroepshalve of hobbymatig met beschermde planten en
dieren te maken. Bijvoorbeeld:
- U koopt een papegaai in een dierenwinkel
- U neemt een souvenir mee van vakantie.
- U exporteert bloembollen;
- U kweekt en handelt bedrijfsmatig in vogels;
- U fokt hobbymatig reptielen;
- U neemt een schildpad over van een familielid die er niet meer voor
kan zorgen.
CITES-regelgeving Op internationaal niveau zijn de bedreigde soorten opgenomen in drie
verschillende bijlagen. De bijlage waarin een soort is opgenomen bepaalt
of internationale handel is toegestaan en zo ja, onder welke
voorwaarden.
De Europese Gemeenschap heeft de CITES-regelgeving vastgelegd in
verordeningen. De Europese regelgeving kent naast de CITES-vergunningen
het EG-certificaat voor eigendomsoverdracht en commerciële handelingen
binnen de Europese Unie.
In Nederland is de Flora- en faunawet van kracht. Door deze wet kan
CITES uitvoering geven aan de Europese regelgeving en zijn overtredingen
strafbaar gesteld. De Flora- en faunawet kent een verbod op ‘het onder
zich hebben’ van bepaalde soorten. Voor particulieren geldt bijvoorbeeld
een algeheel verbod op het houden van apen en de meeste katachtige.
Waar kan ik een CITES vergunning of certificaat aanvragen?
U kunt een aanvraag voor een CITES vergunning of certificaat indienen
bij het CITES-bureau. Op de internetsite www.minlnv.nl\loket vindt u
meer informatie over CITES in het algemeen, wet- en regelgeving en wordt
uitgelegd hoe u een vergunning of certificaat kunt aanvragen. Kies bij
onderwerpen voor ‘Vergunning en ontheffing’ en ‘CITES’. U kunt ook
contact opnemen met het LNV-loket op 0800-2233322
Informatie over CITES. Ministerie van landbouw natuur en voedselkwaliteit (LNV) Telefoon: 078 - 6395101 E-mail:
cites@minlnv.nl
top
=================//================
top Europarlement wil invoer
wilde
vogels beperken.
Telegraaf di 27 feb
2007, 11:05
BRUSSEL - De import van wilde vogels zoals papegaaien moet strenger, vindt
de verantwoordelijke commissie van het Europees Parlement. De
parlementsleden willen verder gaan dan een voorstel van de Europese
Commissie om de invoer te beperken tot enkele gebieden.
„Het risico is dat die gebieden dan vogels doorvoeren vanuit andere
illegale gebieden”, verwoordde Dorette Corbey (PvdA) dinsdag het gevoel
van de commissie milieu en gezondheid. „We willen ook dat alleen
gecertificeerde bedrijven de vogels mogen vangen. Dat moet voorkomen dat
bedreigde soorten verder wegkwijnen. Of dat de vangers nare dingen zoals
lijmstokken gebruiken voor de vangst.” De Europese Unie beperkt sinds 2005
de invoer van wilde vogels met tijdelijke maatregelen. Het nieuwe voorstel
moet dat omzetten in een vaste regeling. De importbeperking moet zowel het
vogelgriepvirus H5N1 buiten Europa houden als bedreigde vogels beschermen.
top
========================================================
top
Toezeggingen CITES
Kamerstuk | 19-01-2006
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
ons kenmerk : DN. 2005/4115
datum : 19-01-2006
onderwerp : Toezeggingen CITES
bijlagen :
Geachte Voorzitter,
Tijdens het Algemeen Overleg met uw Kamer over CITES op 16 maart 2005 en
het Voortgezet Algemeen Overleg van 24 maart 2005 heb ik u twee
toezeggingen gedaan. Per brief van 13 juni jl. (TRCJZ/2005/1839) heb ik u op de hoogte gebracht
van de stand van zaken op dat moment. Met deze brief informeer ik u over:
Mijn conclusies inzake het rapport van de Stichting Papegaaien en
Parkieten Welzijn over een nulquotum voor in het wild gevangen vogels; Bestrijding van de illegale ivoorhandel; Voorbereidingen CoP14. 1. Importverbod op uit het wild gevangen vogels. Het rapport van de Stichting Papegaaien en Parkieten Welzijn gaat in op de
gevolgen van het uit de natuur vangen van papegaaien. Eerder ontving ik
ook oproepen van diverse NGO's via de World Parrot Trust, die pleiten voor
een complete importstop op uit het wild gevangen vogels. Ik heb het
rapport en de oproepen bestudeerd. Wegens het technische karakter van het
rapport en de specifieke expertise die vereist is om het goed te kunnen
beoordelen, heb ik het rapport ook voorgelegd aan de onafhankelijke
commissie bedreigde uitheemse dier en plantensoorten. Mijn bevindingen
komen overeen met de conclusies van deze commissie.
Conclusies rapport Een aantal conclusies in het rapport van de Stichting Papegaaien en
Parkieten Welzijn kan ik onderschrijven:
Het behoud van soorten in de natuur verdient de voorkeur boven fok in
gevangenschap. De hoogte van prijzen van vogelsoorten is grotendeels bepalend voor de
mate waarin de soort wordt bedreigd. Een actieve bescherming ter plaatse leidt tot een geringere mortaliteit
door verstoring van nesten. In het rapport wordt ook een vergelijk getrokken met het importverbod dat
de Verenigde Staten hebben zoals vertaald in de Wild Bird Conservation Act
van 1992 (WBCA). Die vergelijking gaat mijns inziens mank. De Verenigde
Staten kunnen vanwege hun belangrijke positie op het Amerikaanse continent
gemakkelijker enkelzijdig maatregelen treffen. Overigens voorziet de WBCA
in de nodige uitzonderingen. Nederland heeft binnen de EU rekening te
houden met tal van lidstaten, waarbij regelgeving tot stand komt door
middel van dialoog.
Reactie op het rapport Laat ik voorop stellen dat ik de bezorgdheid van de Kamer deel. Uw en mijn
doelstelling is beleid te ontwikkelen dat het beste is uit het oogpunt van
soortenbehoud. Na het rapport grondig bestudeerd te hebben, blijf ik van
mening dat verdere invoerbeperkingen vanuit Nederland dan de huidige onder
de bestaande EU-regelgeving niet wenselijk zijn. Onderstaand zet ik uiteen
welke aanvullende redenen, die niet in het rapport vermeld zijn, mij tot
deze conclusie leiden.
Een permanent importverbod van papegaaien zet geen rem op de illegale
handel, want het is aannemelijk dat de ongereguleerde handel toeneemt door
het prijsopdrijvend effect dat zal ontstaan omdat vogels niet meer legaal
te verwerven zijn. In de praktijk zien we dat in landen waar al lang een
uitvoerverbod geldt, stroperij blijft plaatsvinden ( bush meat, lokale
handel). Tenzij er goede en betaalbare alternatieven zijn, zoals gekweekte
vogels, zal een totaalverbod ook voor een aantal vogelimporteurs de
motivatie weghalen om vogels op een legale en duurzame manier te
betrekken. Uit ervaringen met andere landen blijkt dat uit het wild
gevangen vogels met behulp van valse verklaringen worden ingevoerd of
erger, zonder CITES-documenten het land worden binnengesmokkeld, vaak
onder dieronwaardige omstandigheden.
Een verbod zal de motivatie ondermijnen om ter plaatse beschermende
maatregelen te treffen. De gevolgen kunnen verstrekkend zijn.
Verschillende vormen van landgebruik concurreren immers met elkaar. Als
het economisch nut komt te vervallen is het niet denkbeeldig dat er
andere, economisch interessantere vormen van landgebruik intrede zullen
doen (ontbossing, veeteelt, verbouwen van soja) met desastreuze effecten
op de leefgebieden van vele soorten ter plaatse. De duurzame handel in
vogels verschaft veel armen in minder ontwikkelde landen een inkomen en is
tegelijkertijd een goede stimulans om deze vogels en hun habitat te
beschermen. We dienen ons hierbij te realiseren dat papegaaien - waarin de
bulk van de handel plaatsvindt - ook landbouwgewassen eten. Veel lokale
bewoners hebben dan ook een reden nodig om deze soorten niet te bejagen.
Verder heb ik ook bedenkingen van bestuurlijke aard. Ten eerste is een
enkelzijdig importverbod strijdig met het EG-verdrag (ook strijdig met het
CITES-verdrag). Als lidstaat maakt Nederland onderdeel uit van een grote
gemeenschappelijke markt met als kenmerk het ontbreken van binnengrenzen.
Ten tweede is het twijfelachtig of een (enkelzijdig) importverbod
WTO-conform is. En ten derde is het een misvatting dat het handhaven van
een totale importstop eenvoudig is. Door de toename van de illegale handel
zullen er allerlei wegen gezocht worden om vogels te smokkelen. Dit doet
een groot beroep op instanties met opsporings- en handhavingstaken.
Handhavingsaspecten Tijdens het AO van maart jongstleden heb ik mij ook bezorgd getoond over
het niet meer beschikken over quarantaine maatregelen in geval van een
permanent importverbod. Door niet gereguleerde handel in vogels ontstaan
er juist grotere risico's voor de insleep van besmettelijke dierziekten.
Met de geldende quarantaine maatregelen kunnen we deze risico's succesvol
inperken, zoals onlangs ook is gebleken in Engeland.
Het is overigens niet zo dat er een grote stroom ongereguleerde handel van
CITES-geregistreerde vogels plaatsvindt. De handel in veel CITES-erkende
soorten is reeds lang verboden. Deze soorten staan op Annex I van de
CITES-regelgeving en op bijlage A van de EU-Verordening. Gereguleerde
handel is toegestaan met de doorgaans minder bedreigde soorten. Deze staan
vermeld in Annex II (bijlage B van de EU-Verordening). Import van Bijlage
B-soorten vereist een importcertificaat, dat pas wordt afgegeven nadat een
exportcertificaat is ontvangen. Deze procedure biedt het importerende land
de morgelijkheid de echtheid en juistheid van het afgegeven
exportcertificaat te verifiëren. Een importcertificaat wordt geweigerd als
de Nederlandse Wetenschappelijke Autoriteit concludeert dat door de import
de desbetreffende soort in haar voortbestaan wordt bedreigd. Op EU-niveau
worden deze adviezen afgestemd op basis waarvan de Europese Commissie
bindende tijdelijke importstops kan publiceren. Deze aanpak dwingt
betrokken staten tot overleg om tot een betere bescherming ter plaatse van
de betreffende soort te komen.
Conclusie regering Alles afwegende herhaal ik mijn conclusie dat het rapport mij niet heeft
kunnen overtuigen dat een Nederlands importverbod de beste garanties biedt
voor het voortbestaan van vogels in het wild. Niettemin ben ik bereid,
zoals ik ook al eerder aangaf, te bezien of een EU-breed importverbod wel
die garanties kan bieden.
2. Bestrijding van de illegale ivoorhandel Ik heb u toegezegd dat ik contact op zou nemen met de minister voor
Ontwikkelingssamenwerking om te bezien of er mogelijkheden zijn om met
behulp van lokale programma's ook de bestrijding van illegale ivoorhandel
te ondersteunen. Hierover kan ik u het volgende berichten. De
implementatie van het CITES-verdrag heeft in specifieke gevallen een
directie relatie met armoedebestrijding. In deze relatie moeten
mogelijkheden voor ondersteuning ook gezocht worden.
De mogelijkheid voor ondersteuning van lokale programma's wordt getoetst
aan het Beleidsprogramma Biodiversiteit Internationaal ( BBI). De
prioriteiten van het beleid over internationale biodiversiteit en de rol
van CITES zijn hierin verwoord. Daarbinnen bestaat een financieel
instrument dat gezamenlijk door de ministeries van LNV en OS wordt
beheerd. De mogelijkheid bestaat om activiteiten op het gebied van
armoedebestrijding en CITES te ondersteunen met dien verstande dat OS het
programma zal toetsen op de bijdrage aan armoedebestrijding ter plaatse.
Ik heb vooralsnog geen verzoeken voor ondersteuning van projecten en/of
programma's ontvangen.
3. Voorbereiding CoP14 Tenslotte kan ik u over de voorbereidingen voor CoP 14 het volgende
melden. Onlangs zijn in overleg met het CITES-secretariaat de datum en
locatie vastgesteld. CoP 14 zal plaatsvinden van 3 tot en met 15 juni in
het World Forum Convention Center (WFCC) in Den Haag, voorheen bekend
onder de naam Nederlands Congres Centrum (NCC).
De minister van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit,
dr. C.P. Veerman
top
=========================================================================
top
Teflon toxicose bij vogels.
Waarschuwing voor Teflon
vergiftiging. De kerstdagen staan weer voor de deur. Bij uitstek een gelegenheid om eens
gezellig met familie of vrienden te gourmetten. Maar pas wel even goed op
als u een vogel bezit. Lees het onderstaande stukje dus goed door, want uw
vogel kan overlijden door onder andere gourmetten! Sinds het gourmetten
populair is geworden, weten we wat teflon vergiftiging is. Plotseling werden
dierenartsen geconfronteerd met vogels die overleden zonder ooit ziek
geweest te zijn. Als de omstandigheden waaronder de vogel overleden was
werden nagegaan, bleek het steeds te gaan om vogels die waren overleden na
een avondje gourmetten. Als de gestorven dieren werden nagekeken bleken zij
altijd massale longbloedingen te hebben. Toch kon er geen bacterie, gist of
virus aangetoond worden. Daardoor kwam men al snel op het idee dat het om een vergiftiging zou gaan.
Dat bleek inderdaad zo te zijn. Teflon is het laagje dat aan de binnenkant
van zogenaamde anti-aanbakpannen wordt aangebracht en wat ook op de meeste
gourmetpannetjes zit. Als teflon sterk verhit wordt komt er damp uit vrij.
Vogels (niet alleen papegaaien maar ook bv kanaries en de meeste andere
vogelsoorten) zijn extreem gevoelig voor deze damp. Als zij dit inademen ontstaan er uitgebreide bloedingen in de longen
waar de vogels in het algemeen zeer snel aan overlijden. In principe is het
af te raden om anti-aanbakpannen te gebruiken in dezelfde ruimte waar vogels
verblijven. Toch is het niet zo dat bij ieder gebruik van een anti-aanbakpan
een vogel vergiftigd zal worden. De schadelijke damp komt slechts vrij als de temperatuur van de pan zeer hoog
wordt. Dit komt het meeste voor als een anti-aanbakpan leeg op het vuur
staat. Omdat bij gourmetten ieder zijn eigen pannetje heeft, komt het bij
gourmetten vaak voor dat er een tijdje een pannetje leeg op de
verhittingsplaat staat. Daarom is gourmetten in een ruimte waar ook de
vogels verblijven ten strengste af te raden. Ook als er gebruik wordt gemaakt van anti-aanbakpannen of tostie apparaat in een keuken waar vogels
verblijven, kunnen zij beter even verplaatst worden totdat het gevaar
geweken is.
Teflon.¹ We kennen het eigenlijk allemaal. Het is de merknaam van een
kunststofverbinding: poly-tetra-fluoro- ethyleen oftewel PTFE. Deze
chemische verbinding werd ontdekt in 1938 door Roy Plunkett, een
medewerker van de firma
DuPont³.
Al in 1949 werd Teflon als commercieel product geïntroduceerd en gebruikt
voor vele doeleinden. Vandaag de dag is Teflon in bijna elk huishouden aanwezig. Denk maar aan
anti-aanbakpannen, wafelijzers, pannetjes van gourmetstellen, taartvormen
of de zooltjes van strijkijzers. Zelfs zelfreinigende ovens of speciale
warmtelampen kunnen een Teflon coating hebben. (Ten overvloede vermeld ik nog even dat daar waar de merknaam "Teflon" in
dit artikel geschreven staat, ook andere merken of merkloze
anti-aanbakpannen c.q. coatings bedoeld worden!)
Met name de laatste jaren is Teflon
bij veel vogelliefhebbers in een negatief daglicht komen te staan. Op de
vele vogelfora die het "world wide web" telt is het een "hot item" en
tegelijkertijd een bron van zorg. Regelmatig wordt dan ook de vraag
gesteld: "hoe schadelijk is Teflon voor mijn vogels?" Volgens de firma Dupont is Teflon bij normaal huishoudelijk gebruik niet
schadelijk voor onze gevleugelde huisgenoten. Echter, het is bewezen dat
Teflon wel degelijk zeer ernstig letsel (met vaak de dood als gevolg) kan
toebrengen aan uw vogels. Een eitje bakken in een anti-aanbak pan kan op zich niet zoveel kwaad. De
problemen beginnen pas goed wanneer u een lege anti-aanbakpan gedurende
een minuut of 3 op vol vermogen gaat verhitten op uw keramische- of
gaskookplaat.
De firma DuPont claimt dat
verhitting van Teflon pas schadelijk is bij extreem hoge temperaturen die
in de "normale keuken" niet gehaald kunnen worden. Volgens de fabrikant is
dat ongeveer 260°C, de maximale² temperatuur die nodig is om te bakken en
braden. Een Amerikaans onderzoeksteam besloot de proef op de som te nemen, en
heeft tests gedaan met deze pannen. Een lege, merkloze koekenpan met een
Teflon coating werd voor dit doel op een huishoudelijke elektrische
kookplaat verhit. In 3,5 minuut liep de temperatuur van de pan op tot
391°C. Een lege Teflon® pan bereikte onder dezelfde testcondities een temperatuur
van 383°C in 5 minuten. Tijdens het onderzoek werd ook gemeten bij welke
temperatuur er bepaalde stoffen vrijkwamen.
Reeds bij een verhitting van 200 °C
is er bij Teflon al sprake van
"thermische
ontleding" waarbij vluchtige fluorverbindingen ontstaan. Deze
verbindingen zijn schadelijk voor de ademhalingsorganen. Vogels die
hieraan blootgesteld worden kunnen hieraan zeker overlijden. Wordt de temperatuur opgevoerd tot 360°C graden of hoger, dan lopen ook
jonge kinderen en kleine huisdieren gevaar. Bij extreme verhitting boven
de 475 °C komen er diverse kankerverwekkende en zeer giftige stoffen vrij,
waaronder perfluoroisobutaan oftewel PFIB. Deze laatste stof is verwant
aan zenuwgas dat gebruikt wordt bij chemische oorlogsvoering. Deze extreme verhitting is bij huishoudelijk gebruik uiteraard niet
mogelijk.
Waarom zijn vogels zo gevoelig?
Wat
vogels extra kwetsbaar maakt voor deze dampen en/of giftige deeltjes heeft
onder andere te maken met de anatomie van de vogellongen. Een vogel heeft relatief gezien een groot "ademhalingsoppervlak" en het
ademhalingsstelsel is volledig anders gebouwd dan dat van een mens. Bij
mensen (en zoogdieren) stroomt er alleen zuurstofrijke lucht in de longen
tijdens de inademing. Bij vogels gebeurt dit ook, maar een deel van deze
lucht stroomt verder naar de zogenaamde luchtzakken. De luchtzakken zijn uitstulpingen van de longen, die tussen de botten en
de organen gelegen zijn. Vogelbotten zijn hol en bevatten lucht zodat ze
minder zwaar zijn en alsmede daardoor kan de vogel beter vliegen. Deze
luchtzakken vormen als het ware een reservoir van zuurstofrijke lucht.
Tijdens de uitademing stroomt deze lucht weer door de longen, waardoor er
opnieuw zuurstof door de longen opgenomen wordt.Helaas heeft dit ook een keerzijde: naast zuurstof worden ook ingeademde
toxische stoffen nogmaals via de longen in het bloed opgenomen.
Teflon toxicose bij vogels
Teflon toxicose oftewel Teflon vergiftiging veroorzaakt o.a. longbloedingen bij
vogels. De vogels verdrinken als het ware in het bloed dat zich in de
longen ophoopt. De dood kan zeer snel intreden (binnen het kwartier) maar het kan ook
aanzienlijk langer (11 uur) duren.
De beginsymptomen van Teflon toxicose zijn: benauwdheid, slaperigheid,
coördinatiestoornissen en tenslotte ernstige stuiptrekkingen waarna
onherroepelijk de dood volgt.
Bij autopsie van overleden vogels vindt men verder afwijkingen aan de
hartspier, zwelling van de lever, long- en hersenbloedingen. Een medicijn om Teflon toxicose te genezen is er niet. Corticosteroïden
(bijnierschorshormonen) zoals prednison worden voor dit doel wel ingezet,
maar zijn zelden afdoende. Bovendien zijn veel vogels al gestorven voordat
ze de praktijk van de dierenarts bereiken.
De firma DuPont
Het is bewezen dat Teflon wel
degelijk giftige gassen en deeltjes afgeeft, bij aanzienlijk lagere
temperaturen dan de fabrikant claimt. De firma DuPont is overigens op de
hoogte van het feit dat oververhit Teflon verantwoordelijk is voor de dood
van kooivogels. Verzoeken van diverse instanties om speciaal voor de vogelhouders een
waarschuwing op de productverpakking te zetten, worden door de fabrikant
niet gehonoreerd. De firma (bang dat verkoopcijfers zullen dalen??)
reageert met de mededeling dat spiegels, ruiten of draaiende
kamerventilatoren ook gevaarlijk zijn voor vogels. Persoonlijk vind ik
deze constatering wel erg kort door de bocht. Een draaiende ventilator is
immers zichtbaar maar giftige dampen veroorzaakt door een anti-aanbakpan
niet. Bovendien staan mensen er niet bij stil dat hun pan, strijkijzer of
broodrooster wel eens giftige dampen zou kunnen afgeven. Overigens staat er op de website van Dupont wel een waarschuwing met
betrekking tot vogels, maar erg diepgaand is die niet.
Tips voor vogelhouders
Heeft u kooivogels in de huiskamer,
dan kunt u het beste Teflon producten totaal vermijden. Het is niet voldoende om de vogel tijdens een avondje gourmetten in een
aparte ruimte onder te brengen. De dampen die mogelijkerwijs bij
oververhitting vrij zouden kunnen komen zijn zo giftig, dat ook vogels in
andere vertrekken (ver van de bron!) kunnen overlijden. Uw grasparkiet een
avondje op de zolder zetten betekent dus niet dat de vogel daar per
definitie "veilig" is.
Mocht u toch een avondje willen
gourmetten, vraag dan aan kennissen of buren of u de vogels daar een dagje
mag onderbrengen. Zet de vogels niet terug voordat u de huiskamer grondig gelucht heeft.
Gebruikt u toch Teflon pannen, zorg
dan dat u in de keuken blijft tijdens het bakken of braden en zorg voor
een goede ventilatie. Een biefstukje bakken kan op zich geen kwaad, zolang
er maar niets aanbrandt.
Zet hete anti aanbakpannen meteen
van de warmtebron af zodra u klaar bent met bakken.
Gooi oude Teflon pannen weg, aan
een beschadigde anti aanbaklaag kleven mogelijkerwijs nog meer risico's.
Informeer bij de aankoop van nieuwe
huishoudelijke apparaten/artikelen bij de leverancier of er Teflon in
verwerkt is.
Conclusie:
Er kleeft wel degelijk iets aan
anti aanbak pannen en Teflon coatings in het algemeen: namelijk een
gezondheidsrisico voor uw kooivogels. In de literatuur zijn voorbeelden genoeg te vinden van vogels die
overleden zijn
ten gevolge van (over) verhit Teflon. De temperatuur waarbij dit kan
gebeuren is aanzienlijk lager dan de fabrikant aangeeft. Bij "normaal" gebruik kan een anti aanbakpan niet zoveel kwaad, maar wees
voorzichtig. Het gevaar voor vogels schuilt met name in oververhitting.
Zorg daarnaast altijd voor voldoende ventilatie in de keuken, en houdt
vogels ten alle tijden uit de keuken!
Bronvermelding:
1. Wikipedia:
Teflon 2. FAQ's about
Teflon
(Adobe Reader) 3.
DuPont, the miracles of science
top
========================================================================================================
top
PvdD wil importverbod
in het
wild gevangen vogels.
Partij voor de Dieren
PvdD roept samen met 200 dierenbeschermingsorganisaties de EU op een einde
te maken aan de import van in het wild gevangen vogels 10-12-2004
10 december 2004- Een oplopend gevaar voor besmettelijke ziekten en
groeiende zorgen voor het voortbestaan van soorten hebben meer dan 200
organisaties er toe gebracht de Europese Unie op te roepen tot een
permanent verbod op de import van in het wild gevangen vogels. De European
Union Wild Bird Declaration, getekend door milieu, dierenwelzijn en
veterinaire organisaties uit de gehele de wereld is aangeboden aan de
lidstaten, EU commissarissen en de leden van het Europese Parlement.
De onderschrijvers van de verklaring dringen er bij de EU op aan, het
huidige moratorium op de import van wilde vogels uit Azië uit te breiden
en over te gaan tot een permanent verbod op alle commerciële importen van
in het wild gevangen vogels.
Het moratorium loopt aanstaande woensdag af. Volgens de onderschrijvers -
waaronder RSPCA, Defenders of Wildlife, Greenpeace, American Bird
Conservancy, en de World Parrot Trust - vormt de continuering van de
handel een bedreiging voor Europeanen door een mogelijke uitbraak van
besmettelijke ziektes zoals de Aziatische vogelgriep, waaraan in 2004 al
32 mensen stierven.
Deze handel onderwerpt ook miljoenen vogels aan een inhumane behandeling,
is een bedreiging voor natuurbeschermingsprojecten en bedreigt veel
soorten met uitsterven. Vanwege deze gevolgen hebben veel landen besloten
te stoppen met de import van vogels, waardoor de EU inmiddels de grootste
afnemer in deze handel is geworden.
Europa neemt meer dan 80% van de handel van in het wild gevangen vogels
voor zijn rekening en importeert zo'n miljoen wilde vogels per jaar voor
de huisdierenmarkt. Zoals in de verklaring te lezen valt worden de meeste
van deze vogelsoorten met succes in gevangenschap gekweekt waardoor deze
importen overbodig zijn.
De dreiging die deze handel voor Europa vormt werd eens temeer duidelijk
toen in oktober wilde arenden vanuit Thailand werden binnengebracht in
Brussel. Bij een test bleken zij besmet met het H5N1 vogelgriep virus.
Volksgezondheid experts van de Europese Unie en de Verenigde Naties kennen
dit virus als een van de dodelijkste waarbij 70% van de besmettingen
eindigt met de dood. De wereld gezondheidsorganisatie laat weten bezorgt
te zijn over de verspreiding van H5N1 dat zou kunnen lieden tot een
uitbraak van een grieppandemie zoals de Spaanse griep die in de jaren
1918-1919 ongeveer 40 tot 50 miljoen doden tot gevolg had. De aanwezigheid
van deze vogels in het vliegtuig heeft in potentie honderden mensen
blootgesteld aan deze dodelijke ziekte.
"De import van wilde vogels is een duidelijke en constante bedreiging voor
de Europese pluimvee sector met grote en dure uitbraken van besmettelijke
ziektes" zegt Dr. Jamie Gilardi directeur van de World Parrot Trust. Begin
dit jaar geteste papegaaien uit Pakistan bleken positief voor Exotic
Newcastle Disease in Italië, maar het Europese waarschuwingssysteem faalde
en de pluimvee-industrie was te laat met passende maatregelen.
Steeds weer opduikende besmettelijke zieken zoals vogelgriep en Newcastle
disease kosten de belastingbetalers honderden miljoenen euro's. "We kunnen
niet langer deze kosten en risico's voor de volksgezondheid negeren" gaat
Gilardi verder, "het stoppen van de import is een simpele en effectieve
methode toekomstige uitbraken te voorkomen."
De verklaring gaat ook in op de gevolgen die deze handel heeft op de
vogels zelf en wijst er op dat hoewel wij zorgvuldig onze eigen wilde
vogels in Europa met wetgeving beschermen, er maar weinig mensen zijn die
zich realiseren dat we wel doorgaan met het afnemen van miljoenen wilde
vogels, zoals papgaaien en zangvogels uit Azië, Afrika en Latijns Amerika.
Door ziektes en onvoldoende zorg gaan er voor elke vogel die wordt
verkocht in een Europese dierenwinkel ergens anders drie vogels dood. De
praktijk van deze handel is ook openlijk wreed en overtreed bestaande
dierenwelzijnwetten in de meeste, zo niet alle EU Lidstaten. "Als 's
werelds grootste afnemer van wilde vogels moet de EU ook verantwoording
dragen voor welzijn en soortbehoud kwesties die het gevolg zijn van deze
handel" zegt David Bowles, hoofd externe aangelegenheden van de RSPCA.
"Gebrekkige zorg tijdens het vangen en alle stadia voor de uiteindelijke
import betekend dat deze importen niet alleen funest zijn voor de vogels
zelf maar ook voor het behoud van soorten. De huidige EU regelgeving
blijkt niet afdoende om onverzadigbare handel te controleren en bedreigd
het voortbestaan van vele soorten.
"Een op de acht vogelsoorten is bedreigd met uitsterven en de handel is
een aanzienlijke bedreiging voor veel van deze soorten, Zegt Carroll
Muffett, Senior Director International Conservation van Defenders of
Wildlife. "Internationale beschermingmaatregelen voor papegaaien kunnen de
vraag naar deze vogels simpelweg niet bijbenen."
De verklaring roept de Europese Commissie op om simpele, duidelijke en
makkelijk te handhaven wetgeving in te voeren die haar op een lijn brengt
met andere ontwikkelde naties, waaronder de Verenigde Staten.
Zoals Michael J. Parr, Vice President for Program Development van American
Bird Conservancy duidelijk maakt, "De Wild Bird Conservation Act van de VS
wordt in kringen van natuurbehoud, wetgevers en vogelkwekers erkend als
een de meest effectieve natuurbeschermingswet ooit aangenomen in de
Verenigde Staten. Het Soortgelijk effect van dergelijke maatregelen elders
in de wereld is opvallend. We zien een flinke terugval in het voorkomen
van besmettelijke ziekten, Legale en Illegale import, pluimvee productie
stijgt en het stropen van wilde vogels stort in". Added Muffett, "Twaalf
jaar geleden erkende de VS zijn verantwoordelijkheid in de markt en maakte
effectief een einde aan de import van wilde vogels. Het is tijd dat de EU
hetzelfde doet."
De volledige tekst van de verklaring en de complete lijst van
ondertekenaars vindt u op:
www.worldparrottrust.org/trade/eudeceng.htm
top
=================================//===================================
top
NIEUWSBRIEF COM NEDERLAND
25-05-2008
Aan Vogelbonden, vogelverenigingen, exporteurs, handelaren, en liefhebbers
van parkiet en papegaaiachtigen.
Betreft eigenaarverklaring bij de handel in papegaaiachtigen volgens EU
regelgeving 92/65/EEG
Geachte lezer,
In een gesprek met de heren J. de Haan en J. de Leeuw van het VWA (Voedsel
en Warenautoriteit) is de certificering van papegaaiachtigen volgens EU
regelgeving 92/65/EEG besproken. Hierbij aanwezig waren; De Vereniging van Im- en Exporteurs van Vogels en Hobbydieren
Dhr. B. Braam, secretaris van C.O.M. Nederland. De VWA verzocht ons de inhoud van dit overleg bekend te maken, vandaar
deze brief.
De bestaande instructie betreffende de exportcertificering van alle vogels
uit de orde Psittaciformes (alle parkiet en papegaaiachtigen - van
Grasparkiet t/m Ara) wordt met onmiddellijke ingang door de VWA strikter
nageleefd. Vanaf nu wordt er volgens de geldende VWA-instructies gewerkt
wat betekent dat er een eigenaarverklaring bij moet zitten om de herkomst
van een psittacose-vrij bedrijf te garanderen.
Dit betekent dat de exporteurs een verklaring af moeten geven dat deze
vogels afkomstig zijn van een bedrijf of locatie waar geen psittacose is
gediagnosticeerd, en deze vogels ook niet in contact zijn geweest met
vogels van een bedrijf of locatie waar Papegaaienziekte - Psittacose (Psittakos
– Chlamydia psittaci) is gediagnosticeerd in de laatste 2 maanden voor
afvoer.
Om dit waar te kunnen maken zal bij iedere verkoophandeling een
eigenaarverklaring getekend moeten worden, ook door de kwekers/liefhebbers.
Vogels die niet vergezeld gaan van deze eigenaarverklaring komen niet in
aanmerking voor de export.
Let wel, veruit het grootste deel van de gekweekte vogels gaat op export.
Het voortbestaan van de liefhebberij is van de export afhankelijk.
Vogels vervoeren naar de buurlanden is ook export en zal ook vergezeld
moeten gaan van een exportcertificaat (tracés).
Parkiet / Papegaaiachtigen vervoeren naar het buitenland zonder
exportcertificaat is strafbaar.
Mede gezien de thans geldende transportverordening voor gewervelde dieren,
moet men ook in het bezit zijn een vervoersvergunning, en een bewijs
kunnen overleggen dat men een opleiding gevolgd heeft in het kader van de
geldende transportverordening.
De vliegende brigade die de dier - en mesttransporten controleren zullen
hier ook op toezien.
Wij vertrouwen op uw volledige medewerking, om de export van uw vogels
mogelijk te blijven houden. Voor vragen kunt u zich wenden tot
onderstaande contactpersonen.
De eigenaarverklaring kan
hier
worden gedownload op de websites van de vogelbonden.
Met vriendelijke groet,
Bestuur C.O.M. Nederland
Secretaris Bart Braam
.
Contactpersonen:
Voor exporteurs en
handelaren Rinus Borgstein 0653641890 Voor vogelverenigingen Bart Braam C.O.M.
Nederland 0481-462507 Voor liefhebbers,
raadpleeg uw vogelvereniging(en) in de
buurt.
top
==============//===============
top Formulier CITES-vogels
Graag brengen wij het volgende
bericht
onder de aandacht van de liefhebbers, die CITES-vogels hebben of willen
kopen
================//==============
top
Controle door AID of politie
Op controle door AID of politie gaan vaak de wildste verhalen.
Ook over wat wel of niet mag, hoor je vaak verschillende dingen. U kunt
hieronder een artikel lezen, waarin alles staat wat u zou moeten weten.
CONTROLE DOOR
DE AID OF DE POLITIE (opgesteld in overleg met de AID) 2007
Wat mag wel en
wat mag niet! Als de AID in een bepaald gebied actief is en een aantal volières van
liefhebbers controleert, dan is het snel overal bekend en kun je ook
vreemde verhalen horen over wat er allemaal kan en niet kan. Nu het
mogelijk is bijna alle vogels te houden, is de verwachting dat de controle
ook zal toenemen, In overleg met de AID is onderstaand artikel geschreven,
dat u inzicht geeft in deze materie en waarin de rechten en verplichtingen
van de vogelliefhebber staan, Voor de liefhebber van regeltjes is ook een
verwijzing naar de wetsartikelen opgenomen.
Toezichthoudend - en opsporingsambtenaar. Er wordt onderscheid gemaakt tussen toezichthoudend ambtenaar en
opsporingsambtenaar. De bevoegdheden van de toezichthoudend ambtenaar en
de verplichting van de gecontroleerde zijn vermeld in de Algemene Wet
Bestuursrecht, hoofdstuk 5, art 5,11 t/m 5,20, De bevoegdheden van de
opsporingsambtenaar
zijn vermeld
in de Wet op
de
Economische
Delicten,
art 18 t/m
26. De
ambtenaren
van politie
en Algemene
Inspectiedienst
zijn zowel
toezichthoudend
ambtenaar
als
opsporingsambtenaar. Een
opsporingsambtenaar is bevoegd uw erf te betreden ter controle van de daar
aanwezige vogels. Let wel dat controle ook mogelijk is zonder dat de
houder aanwezig is. Normaal zal men echter netjes aanbellen bij de
voordeur en de controle aanzeggen.
Gebruikelijk is dat de controlerend ambtenaar u zal vragen uw medewerking
te verlenen om het onderzoek mogelijk te maken door de vogels zodanig te
laten zien, dat de ring kan worden gecontroleerd.
Betreden van
een woning. Het betreden van een woning is geregeld in de Algemene Wet op het
Binnentreden.
Legitimatie door de ambtenaar is verplicht bij het betreden van een
woning. Indien de ambtenaar op vrijwillige basis de woning mag betreden
van betrokkene, zal hij zich eveneens legitimeren. Dus: de ambtenaar zal
zich bij het betreden van een erf of woning, gevraagd dan wel ongevraagd
legitimeren
en het doel van zijn komst meedelen. Wil de opsporingsambtenaar ook
controle in uw huis uitvoeren (Opmerking AID: tegen uw wil), dan: heeft
hij voor onderzoek in de woning een schriftelijke machtiging nodig. U
dient duidelijk bezwaar te maken tegen binnentreden. Onder woning wordt
verstaan de plaats waar iemand zijn privé huiselijk leven leidt. Deze
plaats is bestemd en wordt gebruikt voor leven en slapen. Tot de woning
behoren niet de aan de woning
verbonden ruimten die niet voor het huiselijk verkeer zijn ingericht en
tevens apart toegankelijk zijn en niet via de woning worden betreden. Wil
hij ook nog uw woning (kasten, berging e.d.) doorzoeken, dan mag dat
alleen op vertoon van een schriftelijke machtiging tot doorzoeken van de
woning in het bijzijn van een officier van justitie of een
politieambtenaar die hiertoe is aangewezen (hulpofficier).
Machtiging tot
huiszoeking. Ook dan moet u duidelijk uw wil kenbaar maken en dus bezwaar maken.
Wanneer tegen de wil van de bewoner met een machtiging tot binnentreden of
een machtiging tot huiszoeking toch het onderzoek heeft plaatsgehad, dan
zal de opsporingsambtenaar het verslag van binnentreden tegen de wil van
de bewoner uiterlijk op de 4de dag na die waarop in de woning is
binnengetreden, toezenden aan degene die de machtiging heeft gegeven.
Processen-verbaal kunnen worden opgevraagd bij de griffie, meestal tegen
een kleine vergoeding. U weet dan wat justitie u ten laste legt. Als u de
opsporingsambtenaar zelf binnen laat zonder dat u daartegen bezwaar maakt,
door hem b.v. en kopje koffie aan te bieden, dan heeft hij deze machtiging
niet nodig. Constateert hij dan een strafbaar feit, dan kan hij handelend
optreden.
Inbeslagname. Hij kan ook tot inbeslagname bv. van uw vogels besluiten. U krijgt dan een
bewijs van ontvangst. Een bewijs van ontvangst van in beslaggenomen
voorwerpen/goederen wordt door de verbalisant ingevuld en ondertekend.
Dit bewijs wordt zo mogelijk ter plaatse uitgereikt, maar kan ook per post
worden toegezonden. Het is verstandig erop te attenderen dat u wenst dat
individuele kenmerken van uw vogels in het bewijs worden vermeld, dus
bijv.
de ringnummers. Hoewel op dit punt de voorlichting wel eens anders is
geweest, wordt erop gewezen dat het de ambtenaar niet is toegestaan de
houder als opslaghouder aan te wijzen.(Opmerking AID: Tenzij U daartegen
geen bezwaar heeft) Indien vogels c.q. goederen in beslag worden genomen,
zullen deze
gedeponeerd moeten worden op een daarvoor bestemde plaats. In het Hand -
havingsdocument Floraen Faunawet is vermeld dat de in beslaggenomen vogels
ALTIJD uit het verkeer moeten worden genomen. De opsporingsambtenaar kan u ook verzoeken om vrijwillig afstand te doen
van de in beslaggenomen goederen (vogels, vangmiddelen e.d.) en daarvoor
te tekenen. Als u echter van mening bent dat deze inbeslagname onterecht
is, moet u hiervoor niet tekenen.
Informatie via
de vogelbonden Op het bondsbureau is een administratie bijgehouden als bedoeld in artikel
9 van het Vogelbesluit 1994. Ook onder de nieuwe regelgeving is zo'n
administratie verplichting. Onder de nieuwe regelgeving moet deze
administratie zelfs eens per drie maanden aan het ministerie van LNV ter
beschikking worden gesteld. In het belang van het opsporingsonderzoek naar vermoedelijke strafbare feiten kan de toezichthoudend ambtenaar of
opsporingsambtenaar (politie of AID) inzage eisen in deze
ringenadministratie.
Enkele punten
die u als leidraad kunt gebruiken bij controle van uw vogels.
• Als de opsporingsambtenaar zich (aan uw voordeur) bij u meldt, zal hij
zich legitimeren en het doel van zijn komst meedelen. Informeer dan
duidelijk naar zijn naam en namens welke bevoegde dienst hij de controle
uitvoert en vraag hem zo nodig zich te legitimeren. (noteer naam en dienst
waartoe hij behoort) • Vergezel de opsporingsambtenaar en blijf hoffelijk. • Op vragen die u in moeilijkheden kunnen brengen, bent u niet verplicht
te antwoorden. • Vinden er handelingen plaats die het welzijn van uw vogels nadelig
beïnvloeden, meld dat dan aan de opsporingsambtenaar en protesteer hier
tegen. • Verleen zo nodig medewerking aan de controle door bv. zelf de vogels te
vangen. • Bij een eventuele inbeslagname kunt u verzoeken als voorlopig
opslaghouder te worden aangesteld, maar gezien de richtlijn van justitie
zal daaraan (Opmerking AID: bij voorkeur) geen gevolg worden gegeven.
Vraag, naar welk asiel de vogels worden gebracht (Opmerking AID: Het is
echter geen verplichting voor de AID dit kenbaar te maken) • Als men u verzoekt vrijwillig afstand te doen van het in beslaggenomen
voorwerp of goed en dan wel een afstandsverklaring te tekenen, moet u zich
realiseren dat u die vogels of goederen niet meer terugkrijgt.
bron;
NBvV top
==============//===============
top
NIEUWSBRIEF COM NEDERLAND
3-3-2008
CITES vergunning of certificaat aanvragen.
Regeling Administratie Omdat nog niet iedereen bekend is met de Regeling Administratie geven wij
hier een korte uitleg. Voor levende dieren die tot een beschermde
diersoort horen, moet u in bepaalde gevallen een registratie bijhouden.
Dit is bepaald in de ‘Regeling Administratie bezit van en handel in
beschermde dier- en plantsoorten’ van de Flora- en faunawet.
Voor welke dieren moet u een registratie bijhouden? U moet een registratie bijhouden voor de volgende levende, in
gevangenschap gefokt en geboren dieren: · Vogels, opgenomen in Bijlage A · Gewervelde dieren (geen vogels), opgenomen in Bijlage A · Vogels en andere uitheemse gewervelde dieren, opgenomen in Bijlage B. Er
geldt een uitzondering voor vogels die zijn voorzien van een naadloos
gesloten pootring (als bedoeld in de Regeling afgifte en kenmerken
gesloten pootringen en andere merktekens) en voor vogels die zijn
opgenomen in Bijlage I van de Regeling Administratie. · Dieren, opgenomen in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn (Richtlijn
92/43/EEG).
Meer informatie? Kijk voor de volledige ‘Regeling Administratie bezit en handel in
beschermde dier - en plantensoorten’ op onze website:
www.minlnv.nl/loket. Klik op ‘Vergunning en ontheffing’, ‘CITES’,
‘Wet- en regelgeving’ en klik op ‘Nationaal’. Heeft u nog vragen dan kunt
u contact opnemen met het CITES-bureau.
Op de website van UNEP-WCMC kunt u met de Latijnse naam van uw dier of
plantsoort nagaan onder welke CITES-Bijlage de soort valt. Klik op 'Animals'
(dieren) of 'Plants' (planten). Vink vervolgens 'Soorten’ aan en klik op
‘Zoeken’. Vul (een deel van) de Latijnse naam in bij 'Genus' en
klik op ‘Display Details’. Tenslotte ziet u onder het tabblad ‘Legal’
welke Bijlage van toepassing is.
Neem bij twijfel altijd contact op met het CITES-bureau. Link:
www.unep-wcmc.org/eu/Taxonomy/index.cfm
Contactinformatie U kunt het CITES-bureau bereiken op de volgende manieren:
Telefoon Voor algemene vragen kunt u op werkdagen tussen 08.30 en 16.30 uur gratis
bellen met Het LNVLoket: 0800-22 333 22. Vanuit het buitenland: +31 592
332958. Voor specifieke vragen belt u tussen 14.00 en 16.00 uur. U wordt
dan doorverbonden met een medewerker van het CITESbureau. Post (ook voor het toesturen van aanvraagformulieren) Dienst Regelingen / CITES-bureau Postbus 19530 2500 CM Den Haag
U kunt uw
fax voor het CITES-bureau faxen naar: 070-37 86 139. Vermeld duidelijk op de fax dat deze bestemd is voor het CITES-bureau. Het CITES-bureau is ook
per e-mail
bereikbaar:
cites@minlnv.nl.
Algemene informatie
CITES staat voor de ‘Convention on International Trade in Endangered
Species of wild fauna and flora’. Wereldwijd kent CITES een kleine 180
leden, waaronder alle lidstaten van de Europese Gemeenschap en dus ook
Nederland.
Door middel van vergunningen en certificaten wordt de (commerciële) handel
van meer dan 30.000 beschermde soorten planten en dieren gereguleerd. In
Nederland wordt de CITES-regelgeving uitgevoerd door het CITES-bureau. Het
CITES-bureau is onderdeel van Dienst Regelingen van het Ministerie van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
Voor wie? Veel mensen hebben beroepshalve of hobbymatig met beschermde planten en
dieren te maken.
Bijvoorbeeld: - U koopt een papegaai in een dierenwinkel - U neemt een souvenir mee van vakantie.
- U exporteert bloembollen; - U kweekt en handelt bedrijfsmatig in vogels; - U fokt hobbymatig reptielen; - U neemt een schildpad over van een familielid die er niet meer voor kan
zorgen.
CITES-regelgeving Op internationaal niveau zijn de bedreigde soorten opgenomen in drie
verschillende bijlagen. De bijlage waarin een soort is opgenomen bepaalt
of internationale handel is toegestaan en zo ja, onder welke voorwaarden.
De Europese Gemeenschap heeft de CITES-regelgeving vastgelegd in
verordeningen. De Europese regelgeving kent naast de CITES-vergunningen
het EG-certificaat voor eigendomsoverdracht en commerciële handelingen
binnen de Europese Unie.
In Nederland is de Flora- en faunawet van kracht. Door deze wet kan CITES
uitvoering geven aan de Europese regelgeving en zijn overtredingen
strafbaar gesteld. De Flora- en faunawet kent een verbod op ‘het onder
zich hebben’ van bepaalde soorten. Voor particulieren geldt bijvoorbeeld
een algeheel verbod op het houden van apen en de meeste katachtigen.
Waar kan ik een CITES vergunning of certificaat aanvragen? U kunt een aanvraag voor een CITES vergunning of certificaat indienen bij
het CITES-bureau. Op de internetsite
www.minlnv.nlloket vindt u meer informatie over CITES in het algemeen,
wet - en regelgeving en wordt uitgelegd hoe u een vergunning of
certificaat kunt aanvragen. Kies bij onderwerpen voor ‘Vergunning en
ontheffing’ en ‘CITES’. U kunt ook contact opnemen met het LNV-loket op
0800-2233322 (voorkeurtoets 5) of een e-mail sturen naar
cites@minlnv.nl.
top
===============//================
top Dringende oproep COM
Nederland
Mei 2008.
Al vele jaren is
men binnen allerlei instanties en de overheid bezig om tot een verdere
invulling te komen van de Flora en Faunawet, en de gezondheids en
Welzijnswet voor dieren. In 2006 is weer de discussie op gang gekomen over welke soorten vogels
wel of niet mogen worden gehouden in de toekomst. Binnen C.O.M. Nederland en de Commissie wetgevingen is er al veel
energie gestoken in dit onderwerp. Dit gebeurt door het bezoeken van
veel vergaderingen en het hebben van regelmatige contacten betreffende
de wetgeving, binnen allerlei commissies, instanties en het ministerie. Ook nu in 2007-2008 zijn we daar volop mee bezig. Op dit moment wordt er op aandringen van de Tweede kamer weer gewerkt
aan een soort Positieflijst. Deze lijst zal straks moeten aangeven welke dieren we wel
en niet mogen houden, en onder welke voorwaarden.
top
==============================//==============================
top
Zijn Chocolade en Cafeïne
giftig?
Voor ons als mens nee,
maar voor onze vogels ja. Chocolade bevat een substantie genaamd
theobromine. Cafeïne en theobromine behoren tot de chemische groep van
alkaloiden, genaamd gemethyleerde xanthines. Deze worden gevonden in
kool, koffie, thee en chocolade. Ook cacaobonen bevatten hoge
concetraties theobromide, zo'n 40 mg per gram, en zijn dus zeer
gevaarlijk om te geven aan dieren. 20 mg theobromide is voor een
grijzeroodstaart al dodelijk. Als een soort drug, veroorzaakt
methylxanthine een stimulatie van het centrale zenuwstelsel, stimulatie
van diurese (waterhuishouding in het lichaam), hartspierstimulatie en
stimulatie van het gladde spierweefsel. Methylxanthine's worden erg snel
en gemakkelijk opgenomen via de mondholte en de maag. De lever moet deze
chemische stoffen afbreken en de afvalproducten worden afgevoerd door de
nieren. Deze chemicaliën tasten daarom het centrale zenuwstelsel en de
nier als eerste aan. Zij veroorzaken verhoogde lichaamsactiviteit wat
kan leiden tot tachycardie (veel te hoge hartslag). Vanwege deze
verhoogde lichaamsactiviteit kunnen er uitvalsverschijnselen voorkomen.
De nieren worden gestimuleerd om sneller te werken en veel urine te
produceren. Dit zal leiden tot dehydratie. Ademhaling zal zeer snel gaan
en er zal hyper-thermie (te hoge lichaamstemperatuur) optreden wat zal
resulteren in de dood. De dood treedt meestal na ongeveer 24 uur in na
de eerste symptomen . Er is geen tegengif voor deze stoffen. We kunnen
alleen de gevolgen behandelen met speciale zorg en medicijnen om de
verschijnselen te remmen. Voor een vogel kan een kleine hoeveelheid chocolade al dodelijk zijn.
Hoe meer cacao er verwerkt wordt in een product des te gevaarlijker is
het voor dieren. Hoe sneller het metabolisme werkt, hoe minder van de
stof er nodig is voor een fataal einde. Bij katten is slechts 80-150 mg per kg lichaamsgewicht al
fataal. Een hond heeft maar 5 gram per kilo nodig. Een vogel heeft een nog sneller metabolisme dan een kat en nog
een veel kleiner lichaam, zodat slechts een kleine hoeveelheid toxisch
zal zijn en mogelijk de dood tot gevolg kan hebben. Omdat we niet
precies weten welke hoeveelheid toxisch is voor vogels, moeten we
vermijden dan onze vogels in contact komen met iets van koffie of
chocolade.
Het is niet te
begrijpen dat er in dierenspeciaalzaken in chocolade gehulde pinda's
verkocht worden als lekkernij voor vogels!
top
==============================================//=============================================
top
30-09-2008

Dennis
Papegaaien
Eigenlijk zijn het groepsdieren die in de tropen moet leven, maar ja,
veel mensen vinden het gezellig en willen het toch. Een papegaai thuis,
te koop in de papegaaienwinkel. Maar hoe weet je nou of het dier
helemaal in orde is? En wat als u een papagaai koopt die ziek is, vliegt
uw geld dan letterlijk de deur uit?
U denkt een beo te kopen, maar het blijkt een andere vogel te zijn. U
koopt een 1-jarige papegaai maar die blijkt al meer dan 20 jaar oud te
zijn. Of u koopt tot 2 keer toe een papegaai, maar die sterft dezelfde
week. Tientallen klachten staan er op internet over Dennis Papegaaien en
wij gaan verhaal halen.
De twee winkels van Dennis papegaaien in Den Haag en in Den Ilp (bij
Amsterdam) bestaan al jaren. En er is ook al jaren iets mis met de
vogels die Dennis fokt en verkoopt. Veel mensen kopen hier een papegaai
die al snel na aankoop doodgaan. Ze krijgen dan vaak een tegoedbon, maar
er is nooit een nieuwe vogel voor deze mensen. Ze kunnen dan tegen
bijbetaling wel een vogel meekrijgen die eigenlijk goedkoper is. Sati
Kavrar kocht
in december
2007 een
edelpapegaai
(vrouwtje)
bij Dennis
voor 800
euro plus 80
euro aan
verzekering.
Het beestje
was na 2
dagen al
ziek. Ze
bracht haar
terug en
Dennis zou
haar
verzorgen.
Toen Sati na
twee dagen
Dennis belde
zei hij dat
het beestje
was
overleden.
Er werd
beweerd dat
Sati het
beestje had
uitgehongerd
. Sati wilde
het beestje
graag terug
om het bij
de
dierenarts
te laten
onderzoeken,
maar dat kon
niet, het
was al
gecremeerd.
Sati heeft
in de weken
daarna elke
week gebeld
of er al een
nieuwe
papegaai
voor haar
was, maar
die was er
nooit.
Zo zijn
er
tientallen
gedupeerden
met
soortgelijke
verhalen. De
papegaai van
Coba van
Duijvenbode
heeft haar
850 euro
gekost.
Dennis
vertelt haar
dat ze ook
een
verzekering
moet
afsluiten
voor het
beestje,
voor het
geval er
iets zou
gebeuren.
Dit kost nog
eens 200
euro. Zes
weken later
komt ze
erachter dat
hij veerrot
heeft en is
ermee terug
gegaan naar
Dennis. Ze
was
verzekerd en
kreeg een
nieuw
beestje mee,
van 1,5 jaar
oud. Hier
ging Coba
mee akkoord,
maar ze
moest wel
weer een
nieuwe
verzekering
afsluiten.
Papegaaien
hebben een
ringetjes om
hun poot
waarop het
geboortejaar
staat. Toen
Coba een
dierenarts
bezocht,
vertelde
deze haar
dat de
papegaai in
1987 geboren
was en dus
al 20 jaar
oud was!
Coba belt
woedend
Dennis op en
hij zegt dat
ze "niet
moet zeuren
en dat het
wel vaker
voorkomt dat
een oude
ring
gebruikt
wordt."
Dokter Hedwich van de Horst van het NOP Veldhoven (Nederlandse Opvang
Papegaaien): "Het komt heel sporadisch voor dat er ringetjes worden
gebruikt uit bijv. het jaar daarvoor. Hele oude ringen komt NIET voor.
De verzekering die klanten afsluiten bij Dennis Papegaaien is dubbel.
Mensen hebben sowieso al garantie als ze kunnen aantonen dat fout bij de
verkoper/kweker ligt en krijgen dan hun geld terug. Ze MOETEN dan hun
geld terug krijgen in tegenstelling tot wat Dennis Jansen doet
(tegoedbon)."

Dennis beweert in de koopovereenkomst dat al zijn papegaaien tam worden
en gaan praten. Maar wij hebben van een deskundig dierenarts gehoord dat
hij dat niet zo kan stellen, want je kunt nooit garanderen dat een
papagaai gaat praten of tam wordt.
We hebben contact gezocht met Dennis Papegaaien en hebben hem vragen
gesteld over zijn verzekeringsplan en werkwijze. Hieronder ziet u na een
verklaring van Dennis Jansen onze vragen en zijn antwoorden.
Dennis Jansen:
Wanneer er door Dennis Papegaaien een vogel tegoed moet worden gegeven
i.v.m. inruil/omruil, wordt er, wanneer er binnen afzienbare tijd niet de
exacte leeftijd en/of soort beschikbaar is, ten allen tijde een
soortgelijke vogel aangeboden! U moet weten dat er vele soorten zijn en
niet altijd binnen een bepaald tijdsbestek geboren worden.
Zo ook inzake de mensen welke bij u de klachten gemeld hebben. Zij zijn
niet gewillig een andere vogel te nemen, maar ook niet geduldig genoeg
wat langer te wachten op de exacte soort en/of leeftijd zoals besteld.
Alle babyvogels worden als volgt gekweekt: Vogels leggen eieren in
maart/april (21/28 dagen broedtijd), vogels worden 5 weken door ouders
grootgebracht, dan worden ze nog 4 weken door Dennis Papegaaien
grootgebracht. Dus de meeste baby papegaaitjes zijn in
juli/augustus/september weer aanwezig, zoals besproken met al onze
klanten welke wachten op een jonge vogel.
Vragen
Opgelicht?!: U verkoopt verzekeringen; bij wie loopt die
verzekering?
Dennis Jansen: Bij Dennis Papegaaien
Opgelicht?!: U verkoopt verzekeringen die onnodig zijn, kosten 80
euro (soms andere bedragen), terwijl een consument via de wet altijd al
recht heeft op garantie als kort na de aankoop een gebrek naar boven
komt. Waarom doet u dat?
Dennis Jansen: Wanneer de klant gebruikt maakt van de wettelijke
garantie en de vogel ziek wordt of overlijdt, moet een
specialist-dierenarts bepalen wat de oorzaak is of was. Deze onderzoeken
en/of secties zijn minimaal vele honderden euros ! Wanneer de klant de
vogel
verzekert,
krijgt de
klant bij
ziek worden
of
overlijden
een nieuw
vogel, dit
zonder enige tussenkomst van dierenarts wat betreft
onderzoeken en/of sectie. Wanneer zou blijken dat de klant de vogel heeft laten vallen/tegen een
raam zijn nek breekt/doodgaat door verslikking (voeren met spuit) krijgt
de klant bij wettelijke garantie niets! De verzekering van Dennis
Papegaaien dekt volledig alles wat er ook maar kan gebeuren met een
jonge papegaai.
Tevens is de klant ook verzekerd voor noodzakelijke dierenartskosten, al
eerder genoemd, deze kosten zijn bij de papegaaienartsen zeer tot heel
hoog in de praktijk!
Opgelicht?!: In uw koopovereenkomst staat dat u de klant afstand
wilt laten doen van "het recht tot ontbinding van de koopovereenkomst",
bijvoorbeeld als het beest ziek is. Dat kan niet, want u heeft niet het
recht dat zo te stellen, omdat het in de wet bepaald is dat iemand daar
geen afstand van kan doen. Waarom doet u dat?
Dennis Jansen:
Dit recht staat sinds 1970 vermeld in ons
garantieplan, wij hebben nog nooit deze bepalingen aangehaald in enige
kwestie wat betreft garantie.
Opgelicht?!: U zegt in de koopovereenkomst dat alle papegaaien
tam worden en gaan praten; wij hebben van een deskundig dierenarts
gehoord dat u dat niet zo kan stellen. Je kunt nooit garanderen dat een
papagaai gaat praten of tam wordt.
Dennis Jansen: Wij kunnen 99% garanderen bij bepaalde soorten dat
deze tam zijn en blijven en zeer goed gaan praten. Welke dierenarts
heeft sinds 1970 ervaring met papegaaien? Maar deze garantie moet uw programma niet te letterlijk nemen, wij geven
een levenslange omruilgarantie voor wat voor reden dan ook! Het gaat er
hier om dat de klant de vogel bij ons terug brengt en niet in een asiel
of zogenaamd opvang tehuis belandt wanneer er problemen komen, zoals:
schreeuwen, gedragsstoornis of eenkennigheid. Wij plaatsen deze vogels
in ons park met soortgenoten en de klant krijgt van ons een soortgelijke
vogel mee om het van jongs af aan nogmaals te proberen, ieder dier
reageert anders. Niemand koopt een dier om deze ooit weg te doen, toch!? Maar daarom
zitten de asiels overvol , wij blijven zo op deze manier altijd mede
verantwoordelijk voor de door ons gekweekte papegaaien, ara’s en
kaketoes.
Opgelicht?!: Waarom moet iemand die zich dan toch bij u verzekerd
heeft voor evt. ziekte van een papagaai eerst contact met u opnemen?
Waarom kan zo’n klant niet direct naar een dierenarts naar keuze om de
ziekte vast te laten stellen, of naar de verzekeringsmaatschappij?
Dennis Jansen: Wanneer de vogel met spoed moet worden behandeld
voor bijv. een gebroken snavel of -poot, of door te hete pap gescheurde
krop, weten wij binnen 10 minuten welke papegaaienarts er per direct kan
helpen. Er zijn in Nederland maar 6 goede papegaaienartsen, moet u
weten. Meestal -en dat moet uw ''deskundige dierenarts'' kunnen beamen -, worden
er door de gewone dierenartsen veelal foute diagnoses gesteld, dit omdat
deze zeer kundige artsen gewoonweg te weinig papegaaien behandelen.
Wij besparen onze klanten met deze papegaaienverzekering vele extra
kosten bij de dierenarts wanneer er iets gebeurt met de vogel. Wanneer
de vogel (meestal) fluitend groot wordt, is het onnodig geweest, maar
dat is met alle verzekeringen natuurlijk.
Het nemen van een papegaaien verzekering is geheel vrijblijvend en wordt
niet verkocht, zoals uw programma dit noemt.
Klik hier om de video in een nieuw scherm te
openen
=================================
Voorbeeldbrief sommatie Heeft u na problemen met de aankoop van een papegaai een tegoedbon
gekregen van Dennis Papegaaien? En ondervindt u problemen bij het
verzilveren van deze bon? Speciaal voor de mensen die hun geld terug of
een andere papegaai willen, hebben we een voorbeeld - sommatiebrief
gemaakt. Met deze brief geeft u Dennis Jansen van Dennis Papegaaien een
week de tijd om zijn verplichtingen na te komen. Doet hij dit niet, kunt
u uw recht via een advocaat/jurist uitoefenen.
Brief 1: Als u uw aankoopbedrag terug wilt en
geen nieuwe papegaai.
Dennis Papegaaien
Torenstraat 34 2513 BS Den Haag
<uw woonplaats>, <datum>
Betreft: sommatie
Geachte meneer Jansen,
In
<maand en jaar>
heeft u mij een
tegoedbon aangeboden voor een vogel uit uw assortiment, omdat mijn
originele aankoop niet aan de verwachtingen voldeed. Tot heden heb ik
bij u de bon niet kunnen verzilveren, omdat u mij niet kunt leveren wat
u mij toegezegd heeft. Op grond hiervan beroep ik mij op het recht om
mijn aankoopbedrag terug te ontvangen.
Aankoopbedrag:
<vul het bedrag in>
Ik verzoek en zonodig sommeer u om binnen zeven dagen na heden het
bovengenoemde bedrag te betalen middels overboeking op rekening
<uw rekeningnummer>
t.n.v.
<uw naam>.
Geeft u aan deze sommatie geen gevolg, dan stel ik u hierbij voor als dan
in gebreke, en ben ik genoodzaakt een advocaat/jurist in te schakelen om
mijn recht uit te oefenen.
Hoogachtend,
<uw handtekening>
<uw naam>
-----------------------//----------------------
Brief 2: Als u binnen een week in de gelegenheid wilt worden gesteld om
een nieuwe papegaai uit te zoeken. Zo niet, wilt u uw geld terug.
-
Dennis Papegaaien
Torenstraat 34 2513 BS Den Haag
<uw woonplaats>, <datum>
Betreft: sommatie
Geachte meneer Jansen,
In
<maand en jaar>
heeft u mij een
tegoedbon aangeboden voor een vogel uit uw assortiment, omdat mijn
originele aankoop niet aan de verwachtingen voldeed. Tot heden heb ik
bij u de bon niet kunnen verzilveren, omdat u mij niet kunt leveren wat
u mij toegezegd heeft. Op grond hiervan beroep ik mij op het recht om
mijn aankoopbedrag terug te ontvangen.
Aankoopbedrag:
<vul het bedrag in> Ik
verzoek en zonodig sommeer u om mij binnen zeven dagen in de gelegenheid
te stellen om een nieuwe papegaai uit te zoeken. Als u mij deze
gelegenheid niet binnen de gestelde periode biedt, wil ik het
bovengenoemde aankoopbedrag terug middels overboeking op rekening
<uw rekeningnummer> t.n.v.
<uw naam>.
Geeft u aan deze sommatie geen gevolg, dan stel ik u hierbij voor als dan
in gebreke, en ben ik genoodzaakt een advocaat/jurist in te schakelen om
mijn recht uit te oefenen.
Hoogachtend,
<uw handtekening>
<uw naam>
http://www.opgelicht.nl/

top
===============//=================
top
NIEUWSBRIEF COM NEDERLAND
3-3-2008
LAATSTE NIEUWS CITES-BUREAU
Als organisatie hebben we de laatste tijd regelmatig meldingen gekregen dat er
intensief wordt gecontroleerd op de naleving van de CITES verordening, en
vooral het bijhouden van de registratie. Met de A.I.D. en Bureau LASER is hierover gesproken, en in de volgende
Nieuwsbrief wordt een en ander nog eens duidelijk uiteengezet.
Vriendelijke groeten
Bart Braam
Secretaris
Nieuwsbrief
februari 2008
Regeling Administratie
Omdat nog niet iedereen bekend is met de Regeling Administratie geven wij hier
een korte uitleg. Voor levende dieren die tot een beschermde diersoort horen, moet u in bepaalde
gevallen een registratie bijhouden. Dit is bepaald in de ‘Regeling
Administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantsoorten’ van de
Flora- en faunawet. Voor welke dieren moet u een registratie bijhouden?
U moet een registratie bijhouden voor de volgende levende, in gevangenschap
gefokt en geboren dieren: - Vogels, opgenomen in Bijlage A - Gewervelde dieren (geen vogels), opgenomen in Bijlage A
- Vogels en andere uitheemse gewervelde dieren, opgenomen in Bijlage B. Er
geldt een uitzondering voor vogels die zijn voorzien van een naadloos gesloten pootring
(als bedoeld in de Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere
merktekens) en voor vogels die zijn opgenomen in Bijlage I van de Regeling Administratie.
- Dieren, opgenomen in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn (Richtlijn
92/43/EEG). Meer informatie? Kijk voor de volledige ‘Regeling Administratie bezit en handel in beschermde
dier- en plantensoorten’ op onze website:
www.minlnv.nl/loket . Klik op ‘Vergunning en ontheffing’,
‘CITES’, ‘Wet- en regelgeving’ en klik op ‘Nationaal’. Heeft u nog vragen dan
kunt u contact opnemen met het CITES-bureau. Op de website van UNEP-WCMC kunt u met de Latijnse naam van uw dier of
plantsoort nagaan onder welke CITES-Bijlage de soort valt. Klik op 'Animals'
(dieren) of 'Plants' (planten). Vink vervolgens 'Soorten’ aan en klik op
‘Zoeken’. Vul (een deel van) de Latijnse naam in bij 'Genus' en klik op
‘Display Details’. Tenslotte ziet u onder het tabblad ‘Legal’ welke Bijlage
van toepassing is. Neem bij twijfel altijd contact op met het CITES-bureau.
Link:
www.unep-wcmc.org/eu/Taxonomy/index.cfm
Contactinformatie , U kunt het CITES-bureau bereiken op de volgende manieren:
Telefoon
Voor algemene vragen kunt u op werkdagen tussen 08.30 en 16.30 uur gratis
bellen met Het LNVLoket: 0800-22 333 22. Vanuit het buitenland: +31 592 332958. Voor specifieke vragen
belt u tussen 14.00 en 16.00 uur. U wordt dan doorverbonden met een medewerker van
het CITESbureau. Post (ook voor het toesturen van aanvraagformulieren) Dienst Regelingen / CITES-bureau
Postbus 19530
2500 CM Den Haag
U kunt uw fax voor het CITES-bureau faxen naar: 070-37 86 139. Vermeld
duidelijk op de fax dat deze bestemd is voor het CITES-bureau. Het CITES-bureau is ook per e-mail bereikbaar:
cites@minlnv.nl.
top
==================================================//====================================================
Oerles park 'weigert geen
enkele papegaai'
top In een grote vogelkooi zit een groene papegaai. Het dier is zo dik dat-ie
nauwelijks op zijn stokje kan zitten. Gevolg van een jarenlang liefdevolle,
maar ondeskundige verzorging. In de volgende kooi zit een krijsende
roodstaart met een kale borst. Het dier is na jarenlang eenzaam verblijf in
een kooi zo gefrustreerd geraakt dat hij zichzelf heeft kaalgeplukt.
Zomaar twee willekeurige dieren die recent bij het Oerlese papegaaienpark
zijn binnengebracht. De dierenarts moet de vogels nog onderzoeken, maar een
leek kan zien dat ze er niet goed aan toe zijn. "Wij weigeren niets" , zegt
directeur Tonnie van Meegen, "maar je ziet hoe sommige dieren erbij zitten.
Of deze dieren het redden? Ik weet het niet."
Vrijwel alle papegaaien die binnenkomen zijn verkeerd gevoerd. Veel
eigenaren geven een mix van noten en zaden. Maar papegaaien zijn net mensen:
die pikken de lekkerste hapjes eruit. Zonnebloempitten, bijvoorbeeld. En die
zijn veel te vet. De noodzakelijke toevoeging van vers fruit en groente
schiet er vaak bij in. Nog erger is dat de dieren uit misplaatste
dierenliefde allerlei lekkernijen krijgen toegestopt, zoals chocolade of
koekjes. Andere dieren komen ziek binnen. Sommige eigenaren houden wel heel
veel van hun Taco of Pepe, maar als er hoge rekeningen dreigen van de
dierenarts maken ze toch maar liever een ritje naar Oerle.
Papegaaien zijn geen huiskamervogels, stelt W. Weinbeck, voorzitter van de
Nederlands-Belgische bond Pakara (Papegaaien, kaketoes, ara's). "Het zijn en
blijven wilde dieren." Veel mensen kopen een papegaai in een opwelling. De
bond waarschuwt daarvoor. Niet alleen omdat een papegaai heel veel
verzorging nodig heeft, maar ook omdat ze lang meegaan. Hoe lang? " Met een
goede voeding en verzorging kunnen ze vijftig, misschien zelfs zestig jaar
worden, maar de meeste halen dat niet." Veterinair patholoog dr. G.
Dorrestein uit Vessem, die alle autopsies voor het Oerlese park verricht,
vindt dat te optimistisch. Volgens Dorrestein – niet te verwarren met de
directeur van Blijdorp – is de gemiddelde leeftijd van papegaai-achtigen
hooguit 35 jaar. "Het verschilt per soort. Een grote ara wordt ouder dan een
Amazone-papegaai, die al met 25 jaar ouderdomsverschijnselen vertoont. Er
zijn er die zeggen dat hun dier zeventig jaar oud is, maar ik heb dat nog
nooit gezien."
Weinbeck van Pakara noemt de opvang in Oerle 'niet ideaal', maar wel nuttig.
"Het is beter dan niets. Want waar zouden afgedankte papegaaien dan naartoe
moeten?" Medewerkers van het park hebben deze week de papegaaien handmatig
geteld. Daaruit bleek dat er dieren worden vermist. Bij het NOP zijn vaker
papegaaien gestolen, waaronder de vogel die 'I love you' kon zeggen.
bron: ed.nl aanmaakdatum: 16-01-2009
top
===============//===============
Muizen en ratten vangen zonder gif
.
top
Klik op plaatje

===============//===============

Afrika
Print of deel met je
vrienden:| More
Het op één na
grootste tropisch
regenwoud ter wereld
ligt in Centraal
Afrika. Dit oerbos
strekt zich uit over
landen als Kameroen,
Gabon en Congo. Onze
meest naaste
bloedverwanten wonen
hier: de chimpansee,
de gorilla en de
bonobo
(dwergchimpansee).

Het Afrikaanse
oerbos heeft een
oppervlakte van
ongeveer 2 miljoen
vierkante kilometer;
dat is drie maal zo
groot als Frankrijk.
De helft hiervan
ligt in de
Democratische
Republiek Congo.
Het tropisch
regenwoud van Afrika
is van grote
ecologische waarde;
het bos herbergt 270
soorten zoogdieren,
waarvan er 39 alleen
in het Afrikaanse
regenwoud voorkomen.
Okapi's (verwant aan
de giraffe),
bosolifanten en
talloze kleurrijke
vogels vinden hier
onderdak. Daarnaast
zijn er in het bos
meer dan 10.000
plantensoorten te
vinden, waarvan er
3.300 nergens anders
ter wereld
voorkomen.
Er was eens…
Ooit was het
regenwoud van Afrika
één grote groene
deken, die zich
uitstrekte van
Senegal tot
Ethiopië, en van
Zuid-Sudan tot
Zimbabwe. Maar de
oorspronkelijke
bossen van
West-Afrika,
Nigeria, Ghana en
Ivoorkust zijn al
vrijwel geheel
verdwenen, met name
door houtkap,
conversie naar
landbouwgrond en
mijnbouwprojecten.
Het resterende
regenwoud wordt
letterlijk in
stukken gezaagd door
industriële houtkap.
Het woud wordt
geplunderd voor
boomsoorten zoals
Afrormosia en Wengé,
die veel geld
opleveren. De
bewoners van het bos
krijgen nauwelijks
vergoeding voor
exploitatie van hun
grond of worden
grofweg
geïntimideerd.
Sommige houtsoorten
zijn inmiddels met
uitsterven bedreigd.
Europa is
grootgebruiker
De Europese markt is
één van de grootste
afnemers van
Afrikaans hout. De
meeste
houtkapconcessies in
Afrika zijn in
handen van grote
Europese
houthandelaren,
waaronder ook
Nederlandse
bedrijven.
Meer informatie
www.greenpeace.nl/campaigns/oerbossen-2/afrika
top

|