
<-Home
Inhoud,
wist u dit ?
Parkieten
sociëteit West-Brabant
Nieuwsbrief NBvV
27 mei 2010.
Papegaaienpark NOP verhuist
25
mei 2011
Tonnie van Meegen Oerle overleden
24 aug.2011
De spijsvertering.
Het verenpak van onze
vogels.
Biggencompost.
Alle vogels leggen eieren.
Papegaaienvoeding de nieuwemanier.
Anti-oxydanten.
Dierenspeciaalzaak bij u in de buurt.
Duizend
papegaaien in beslag genomen.
Imported African Parrots.
Toename
illegale vogelimport gevaarlijk.
Life verslag uit Afrika
(Meyer papegaai)
Meer info over Cites.
Europarlement wil invoer
wilde vogels beperken.
Toezeggingen CITES.
Teflon toxicose bij
vogels.
Importverbod in het wild
gevangen vogels.
Eigenaarverklaring
handel in papegaaiachtigen.
Berichten van CITES
Controle door de AID
of de politie.
CITES
vergunning of certificaat aanvragen.
Dringende oproep
COM Nederland.
Zijn chocolade
en Cafeïne giftig?
Opgelicht; Dennis Papegaaien.
Nieuwsbrief COM
Nederland, Regeling Administratie.
Oerles
park 'weigert geen enkele papegaai'
Muizen en ratten veilig vangen
Oerbossen

=============================//==================================
Parkieten
sociëteit West-Brabant
Vogelbeurs
2011
top
Elke 2e zondag van de maand
in
Sint-Willebrord.
Elke
2e zondag van de maand wordt er in “De Lanteern“
Dorpsstraat 119. 4711 EG
Sint-Willebrord Tel. 0165-382345 een welbekende
en druk bezochte vogelbeurs gehouden.
Nieuw
is dat het een beurs betreft voor alle soorten vogels behalve grijpvogels zoals kwartel fazanten en andere loopvogels
verboden op grond van de faunawet . Ook niet-zelfstandige vogels
zijn niet-welkom / verboden op deze beurs. Het welzijn van onze vogels is het belangrijkst,
maar ook een goede presentatie van onze liefhebberij. Daarom
is ons streven om de vogels in beurskooien of TT kooien te
krijgen. Deze beurs is voor iedereen toegankelijk en is
geopend van 09.00 uur tot 12.00 uur. Ingebrachte
vogels kunnen geruild en/of verkocht worden en dienen te
worden geplaatst in de door de vereniging beschikbaar
gestelde beurskooien.
Aanverwante artikelen voor het houden van, of kweken met
onze vogels worden door onze hoofdsponsor zaadhandel Kees
Zagers uit St, Willebrord en de firma Heesakkers uit Erp te
koop aangeboden.
Organisatie;
Contactpersonen: M.v.Benthem 0165 -
387633 mvbenthem@home.nl
P.Pattijn secretaris PS afd. West Brabant 06 –
14126911 of
0168 - 484746
ps.wb@hotmail.com


Ook onze maandelijkse
ledenvergadering wordt gehouden in de “ De Lanteern “
Dorpsstraat 119. 4711 EG
Sint-Willebrord Tel. 0165-382345
Organisatie;
Contactpersonen: M.v.Benthem 0165 -
387633 mvbenthem@home.nl
P.Pattijn secretaris PS afd. West Brabant 06 – 14126911
of
0168 - 484746
ps.wb@hotmail.com
top
==================================================================================
top

Nieuwsbrief NBvV
27 mei 2011.
Vogelmarkten, vogelbeurzen, vogelhandel. Wat mag er in de toekomst nog wel en wat mag er niet
meer.
Informatie over de stand van zaken.
Op 11 maart 2011 heeft het ministerie van EL& I een
concept Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)
gepubliceerd op het internet. Het besluit bevat
voorschriften over;
het fokken en socialiseren (het zich aan de mensen
aanpassen) van gezelschapsdieren de vakbekwaamheidseisen van beheerders
de huisvesting en verzorging van het dier Het besluit vervangt het Honden- en katten besluit van
1999.
Doel van de regeling De handel, opfok en opvang van gezelschapsdieren aan
regels binden om zo tot verbetering van het welzijn van
het dier te komen.
Doelgroepen die door de regeling worden geraakt Een ieder die bedrijfsmatig gezelschapsdieren verkoopt,
ten verkoop in voorraad houdt, aflevert, in bewaring
neemt of fokt. Dit zijn onder andere: (tussen)handelaren in dieren,
detailhandel in gezelschapsdieren, fokkers van
gezelschapdieren waaronder ook kennels en catteries en
pensions en asielen voor gezelschapdieren. Op
http://www.internetconsultatie.nl/ gezelschapsdieren
vindt u de complete tekst van de Algemene Maatregel van
Bestuur (29 artikelen) en de toelichting die erbij hoort
(18 bladzijden). De internetconsultatie, waarmee een ieder gelegenheid
heeft gekregen zijn zegje te doen, heeft geduurd van 11
maart tot 11 april 2011.
Reactie van C.O.M.-Nederland Het is lastig om in het kort en voor iedereen duidelijk
aan te geven hoe de reactie van C.O.M.-Nederland, dus
van de ANBvV, NBvV, BEC en Parkietensociëteit, is
geweest. Met een constante verwijzing naar allerlei
artikelen wordt dit stuk echter onleesbaar.
Terecht begint de reactie van C.O.M.-Nederland met de
opmerkingen, dat een eerdere betrokkenheid van de bonden
vast een beter en duidelijker product had opgeleverd,
omdat er nu veel zaken nog onduidelijk zijn. Verder merkt C.O.M.-Nederland op dat, hoewel voorstander
van een goed dierenwelzijn, maatregelen geen belemmering
mogen vormen voor mensen die hun hobby uitoefenen, een
hobby die als sinds mensenheugenis bestaat. De
maatregelen zijn bedoeld om met name de handel in vogels
te reguleren, maar treffen zo onbedoeld ook onze hobby. Net als elke regeling begint ook deze AMvB met een
aantal definities. Duidelijk wordt aangegeven dat onze
vogels onder de definitie "gezelschapsdieren" vallen.
Hieronder zal dan ook “vogels”worden gebruikt, dan
blijft alles wat dichter bij huis.
De regeling (artikel 3) gaat uit van een algemeen verbod
van handel in vogels. Eigenlijk gaat het veel verder dan
handel want er staat: “verkopen, ten verkoop in voorraad
houden, af te leveren, in bewaring te nemen of te fokken
ten behoeve van verkoop of aflevering van nakomelingen” Dan volgt er natuurlijk een "tenzij". En deze "tenzij"
zegt dat dit met vogels wel mag wanneer er bij de
uitvoering van die activiteiten geen sprake is van
“handelen in zekere omvang en met zekere regelmaat en
winstoogmerk.” C.O.M.-Nederland legt in haar reactie naar het
ministerie uit dat een dergelijke omschrijving niet erg
duidelijk is. Verder wil C.O.M.-Nederland nadrukkelijk dat
vogelmarkten- en beurzen, die volgens de regels
verlopen, blijven bestaan. C.O.M.-Nederland wijst er
bovendien op dat zij zelf in een eerder stadium al een
regeling voor markten en beurzen heeft vastgesteld. “Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van
toepassing indien degene onder wiens verantwoordelijkheid gezelschapsdieren in bewaring
worden genomen, aannemelijk maakt dat er bij de
uitoefening van die activiteit geen sprake is van
handelen in zekere omvang en met zekere regelmaat.” Dit
is de letterlijke tekst van het derde lid van artikel 3. C.O.M.-Nederland wijst er nadrukkelijk op dat de
verkoopklasse of -afdeling bij een tentoonstelling niet
onder deze regeling hoort te vallen. De vraag is of hier
sprake is van “handelen in zekere omvang en zekere
regelmaat”. Bovendien wordt er op gewezen dat met name
op tentoonstellingen de voorschriften nadrukkelijk in
acht worden genomen en er sprake is van een gezonde en
gecontroleerde situatie.
Artikel 4 van de regeling zegt dat handel enz. alleen
maar mag plaatsvinden "in een door een bij onze minister
aangemelde inrichting". Ook bij dit artikel wijst C.O.M.-Nederland
op de verkoopafdeling bij een tentoonstelling en de zorg
die er aan die verkoopvogels wordt besteed.
Afgezien van een aantal vragen, waarop C.O.M.-Nederland
graag een helder antwoord wil hebben, wordt ook
nadrukkelijk de vraag aan het ministerie voorgelegd of
artikel 15 ook geldt voor particulieren. In dit artikel
wordt namelijk gesproken over het geven van voorlichting
aan de koper over huisvesting, voeding enz. C.O.M.-Nederland
merkt op dat binnen de hobby voorlichting geven over
huisvesting en voeding al een algemene gewoonte is.
Verder roept ook artikel 20 de nodige vragen op. Het tweede lid zegt o.a. dat "voortplanting niet op
natuurlijke wijze moet plaatsvinden" en "het aantal
nesten dat een gezelschapsdier krijgt de gezondheid of
het welzijn van dat dier of de nakomeling niet mag
benadelen". C.O.M.-Nederland vraagt zich hierbij af wat wordt
verstaan onder "voortplanting op onnatuurlijke wijze" en
hoe men "het aantal nesten denkt te handhaven".
Bovendien is opgemerkt dat het aantal nesten altijd
afhankelijk is van de omstandigheden.
Tot zover een beknopte samenvatting van de reactie van
C.O.M.-Nederland. U hebt gezien dat C.O.M.-Nederland als overkoepelende
organisatie van vogelhouders geen mening heeft gegeven
over de regulering van de commerciële handel. C.O.M.-Nederland realiseert zich in voldoende mate dat
handelaren volgens deze regeling uitsluitend mogen
verkopen vanuit hun inrichting en er van markten, waarop
ook handelaren vogels aanbieden, geen sprake meer kan
zijn. Voor sommige afdelingen zal dat een geweldige
tegenvaller zijn.
Reactie van het ministerie C.O.M.-Nederland heeft naar aanleiding van deze reactie
het volgende bericht van het ministerie ontvangen: "Uw
reactie is definitief. Wij danken u dat u de moeite
heeft genomen om te reageren. Mede door uw reactie zijn
wij in staat kwalitatief betere regelingen te maken. Wij
zullen uw reactie dan ook met zorg bekijken". Nergens wordt echter aangegeven hoe de verdere planning
precies is.
Tot slot Nadere informatie bij het ministerie leert dat er
veelvuldig gebruik is gemaakt van de internetconsultatie.
Er liggen ongeveer 50 reacties van verschillende
organisatie. Deze reacties worden momenteel door de
beleidsambtenaren op het ministerie beoordeeld. Ongetwijfeld zullen naar aanleiding daarvan een aantal
zaken aan de staatssecretaris ter beoordeling moeten
worden voorgelegd. Er is geen vaststaande planning, maar de woordvoedster
van het ministerie verwacht dat de tekst van een
aangepaste AMvB na het zomerreces zal worden besproken
in de ministerraad. Daarna moet advies worden gevraagd
aan de Raad van State, en dient consultatie plaats te
vinden van de Europese commissie en komt een en ander
nog aan de orde in de Eerste en Tweede Kamer. Nog een
heel traject te gaan dus, maar als er geen opmerkelijke
zaken gebeuren dan zou inwerkingtreding begin 2012 een
reële mogelijkheid zijn.
Hoofdbestuur NBvV
www.nbvv.nl
top
==================================================================================
Oprichter en directeur Van Meegen van
Papegaaienpark
Oerle overleden
Laatst gewijzigd: woensdag 24 augustus 2011 - 16:22 |
Auteur: Hans Janssen

Tonnie van Meegen OERLE - Tonnie van Meegen,
initiatiefnemer en directeur van het papegaaienpark in
Oerle, is overleden. Hij kreeg enkele maanden geleden te
horen dat hij ongeneeslijk was.
Van Meegen overleed dinsdagavond in zijn huis, dat op
het park staat. Hij is 58 jaar geworden.
Begin opvang Van Meegen was meubelrestaurateur van beroep en begon
ooit in Geldrop met de opvang van papegaaien. Na de
aankoop van een stuk grond in Oerle zette hij het
Nationaal Opvangcentrum Papegaaien op in dit dorp.
Verhuizing Tot vorige week heeft Van Meegen met het bestuur van
zijn organisatie en recreatiemaatschappij Libéma
gesproken over de verhuizing van het park naar
Dierenrijk Europa in Mierlo. Deze plannen werden in mei
bekend.
"Hij stond ermee op "Tonnie stond met zijn papegaaien op en ging ermee naar
bed," aldus Peter van de Baar. Hij is voorzitter van de
Raad van Toezicht van het Nationaal Opvangcentrum
Papegaaien. Van der Baar noemt het overlijden "een groot
verlies". Tonnie was een man die het park droeg, de man
met de ideeën. Als bestuur gaan we nu verder werken aan
de verhuizing."
Dicht Het Papegaaienpark aan de Wintelresedijk is woensdag
24-08-2011 de gehele dag gesloten.
top
==================================================================================
'Papegaaienpark is overeind gebleven'
Auteur: door Tonny Peeters | vrijdag 27 mei 2011 | 07:00 |

Directeur Tonnie van
Meegen bij de 'reuzenvolière' in het Papegaaienpark in Oerle.
foto Kees Martens
VELDHOVEN - Hij begon klein in 1987 met een vogelopvang aan de
Wintelresedijk. In de loop der jaren werd echter het ene na het
andere vogelhok gebouwd en langzaam maar zeker ontstond een heus
Papegaaienpark 'dat zijn eigen leven ging leiden'. De inmiddels
58-jarige Tonnie van Meegen vertelt over zijn levenswerk.
Waarom verhuist het NOP van Oerle naar Nuenen?
"De overlevingskans van het park is het belangrijkste voor me.
Toen we hier twee jaar geleden niet mochten uitbreiden hebben
mijn vrouw Petra en ik al ons spaargeld in het park gestoken om
te overleven. De rekeningen moesten wel gewoon betaald worden.
Nu moest er weer iets gebeuren. In Nuenen kunnen we groeien en
het park logischer indelen. Bovendien moet ik aan mijn opvolging
denken en die is nu met Libema gevonden. Het is de redding van
het park. Ik doe de verhuizing in 2013 nog mee en daarna blijf
ik wellicht nog een jaar. Maar dan moet er iemand anders
opstaan."
Was het een moeilijk
besluit om na ruim twintig jaar te verhuizen met alle vogels?
"Jazeker. Ik heb er tientallen keren kort met mijn vrouw over
gesproken. Je wilt het er natuurlijk ook niet de hele avond over
hebben. In al die maanden heb ik wel tien verschillende plannen
gehad. Ik heb ook veel aan mijn twee kinderen moeten denken. Zij
zijn min of meer op het park opgegroeid. Door dat alles heb ik
best wel zitten janken. Maar ik vond het belangrijkste dat het
park een nieuwe kans kreeg en dat moest wel op een andere plek.
We kunnen hier in Veldhoven niet meer vooruit. De opstelling van
de gemeente daarin is nogal frustrerend."
Het park kreeg in 2009 ervan langs in het Tros-programma
Radar. Hoe kijkt u terug op die uitzending?
"Ze hebben ons kapot willen maken, maar dat is hen niet gelukt.
Ik koester overigens geen wrok richting Radar, wel richting de
mensen die dat programma hebben getipt. En al die mensen die dat
programma geloven, dat is maar dom kijkvolk waar wij weinig aan
kunnen doen. We zijn overeind gebleven door de grote groep
vrijwilligers die ondanks alles is blijven komen. Die steun was
erg belangrijk."
Welke impact had die uitzending op u persoonlijk? Uw
levenswerk werd immers ter discussie gesteld...
"Tot die uitzending kon ik altijd trots door het dorp fietsen
vanwege alles wat wij in het park doen. Dat gevoel is na die
uitzending een tijd verdwenen. Het was kapot gemaakt. Ik zag het
ook als een aanval in de rug. Pas de laatste maanden krijg ik
dat trotse gevoel weer een beetje terug."
© Eindhovens Dagblad 2011, op dit artikel rust copyright.
top
==================================================================================
top
Persbericht
Publicatie: woensdag 25
mei 2011 - 10:31 | Auteur: Hans Janssen
Papegaaienpark NOP
verhuist van Oerle naar Dierenrijk Nuenen
LIBÉMA EN NATIONAAL
OPVANGCENTRUM PAPEGAAIEN TEKENEN INTENTIEOVEREENKOMST VOOR
VERPLAATSING NOP NAAR DIERENRIJK.
OERLE - Het Nationaal Opvangcentrum Papegaaien (NOP) in Oerle
gaat over 2,5 jaar verhuizen naar Dierenrijk Europa in Nuenen.
Dat hebben de exploitant van de dierentuin Libéma en de leiding
van de papegaaienopvang afgesproken.
Libéma en het NOP sloten dinsdag een intentieovereenkomst.
Libéma neemt het opvangcentrum over.
Het papegaaienpark, dat sinds 1987 in Oerle zit, klaagde de
laatste jaren over geldgebrek. Ook kampte het park met
uitbreidingsmogelijkheden. Op de nieuwe plek op Landgoed
Gulbergen in Nuenen kan de papegaaienopvang uitbreiden. Er
verblijven nu duizenden papegaaien en exotische vogels in Oerle.
Opvangcentrum
wordt onderdeel van uitbreiding Dierenrijk op Landgoed Gulbergen
Rosmalen, woensdag 25 mei 2011 – Libéma en het Nationaal
Opvangcentrum Papegaaien (NOP) hebben gistermiddag de
intentieovereenkomst getekend met betrekking tot overname van
het NOP door Libéma. Hiermee is de eerste stap gezet die moet
leiden tot verplaatsing van het opvangcentrum naar Landgoed
Gulbergen. Hierdoor wordt het NOP onderdeel van Dierenrijk in
Nuenen, een van de zeven dagattracties die tot het concern
behoren. Belangrijkste reden voor deze verplaatsing is dat
uitbreiding van het NOP op de huidige locatie onmogelijk is.
Libéma,
exploitant van onder meer Libéma Vakantieparken, diverse
dagattracties en beurzen- en evenementenlocaties in Nederland,
heeft gistermiddag overeenstemming bereikt met het NOP over
overname van het NOP. De overname hangt samen met de
verplaatsing van het Nationaal Opvangcentrum Papegaaien. Het
opvangcentrum – dat onder meer de zorg en opvang van papegaaien
en andere kleine dieren als uitgangspunt heeft – wordt namelijk
van de huidige locatie in Veldhoven in zijn geheel verplaatst
naar Dierenrijk in Nuenen. Het NOP heeft als streven haar
activiteiten in de toekomst uit te breiden. De mogelijkheden
voor uitbreiding op de huidige locatie zijn nihil. De
verplaatsing van het NOP gaat gepaard met de uitbreidingsplannen
van Dierenrijk op Landgoed Gulbergen waarover Libéma met diverse
partijen in onderhandeling is. Het NOP zal in het nieuw te
realiseren parkgedeelte op Landgoed Gulbergen zijn bestemming
vinden. Wanneer dit exact gaat plaatsvinden is afhankelijk van
diverse randvoorwaarden, zoals de wijziging van het
bestemmingsplan op het Landgoed Gulbergen.
Stichting NOP
De Stichting Nederlands Opvangcentrum voor Papegaaien is een
opvangcentrum voor alle exotische vogels, maar voornamelijk
papegaaiachtigen. Sinds 1987 zorgt de stichting voor de opvang
en verzorging van papegaaien die bij hun eigenaar niet meer te
handhaven zijn. Naast gezonde vogels, worden hier ook zieke,
zwakke en gestreste papegaaiachtigen ondergebracht. Tevens zorgt
het NOP voor de opvang van dieren uit beslagname door
overheidsinstellingen, zoals de Douane en de Algemene
Inspectiedienst. Sinds de oprichting van Stichting NOP zijn er
duizenden dieren opgevangen, waaronder papegaaiachtigen, apen,
roofvogels en vele andere gevleugelde dieren.
top
==================================================================================
top
De spijsvertering
Het verteren van harde graankorrels vraagt om
spijsverteringsorganen die in staat moeten zijn de
graankorrels om te zetten in stoffen die door het
vogellichaam kunnen worden opgenomen om te worden gebruikt
voor energie en vernieuwing. Het is een zwaar
verteringsproces, dat veel energie vraagt, maar de
spijsverteringsorganen zijn daar goed op ingesteld.
Een graankorrel opgenomen door de snavel komt in de
keelholte, waar speeksel wordt toegevoegd; daarin bevinden
zich stoffen die een begin maken met de afbraak van de
koolhydraten. Vervolgens gaat de korrel via de slokdarm naar
de krop waar hij in het opgenomen water wordt geweekt. De
krop is eigenlijk niets anders dan een verwijd gedeelte van
de slokdarm, waar het voedsel enige tijd kan worden bewaard
en waaruit het met kleine beetjes wordt doorgevoerd naar de
kliermaag. In de wanden van de kliermaag bevinden zich
klieren die verteringssappen afscheiden (enzymen). Twee
belangrijke verteringssappen zijn pepzine en zoutzuur, die
gezamenlijk het eiwit gedeelte verteren. Het zoutzuur heeft
nog twee functies; ten eerste doodt het door z’n
antiseptische werking de schimmels en bacteriën die
eventueel met het
voedsel werden opgenomen, ten tweede lost het de in het
voedsel aanwezige calciumzouten op. De graankorrel heeft tot
en met het passeren van de kliermaag nog steeds z'n zelfde
vorm behouden, alleen is hij wat gezwollen door het weken en
de inwerking van de verteringssappen.
Kliermaag.
De
graankorrel is nog lang niet geschikt om opgenomen te worden
in het lichaam. Het vermalen van de graankorrel gebeurt in
de spiermaag, een platte geribbelde buis bekleed met een
harde keratinelaag, die samen met opgenomen scherpe
steentjes voor het kleinmaken van de graankorrel zorgt. Als
de graankorrel in zeer kleine stukjes is vermaalt, kunnen de
verteringssappen nog beter hun werk doen. De graankorrel is
een dunne brij geworden, die wordt doorgevoerd naar de dunne
darm, die het verteringsproces voortzet. De dunne darm
bestaat uit drie gedeelten, nl. de twaalfvingerige darm, de
nuchtere darm en de echte dunne darm. De twaalfvingerige
darm is lusvormig, met binnenin z'n lus de alvleesklier of
pancreas. De pancreas is een belangrijk orgaan, dat z'n
enzymen aan de twaalfvingerige darm afgeeft. Deze enzymen
zorgen voor de verdere afbraak van eiwitten en koolhydraten.
Eiwitten worden gesplitst in aminozuren en koolhydraten
in enkelvoudige suikers. In de nuchtere darm worden vanuit
de lever de galsappen toegevoerd, die de vetten splitsen in
vetzuren en glycerol. Van de nuchtere darm wordt het nu
geheel vloeibare voedsel doorgevoerd naar de dunne darm,
waarin zich de darmvlokken bevinden, die zorgen voor de
opname in de bloedbaan. De onverteerbare stoffen worden
doorgevoerd naar de dikke darm en via de cloaca uit het
lichaam verwijderd. Het bovenstaande geeft in grote lijnen
weer wat zich tijdens het verteringsproces afspeelt.
top
======================================================================================
top
Het verenpak van
vogels.
Het
verenpak van vogels is zeer doelmatig en geheel aangepast
aan de eisen waaraan het moet voldoen. Het is licht en sterk
en geeft de vogel het vermogen te vliegen en z'n
lichaamswarmte te regelen. Het is in de zomer koel en 's
winters een goed isolerende mantel, die de lichaamswarmte
lang vast kan houden. We kunnen de veren indelen in:
1.grote veren 2.dekveren
3.donsveren

Grote
veren De grote veren of vliegveren bestaan uit
slagpennen, armpennen en staartpennen. Deze vliegveren
stellen een vogel in staat te vliegen en zijn van een sterke
constructie. Vliegveren hebben een sterke schacht, die tot
het eind van de veer doorloopt. Aan weerszijden van die
schacht hebben ze een brede en een smalle zijde. Aan de
schacht bevinden zich de baarden en baardjes, die onderling
verbonden worden door de zogenaamde haakjes en de veer tot
een sterk geheel maken. De schacht ontstaat uit een
veerfollikel in de huid, wat te vergelijken is met een
haarzakje bij de mens. In de veerfollikel komt de veer tot
ontwikkeling. Naar de veerfollikel lopen bloedvaten die de
nodige voedingsstoffen aanvoeren om de veer te laten
groeien. De veerschacht begint bij de zogenaamde veernavel,
een rond gaatje dat de voedingsstoffen doorlaat naar de
groeiende veer. Als de veer volgroeid is, wordt de veernavel
afgedicht.
Dekveren Dekveren zijn ongeveer van
dezelfde constructie als de vliegveren, maar de schacht is
minder sterk ontwikkeld en loopt niet zover door als bij de
vliegveren. De dekveren dienen om de vogel z'n stroomlijn
bij het vliegen te geven en als beschutting tegen wind en
regen. Ze bevinden zich op de vleugels en op die
lichaamsgedeelten die in direct contact staan met de
buitenlucht.
Donsveren Donsveren hebben een heel korte schacht, nauwelijks buiten
het lichaam uitstekend. De baarden zijn volledig ontwikkeld,
maar worden niet verbonden waardoor ze nogal warrig zijn.
Deze veren doen dienst als isolatie en bevinden zich op
verschillende plaatsen onder de dekveren en aan het
onderlichaam.
Veervelden
De veren komen niet gelijkelijk verdeeld over
het lichaam voor, maar op zogenaamde "veervelden". Vanaf de
ondersnavel loopt een veerveld naar de borst, dat voor het
borstbeen zich vertakt om dan als twee veervelden aan
weerszijden van het borstbeen te lopen en bij de aars weer
bij elkaar te komen, vanwaar ze gezamenlijk overgaan in de
staart. Op de scharnierende gedeelten van poten en vleugels
bevinden zich geen veren. Over de kop loopt een veerveld
naar de staart, dat ongeveer bij de staartwortel ophoudt.
Vanaf de dijen lopen de veervelden naar de staartinplant,
vanwaar ze overgaan in de staartpennen.
De
rui. Na het kweekseizoen worden vrijwel alle veren op het
vogellichaam vernieuwd. Een proces dat zich van de zomer
(half juli) tot in het begin van de winter (half december)
afspeelt. De rui begint bij de eerste slagpen (gerekend
van binnenuit). Bij beide vleugels vallen deze slagpennen
gelijktijdig uit. Wanneer de nieuwe pen voor driekwart
volgroeid is, valt de volgende pen uit. Er vallen nooit meer
slagpennen tegelijk uit, want dit zou het vliegvermogen van
de vogel te veel aantasten. Na het ruien van de zevende
slagpen begint het ruien van de armpennen ook weer vanaf de
binnenste gerekend. Het aantal armpennen dat per jaar geruid
wordt, is niet voor elke vogel gelijk. Sommige vogels ruien
maar twee of drie armpennen per jaar, anderen meer en weer
anderen ruien alle armpennen. Ongeveer tegelijk met het
ruien van de armpennen, ruien ook de dekveren en
staartpennen. Staartpennen ook weer in paren en te beginnen
met de binnenste. Het ruien van de staartpennen geschiedt
niet op rij, maar om en om, om het draagvlak van de staart
zoveel mogelijk intact te houden. De op één na buitenste
staartpen ruit het laatst. Dit zijn tevens de laatste grote
pennen die geruid worden.
Kop-,
hals-, borst- en buikveren ruien tegelijk met de
vleugeldekveren en soms in hele groepen tegelijk, waardoor
de dieren geheel of gedeeltelijk een kale kop krijgen.
Donsveren ruien vrijwel het gehele jaar door. Aan de
kwaliteit van de donsveren is af te lezen in wat voor
conditie een vogel zich bevindt. Zodra de lichaamsconditie
van een vogel niet optimaal is, is dit zichtbaar aan de
donsveren, vooral aan de donsveren die zich rondom de aars
bevinden. De veren zijn dan stijf en hard en komen niet uit
de hulzen. Dit kan een gevolg zijn van ziekte of verkeerde
voeding, of men is te lang doorgegaan met broeden(door
eieren of jongen uit het nest weg te nemen zal een koppel
steeds weer opnieuw willen beginnen), waardoor de vogel niet
in de gelegenheid is geweest zich tijdig te herstellen.
Daarom is het verstandig niet meer dan twee broedsels per
jaar te doen. Het ruiproces is geen ziekte, zoals
sommige liefhebbers nog wel geloven, maar een normaal
proces, dat bij een goede conditie normaal verloopt. Jonge
vogels moeten vanaf hun geboorte in 30 a 50 dagen opgroeien
en een compleet verenpak opbouwen; onder normale
omstandigheden geschiedt dat zonder problemen.
Tijdens het opgroeien van de jongen kunnen er problemen
voordoen. Dit uit zich later door zogenaamde "groeistrepen"
in het verenpak. Het is dan duidelijk te zien, vooral aan de
slagpennen dat zich een storing heeft voorgedaan tijdens het
groeien.
Als een vogel in een minder goede conditie
is, kunnen er zich storingen in de groei van de veren
voordoen; deze kunnen zich uiten in bloedpennen en
buispennen.
Bloedpennen
Bloedpennen kunnen ontstaan doordat het
bloedvaatje in de veerfollikel beschadigd is en er bloed in
de spoel van de schacht vloeit. Soms wil het zich nog wel
herstellen, maar in ieder geval moet u een bloedpen er nooit
uittrekken, omdat er toch meestal geen betere nieuwe pen
voor in de plaats komt en het uittrekken nogal met
bloedverlies gepaard gaat.
Buispennen Buispennen
ontstaan doordat het vliesje om de groeiende pen niet wil
scheuren. De beide haarden kunnen dan niet hun normale stand
innemen en de veer blijft in opgerolde toestand. Buispennen
zijn meestal het gevolg van een doorstane ziekte, een
verkeerde voeding of een slechte conditie van de vogel.
Qua warmte regulatie zijn er ook verschillen tussen
mensen en zoogdieren. Het verenkleed is een zeer effectieve
isolator en kan door bijvoorbeeld het opzetten van de veren
nog voor een regelbare isolatie zorgen. Wanneer een vogel
zijn kop tussen de veren steekt kan dit de warmteafgifte tot
30% laten afnemen. Verder bezitten bijna alle vogels geen
onderhuidse vetlaag, welke bij zoogdieren wel voorkomt.
Zoals al eerder genoemd hebben vogels geen zweetklieren en
daarom regelen zij de koeling voornamelijk via de
ademhaling. Wel kunnen vogels water uit hun huid verdampen,
maar dit vindt niet plaats met behulp van zweetklieren. Om
af te koelen gaat een vogel sneller ademen terwijl de
hoeveelheid in- en uitgeademde lucht afneemt. Verder komt
bij het vliegen veel warmte vrij, welke zo snel mogelijk
afgevoerd dient te worden.
Wilt
u nog meer weten over, De evolutie van veren.
klik dan hier.
top
==========================================================
top
Biggencompost
VAM biggencompost. Waarom VAM
biggencompost voor onze vogels ? Door de lage zuurgraad
( pH=3, 4)goed voor maag en darmflora.  Door het hoge
gehalte koolstof heeft het een zuiverende werking . Bevordert de spijsvertering. Een uitgebalanceerd
voedingssupplement, op basis van natuurlijke grondstoffen.
Bevat de volgende mineralen en sporenelementen. Kalium
Mangaan Calcium Zink Magnesium Borium Fosfor Koper ijzer
Molybdeen. Het gebruik bewijst de kracht van het product.
Vogelsoorten die het goed opnemen zijn onder andere:
kanaries, Forpussen, Gouldamadinen, Neophema's, Afrikaanse
prachtvinken, Grote parkieten en papagaaien, Australische
prachtvinken, Postduiven, Europese cultuurvogels .
Veen als voedingssupplement Tuinturf is een product dat afkomstig is uit een waterrijk
en een voedselarm milieu dat over het algemeen eeuwen oud
is. Door lokaal bepaalde geografische omstandigheden zoals
een waterdichte klei leemlaag en een dalvormige omgeving is
een milieu ontstaan dat door de hoge neerslagcijfers in ons
zeeklimaat zeer waterrijk is. Door deze dalvormige omgeving
is een zuur milieu ontstaan waardoor de afstervende planten
min of meer werden geconserveerd. Hier door werd het
afstervende veenmos niet omgezet in humus, en kwam op deze
manier ook niet tot beschikking van de heersende vegetatie.
Hier door bleef het milieu voedselarm en kon de specifieke
veenvegetatie zich handhaven. Deze veenvegetatie bestond
voornamelijk uit sfagnumsoorten en wollegras. Door de eeuwen
heen is soms een laagdikte van meerdere meters ontstaan
waardoor winning voor diverse toepassingen economisch
interessant werd.
Gebruik In eerste
instantie werd het veen uitsluitend gebruikt als brandturf.
Voor dit doeleind werd de turf veelal met de hand gestoken
en daarna gedroogd. Hierna werd de turf veelal met
platbodems vervoerd naar de grote steden waar het nagenoeg
in ieder huis werd gebruikt voor verwarming en
kookdoeleinden. Pas vrij laat is ontdekt dat veen door een
specifieke behandeling zeer goede eigenschappen bezat voor
de plantenteelt.Wanneer het veen in natte toestand voldoende
lange tijd doorvriest wordt de interne celstructuur gebroken
waardoor het veen in staat is water op te nemen en weer af
te geven. Dit is de belangrijkste eigenschap van tuinturf,
waardoor het met name ook geschikt werd voor het gebruik als
groeimedium.
Winning Het veen wordt voor de
winter diep geploegd zodat de vorst liefst zo diep mogelijk
in het veen kan doordringen.In het voorjaar wordt door
regelmatig cultiveren, de structuur verder verfijnd en
eventuele aanwezige onkruidzaden onschadelijk gemaakt door
dat ze na het ontkiemen door het cultiveren worden gedood.
Wanneer het veen op deze wijze voldoende droog is geworden
kan het oogsten beginnen en wordt het veen met behulp van
bulldozers in grote bulten gedrukt. Het is nu tuinturf
geworden. Daarnaast is het zo dat tuinturf in gedroogde
toestand nagenoeg geheel bestaat uit koolwaterstoffen. Voor
de productie van de beroemde norit maag/darm tabletten
bestaat de grondstof dan ook voornamelijk uit turf. De
tuinturf heeft nu dus drie belangrijke eigenschappen: 1:Het is zuur:pH 3,5 4,5 2:Het bestaat voor een
belangrijk deel (95%) uit koolwaterstoffen 3:het bevat
naast aminozuren ook nog, zij het in kleine hoeveelheden,
bepaalde mineralen.
Opmerking; Tegenwoordig
verkoopt men ook biggencompost speciaal uitgebalanceerd voor
vogels ,de naam van de leverancier is AVI TERRA het is zeker
het proberen waard .Het zal uw vogels zeker in de rui ,maar
nog meer de vogels uit de zwartreeks goed doen. Ingezonden : Avi Terra : Bodemmineralen voor vogels.
 Samenstelling: Avi Terra is samengesteld uit
doorvroren zwartveen, geselecteerde klei soorten en verrijkt
met sporenelementen. Deze receptuur garandeert een
natuurlijke samenstelling en is daardoor een verantwoorde
aanvulling op het voedselaanbod voor uw vogels.
Toepassing: Avi Terra heeft
een aan zurende werking, bevordert de spijsvertering en
heeft een gunstige invloed op de darmflora. Avi terra wordt
gegeven om tekorten aan mineralen en sporenelementen
aanvullend te dekken. Hierdoor kan de algehele weerstand van
de vogel verbeteren. Door het hoge gehalte organische
stof(koolstof) heeft het bovendien een zuiverende werking.
Avi Terra is zacht van structuur waardoor de vogels het
graag en goed opnemen. Avi Terra heeft haar goede werking in
de praktijk bij de volgende vogelsoorten na jarenlange
proefnemingen bewezen: Kanaries, Gould amadine,
Prachtvinken, Papegaaien,Parkieten,Postduiven, Europese
cultuurvogels.
Gebruiksaanwijzing: Gebruik
steeds een schoon schaaltje of bakje. Verstrek per koppel
één eetlepel (= 15 cm³) per twee à drie dagen. Indien het
Avi Terra is uitgedroogd, dient men weer verse Avi Terra te
verstrekken.Wanneer verstrekken Avi Terra kan altijd
worden verstrekt met uitzondering van de periode dat de
jonge vogels in het nest verblijven. Na gebruik. Na
gebruik de verpakking altijd goed afsluiten om uitdroging te
voorkomen. Garantie Bodemmineralen voor vogels op basis
van doorvroren zwartveen, geselecteerde kleisoorten en
sporenelementen. Samenstelling: 90% doorvroren zwartveen,
10% klei en 0,25 kg/m³ sporenelementen. PH3,5-4,5
. EC<0,5mS/cm.
Inhoud: 10 Liter , Gewicht 4 kg .
prijs +/- €3.00 Jan der Linden Kortgene
Tel. +31(0)113 302348 E-mail
aviterra@zeelandnet.nl
top
=================================================================

Alle vogels
leggen eieren.
top
Alle vogels leggen eieren. Maar waarom
doen sommige soorten er tien dagen over om ze uit te
broeden, terwijl andere weken of zelfs maanden zitten te
wachten op het uitkomen van hun kuikens? Deze vraag
fascineert biologen al tijden en een volledig antwoord lijkt
nog altijd niet in zicht. Life history theorie Rond
de jaren ’50-‘60 van de vorige eeuw waren de Amerikaan
Alexander Skutch en de Engelsman David Lack geboeid door de
verschillen tussen zangvogels uit de tropen en zangvogels
uit gematigde streken. Ze zagen dat legsels (het aantal
eieren in een nest) van tropische vogels vaak kleiner zijn
dan legsels van vogels in Noord-Amerika en Europa. Ook
vonden ze dat tropische soorten langer over het uitbroeden
van hun eieren doen. En dat terwijl in de tropen nesten veel
vaker leeggeplunderd worden door roofdieren. Het werk van
Skutch en Lack heeft een belangrijke basis gelegd voor de
huidige dierecologie en met name voor het denken over life
history evolutie. De theorie van life history evolutie
neemt aan dat als gevolg van natuurlijke selectie
biologische beslissingen geoptimaliseerd worden. Een
voorbeeld van zo'n beslissing is het antwoord op de vraag
van een vogelmoeder: hoeveel eieren zal ik leggen? De
theorie stelt dat evolutionaire beslissingen het gevolg zijn
van een kosten-baten analyse. De oudervogel “weegt af”
hoeveel hij/zij investeert in het heden (huidige
voortplanting) en hoeveel in de toekomst (eigen overleving
en toekomstige voortplanting). Individuen van een
langlevende soort, bijvoorbeeld een Manakin, produceren vaak
maar één klein legsel per jaar en “rekenen” erop dat ze een
jaar later weer kunnen broeden.
Afb.
1: De Geelbroekmanakin is een typische tropische soort met
een broedperiode van 19 dagen en een legselgrootte van 2
eieren. bron: Irene Tieleman
Individuen van kortlevende soorten
daarentegen, zoals Kool - en Pimpelmees, maken het liefst
twee of meer grote legsels per jaar, omdat de kans dat ze de
winter overleven en een jaar later weer kunnen broeden klein
is.
Afb.
2: De Koolmees heeft zoals veel vogels uit gematigde streken
een korte broedperiode (13 dagen) en grote legsels (7-12).
bron: Maaike de Heij
Als we eenzelfde soort kosten - baten
analyse toepassen op de lengte van de broedduur dan stuiten
we op een wonderlijke tegenstrijdigheid. In een omgeving met
een hoge kans op nestpredatie zou je een enorme natuurlijke
selectie verwachten voor een zo kort mogelijke eifase. Een
rekensommetje om dit toe te lichten: stel dat de kans dat
een nest gevonden wordt door een roofdier 5% per dag is, een
realistisch getal. Dat betekent dat een nest met een
broedduur van 12 dagen 54% kans heeft om uit te komen,
terwijl eieren die 20 dagen bebroed moeten worden slechts
een kans van 36% hebben om kuikens op te leveren. Het
gekke is dat in de tropen deze voorspelling helemaal niet
uitkomt. Juist daar is er een hoge kans op nestpredatie én
hebben vogels een lange broedperiode. En waarom bestaan er
eigenlijk lange broedperiodes? Zijn er bepaalde beperkingen
waardoor het broeden in sommige gevallen niet sneller kan,
of zitten er ook voordelen aan een lange eifase? Misschien
helpt het eerst meer inzicht te krijgen in de patronen van
variatie en in de fysiologische en gedragsmechanismen die de
broedduur kunnen beïnvloeden.
Afb,3:
De Grijzeroodstaart heeft
een broedperioden van +/- 28dagen
en legsels van 3 á 4 eieren.
Vuistregels, Er zijn een paar
vuistregels om in je achterhoofd te houden. Ten eerste,
grotere vogels leggen grotere eieren. Ten tweede, grotere
eieren doen er langer over om uit te komen. Dat is wel
logisch, want elk ei begint met één bevruchte eicel en er
zijn meer celdelingen nodig om een groter kuiken te maken.
De grote uitdaging voor biologen is het verklaren van de
variatie in de lengte van de broedperiodes nadat je
gecorrigeerd hebt voor deze vuistregels. Want ook als je
lichaamsgrootte en eigrootte in de analyse meeneemt blijft
er een enorme variatie in broedperiodes over. De broedduur
van kleine zangvogels bijvoorbeeld varieert tussen de
verschillende soorten van ongeveer 9 tot 23 dagen.
Patronen van variatie. De broedperiode lijkt te variëren
met leefomgeving. Zo hebben veel zeevogels, zoals
Stormvogels en Albatrossen, een relatief lange eifase. Na de
vroege waarnemingen van Skutch in de tropen is er niet zo
lang geleden discussie ontstaan of er wel of niet een
systematisch verschil is in broedduur tussen vogels uit de
tropen en soorten uit gematigde streken. Ondanks die
discussie is iedereen het erover eens dat er in de tropen
meer variatie bestaat. In de tropen van Midden-Amerika
hebben sommige kleine zangvogels, zoals Schoffelsnavels,
Manakins en Miervogels, een relatief lange broedduur van
18-23 dagen. In hetzelfde gebied hebben Dikbekjes en Vireos
en andere soorten na 12-13 dagen broeden al kuikens. Kortom,
tot welke groep vogels je behoort lijkt een belangrijke
invloed te hebben op de tijd die je op je eieren zal moeten
zitten. Dit soort waarnemingen hebben geleid tot
onderzoeken om te bepalen op welk taxonomisch niveau de
meeste variatie in broedduur te vinden is. Met taxonomisch
niveau bedoelen we soort, geslacht, familie, orde,
enzovoort. Dat zijn de niveaus die in de biologie gebruikt
worden voor de systematische rangschikking van soorten op
grond van overeenkomsten in hun eigenschappen. Veel van de
variatie in broedduur ligt op hogere taxonomische niveaus:
Er zijn grote verschillen in broedperiode tussen ordes en
families, maar kleine verschillen tussen geslachten binnen
een familie en tussen nauw verwante soorten. En hoe zit
het binnen soorten? Zit elke Koolmees even lang op haar
eieren? De variatie binnen een populatie van een soort is
meestal vrij klein. Er zijn uitzonderingen, vaak
samenhangend met weersomstandigheden. Tijdens koude periodes
in het voorjaar bijvoorbeeld duurt het soms wat langer voor
eieren uitkomen. Deze verlenging van de broedduur kan het
gevolg zijn van gemiddeld lagere ei temperaturen. En er zijn
extreme gevallen bekend waarin het twee keer zo lang als
normaal duurde voor eieren uitkwamen. Maar meestal is de
variatie binnen soorten in de orde van een dag of hooguit
een paar dagen. En in het algemeen geldt dat de variatie in
broedduur veel kleiner is binnen soorten dan tussen soorten.

Mogelijke evolutionaire beperkingen. Terug naar de vraag waarom er lange broedperiodes bestaan:
zijn er beperkingen waardoor deze periode in sommige soorten
niet korter kan? De manier waarop de variatie in
broedperiodes verdeeld is over de stamboom van alle vogels
suggereert dat fylogenetische beperkingen misschien een rol
spelen. Fylogenetische beperkingen hebben te maken met de
ontwikkeling van soorten in de loop van hun evolutie. Als
een soort eenmaal een bepaalde eigenschap heeft gekregen
door evolutie, dan zitten de soorten die later daaruit
voortkomen soms “opgezadeld” met dezelfde eigenschap. Een
beperking dus. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn omdat er geen
genetische variatie over is voor andere eigenschappen. Dus
volgens dit idee hebben hedendaagse soorten hun broedduur
geërfd van hun “voorouder-soorten” en was er weinig
verandering in broedduur mogelijk. Met andere woorden,
Koolmezen en Pimpelmezen hebben allebei een korte
broedperiode omdat hun gezamenlijke vooroudermees een korte
broedperiode had. En Geelbroekmanakins en Witkruinmanakins
hebben allebei een lange broedperiode omdat de oer-Manakin
haar eieren lang bebroedde. Dit idee is moeilijk te testen
want we kunnen geen metingen doen aan oervogels, omdat die
al eeuwen geleden uitgestorven zijn.

Er is in slechts twee huidige
soorten, de Kip en de Spreeuw, gekeken naar genetische
variatie in broedduur. De Kip is natuurlijk een logische
soort voor dergelijk onderzoek. Mensen fokken al jaren
Kippen en zouden met selectie voor snellere embryonale
ontwikkeling graag tot een hogere productie willen komen.
Toch is het onmogelijk gebleken te selecteren op eieren die
sneller uitkomen. Er is vrijwel geen genetische variatie
voor de broedduur; de lengte van de eifase lijkt volledig
vast te liggen. Hetzelfde geldt voor Spreeuwen, die zijn
onderzocht in een nestkasten -kolonie. Of andere vrijlevende
soorten ook zo weinig genetische variatie voor broedperiode
bezitten weten we niet. Voor veel ecologen is het
moeilijk voor te stellen dat er in de honderden, duizenden
en miljoenen jaren van evolutie geen genetische variatie is
ontstaan in de duur van de broedperiode, en dat deze periode
volledig fylogenetisch vastligt. Veranderingen in het DNA
kunnen toch voortdurend nieuwe variatie maken? Misschien dat
we in de toekomst meer zullen ontdekken over de genetische
achtergrond van variatie in broedperiodes bij vrijlevende
vogels. Mechanismen: fysiologie, gedrag en omgeving. De duur van de broedperiode wordt beïnvloed door allerlei
factoren, variërend van microklimaat van het nest tot gedrag
van de oudervogels. Er is veel onderzoek gedaan naar het
verband tussen de temperatuur van de eieren, het gedrag van
de ouders en de weersomstandigheden. De invloed die het
samenspel van deze factoren heeft op de lengte van de
broedperiode is vooral bestudeerd binnen soorten. Veel
vogels doen hun uiterste best om hun eieren lekker op
temperatuur te houden.
Afb.
4
Deze
grafiek laat de eitemperatuur in de loop van de dag zien van
een Dikbekorganist, een tropische soort,alleen het vrouwtje
bebroed de eieren. Aan het temperatuursverloop van de eieren
kan je zien hoeveel tijd een oudervogel op het nest
doorbrengt. De zwarte balk geeft de nacht aan. De pijlen
geven aan wanneer de pop
van de eieren is ;de eitemperatuur gaat dan onmiddellijk
omlaag.
Als de eieren gemiddeld kouder zijn
ontwikkelen de embryo’s zich langzamer en wordt de
broedperiode langer. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens een
koude periode in het voorjaar, en vooral bij soorten waarvan
alleen het vrouwtje broedt. Een broedende pop gaat tijdens
de dag regelmatig voor een korte periode van de eieren af om
zelf voedsel te zoeken.

Op koude dagen heeft zo’n ouder meer
voedsel nodig om warm te blijven, en soms kost het ook meer
tijd om voedsel te vinden als het koud is. Insecten zijn dan
bijvoorbeeld minder actief. Zo heeft onderzoek bij Koolmezen
laten zien dat vrouwen op koude dagen minder tijd op het
nest doorbrengen. Daardoor wordt de temperatuur van de
eieren gemiddeld lager, en de broedperiode langer. Dat
broedende vogels een balans zoeken tussen eieren warm houden
en zelf eten zoeken blijkt onder meer uit experimenten
waarin eieren kunstmatig werden afgekoeld of verwarmd in het
nest. Zo brachten Savannegorzen 22% meer tijd op hun
eieren door als deze kunstmatig afgekoeld werden, vergeleken
met nesten die met rust gelaten werden. Ze zaten daarentegen
28% minder tijd op het nest als de eieren kunstmatig
verwarmd werden. Maar ondanks dat de eieren de hele tijd
kunstmatig lekker warm gehouden werden zaten de
gors-vrouwtjes toch nog een deel van de dag op hun nest. Het
gedrag van een oudervogel wordt dus niet volledig bepaald
door de temperatuur van de eieren. Kan de interactie
tussen de tijd die een ouder op het nest doorbrengt, de
ei-temperatuur en de lengte van de broedperiode ook de
verschillen in broedperiode tussen soorten verklaren? Daar
lijkt het niet op. Ook soorten die een lange broedperiode
hebben houden hun eieren lekker warm. Ons werk in de tropen
van Panama leverde bijvoorbeeld een gemiddelde
ei-temperatuur van 36.8oC op voor de Geelbroekmanakin die
een broedduur van 19 dagen heeft. Ook de
Roodkeel-Miertangare, met een broedperiode van slechts 13
dagen, hield haar eieren gemiddeld op 36.7oC. Voordelen
van lange broedduur? Zoals we eerder zagen heeft een
langere broedduur als nadeel dat de kans dat eieren
overleven tot ze uitkomen kleiner is. Vooral in een omgeving
waarin de nestpredatie hoog is kan dit resulteren in een
laag broedsucces, wat evolutionair gezien een groot nadeel
is. Veel evolutionair biologen vragen zich dan ook af of er
geen voordelen zitten aan een lange broedperiode die tegen
dit nadeel kunnen opwegen. Er zijn allerlei ideeën geopperd,
maar niet iedereen is het hier met elkaar over eens.
Afb.5
De eieren van de kiwi zijn in verhouding de grootste van
alle vogels. De broedperioden is +/-70 á 80 dagen. Soms
worden er twee eieren gelegd met een tussenpose van 22
dagen.
Eén van de verwachtingen is dat een
langere embryonale ontwikkelingstijd leidt tot een
kwalitatief beter kuiken. Waaruit de kwaliteit van een
kuiken bestaat en hoe je die kan meten is niet helemaal
duidelijk. Eén suggestie is dat kuikens die langer in het ei
gezeten hebben een betere afweersysteem tegen ziektes en
parasieten hebben kunnen ontwikkelen. Dit idee zou kunnen
verklaren waarom in de tropen, met relatief veel
ziektekiemen, de broedduur vaak langer is. Maar het roept
ook gelijk de vraag op waarom dan niet alle tropische vogels
een lange broedduur hebben, in plaats van slechts een deel.
Een andere verwachting komt voort uit de waarneming dat
soorten met een lange broedperiode ook vaak een hoge
overleving van oudervogels kennen. Om het risico dat ze zelf
gegrepen worden door een roofdier te minimaliseren zouden
ouders zo min mogelijk tijd op het nest doorbrengen,
waardoor de eieren kouder zijn en de broedperiode langer
wordt.

Een belangrijke aanname is dat het
nest een gevaarlijke plek is voor ouders. Het
achterliggende idee, gebaseerd op life history theorie, is
dat vogelouders een afweging maken tussen hun eigen kans op
overleven en het produceren van jongen. Door weinig op het
nest te zitten wordt de kans dat een ouder aangevallen wordt
kleiner en het risico dat de jongen de eifase niet overleven
groter. Dit is wel een aardig idee, maar er zijn geen
aanwijzingen dat soorten met een lange broedperiode minder
tijd op het nest zitten en koudere eieren hebben.
Integendeel, de ei -temperatuur van soorten met korte en
lange broedperiodes is ongeveer gelijk. Samenvattend…
Ondanks dat we een deel van de variatie in de duur van
de broedperiodes kunnen verklaren met lichaamsgewicht,
eigrootte, en verwantschap, begrijpen we de redenen voor een
groot deel van de variatie tussen soorten nog niet.
Misschien dat onderzoek in de toekomst zal uitwijzen in
hoeverre de duur van broedperiodes vastligt door beperkingen
in fylogenie, in fysiologische mechanismen of in gedrag van
oudervogels. En misschien zullen we nieuwe voordelen van een
lange broedperiode ontdekken, en uitvinden hoe voor - en
nadelen van de broedduur tot zoveel variatie tussen soorten
hebben kunnen leiden. Voorlopig blijft het een mysterie.

Bronnen Davis, S.D., J.B. Williams, W.J.
Adams, S.L. Brown (1984) The effect of egg
temperature on attentivenss in the Belding’s
Savannah Sparrow. Auk 101: 556-566. Drent, R.H.
(1975) Incubation. Pp. 333-420 in Farner, D.S. and
King, J.R. (eds.) Avian Biology, Academic Press, New
York. Martin, T.E. (2002) A new view of avian
life-history evolution tested on an incubation
paradox. Proceedings of the Royal Society London B
269: 309-316. Ricklefs, R.E. (1993) Sibling
competition, hatching asynchrony, incubation period,
and lifespan in altricial birds. Current Ornithology
11: 199-276 Tieleman, B.I., J.B. Williams, R.E.
Ricklefs. (2004). Nest attentiveness and egg
temperature do not explain the variation in
incubation period in tropical birds. Functional
Ecology: in druk.
Zie ook:
De life
history-fysiologie link (Engels)
Website
Irene Tieleman (Engels)
top
======================//====================
Papegaaienvoeding
de nieuwe manier.
Door; Michel van der Plas, Stichting
Papegaaienhulp.
top
Een veel besproken onderwerp in de wereld der
papegaaienhouders is de voeding. Terecht overigens omdat de
voeding grotendeels bepaalt of de vogel zich prettig voelt.
U bepaalt tenslotte waar de vogel uit mag kiezen in zijn
voerbak.
De ervaring van dierenartsen die het kunnen
weten is dat het meestal droevig is gesteld met het menu dat
de papegaai krijgt voorgeschoteld. Helaas kunnen wij als
opvang en voorlichtingscentrum alleen maar beamen dat
dit bijna altijd waar is. Wij beseffen dat dit een harde
conclusie is, maar de dagelijkse praktijk wijst uit dat nog
steeds veel vogels moeten eten uit een voerbakje dat is
gevuld met verkeerde voeding.
Onderzoek in de
dierenartsenpraktijk wijst uit dat nog steeds meer dan 80 %
van de problemen zijn veroorzaakt door de verstrekte
voeding. De verzorger valt echter nauwelijks iets te
verwijten. Die voert wat hem bij aanschaf wordt verteld of
wat hem in de winkel wordt aangeboden. Dit is niet vreemd
want ook de schrijver van dit artikel is op die manier
begonnen. Pas na langdurige klachten en het experimenteren
met verschillende voedermanieren wordt duidelijk dat men
verkeerd is voorgelicht. Belangrijk is ook dat voeding
vaak op de lange termijn pas echt zijn gevolgen laat zien.
Wat u nu voert kan uw vogel over vijf jaar het leven kosten.
Waar wij met onze goedbedoelde adviezen nogal eens tegenop
lopen is de reactie:” Ja maar hij doet het er al jaren goed
op”. Het teruglopen van de conditie van de vogel is altijd
een dermate geleidelijk proces dat de eigenaar het pas
opmerkt als het al te laat is. Niemand wil horen dat hij
zijn vogel niet goed verzorgt, zelfs niet als hij het
onbewust doet. Toch is ons advies om uw vogel een keer per
jaar te laten onderzoeken door een in vogels
gespecialiseerde dierenarts. Hoewel wij bij Stichting
Papegaaienhulp geen dierenartsen zijn, zijn wij wel in
papegaaien gespecialiseerd. Onze ervaring ook met
verschillende dierenartsen is dat er geen twee zijn die u
hetzelfde advies geven. Ook in adviezen van dierenartsen zit
kwaliteitsverschil dus u kan altijd gebruik maken van onze
second opinion of die van een andere dierenarts.
In
de rest van dit verhaal zal ik mij richten op de filosofie
die wij hebben over de voedingsmanieren van papegaaien. Denk
er daarbij aan dat als u aan tien verschillende
voedingsdeskundigen vraagt wat goede papegaaienvoeding is
dat u tien verschillende adviezen krijgt. Mogelijk alle tien
ook goede adviezen dus u bepaalt zelf wat u het meest
aanspreekt. Ik zal u er nu van proberen te overtuigen waarom
wij de voeding geven die wij nu geven.
De ouderwetse manier Algemeen aanvaard en nog steeds de meest verstrekte voeding
is het alom bekende zaadmengsel. Dit mengsel bestaat al
eeuwenlang voornamelijk uit een mengeling van
zonnebloempitten, tarwe, haver, boekweit, millet, cedernoten
en paddy met daaraan, afhankelijk van de fabrikant, aan
toegevoegd een keuze uit pompoenpitten, lijnzaad, witzaad,
dari, maïs, erwten, hondendiner en pinda’s.
Pinda’s Om met de
pinda’s te beginnen, kunnen we zeggen dat een voer dat
pinda’s als bestanddeel heeft niet serieus kan worden
genomen. Al sinds de jaren zeventig is bekend dat pinda’s
zeer slecht zijn voor papegaaien. Ten eerste omdat het
teveel calorieën bevat waardoor papegaaien zeer snel een
overgewicht ontwikkelen. Ten tweede omdat pinda’s nogal eens
begroeid zijn met een schimmel die het giftige aflatoxine
produceert. Dit gif wordt opgestapeld in de lever van de
vogel en is in kleine hoeveelheden al schadelijk en in grote
hoeveelheden dodelijk. Eenmaal in het lichaam aanwezig zal
dit gif niet meer uit het lichaam verwijderd kunnen worden.
Dat pinda’s nog steeds als papegaaienvoer worden verkocht,
komt vooral door het vastgeroeste idee dat apen en
papegaaien pinda’s eten. Ondanks waarschuwingsbordjes kampen
alle dierentuinen nog dagelijks met mensen die de bordjes
negeren. Gewapend met een zakje pinda’s of brood worden de
dieren onbewust vergiftigd en worden de zorgvuldig
uitgestippelde diëten uit evenwicht gebracht. Geen pinda’s
dus.
Tarwe
Vervolgens de tarwe. Een zeer goedkoop graan dat ook
prima geschikt is als papegaaienvoer. Als ze het tenminste
zouden eten. Van de honderden papegaaien die ondergetekende
heeft verzorgd was er niet een die tarwe at. Na overleg met
andere papegaaienliefhebbers bleek dat ook zij hun
papegaaien niet aan de tarwe kregen. Slechts in geweekte
vorm wordt tarwe soms gegeten. Ditzelfde geld voor maïs,
erwten, dari en katjang idjoe. Eenmaal zorgvuldig geweekt en
eventueel gekiemd is dit een prima voeding. Gedroogd zal
bijna geen papegaai ervan eten.
lijnzaad Tenslotte het lijnzaad. Ook dit wordt bij Stichting
Papegaaienhulp niet aan het mengsel toegevoegd. Het heeft
bij ons de bijnaam lijmzaad gekregen, omdat als het nat
wordt lijnzaad zich zeer vast hecht aan alle oppervlakken.
Het is dan zeer moeilijk te verwijderen en zelfs met de
nagel niet altijd los te krijgen. Omdat het daarnaast ook
niet zeer geliefd is bij de meeste papegaaien hebben we om
schimmelvorming van vastgeplakt lijnzaad te voorkomen, dit
zaad verwijdert uit het mengsel. Behalve dat bestanddelen
niet worden gegeten of gewoonweg slecht zijn voor de
papegaai, hebben zaadmengsels nog meer nadelen. Zaadmengsels
zijn nooit volledig en zaad moet altijd als bijvoer worden
gezien. Zaden missen essentiële aminozuren, vitaminen en
mineralen ongeacht hoeveel verschillende zaden er aan het
mengsel zijn toegevoegd!
Toevoegingen Om
deze tekorten aan te vullen moeten altijd extra’s als
eivoer, hondenvoer of andere toevoegingen worden verstrekt.
Probleem hierbij is dat vogels dit pas eten als de zaden
streng worden gerantsoeneerd. Een vogel eet naar
energiebehoefte en zal dus beginnen met datgene te eten dat
de meeste energie bevat. Vet dus. Zonnepitten zijn voor de
meeste papegaaien favoriet omdat ze veel vet bevatten. Zodra
zijn energiebehoefte is bevredigd stopt de vogel met eten.
Het minder vette voer blijft dus vaak liggen waardoor
eenzijdige voeding een feit is. Indien een goed
zaadmengsel (wat u waarschijnlijk zelf zult moeten mengen
omdat er eenvoudigweg vrijwel geen goede mengsels worden
aangeboden) wordt aangevuld in de juiste verhoudingen met de
juiste aanvullingen, kan men dus tot een prima
papegaaienvoer komen. Mits de papegaai natuurlijk ook alles
daadwerkelijk opeet.
Pellets Alle hiervoor
genoemde problemen leidden er in de jaren tachtig toe dat
een aantal fabrikanten een voer gingen ontwikkelen dat alle
ingrediënten bevatte. Bij vrijwel alle andere diersoorten is
dit al volledig ingeburgerd. Wie mengt er tenslotte
tegenwoordig nog zelf zijn hondenvoer. Een nobel streven
dus dat echter vanuit de wereld van de papegaaienkwekers met
argusogen werd gevolgd. Terecht overigens want de eerste
brokjes waar de fabrikanten mee kwamen waren zo slecht van
samenstelling dat het nauwelijks beter was dan zaad.
In de loop der jaren en met toenemende concurrentie werden
vooral in de Verenigde Staten steeds betere pellets
geproduceerd. Veel gehoorde kritiek op pellets is dat het
eenzijdig en saai voor de vogels zou zijn en dat het niet of
slecht wordt gegeten. Een goed pelletvoer zal niet
eenzijdig zijn omdat het alle voedingsstoffen moet bevatten.
Dat het saai is hebben we in ons opvangcentrum niet kunnen
vaststellen. Mede omdat het advies is om er wel fruit,
groenten, onkruid en eventueel kiemzaden bij te geven. Bij
ons is gebleken dat vogels die pellets krijgen net zolang
bezig zijn met eten als vogels die zaden krijgen.
Dat
het slecht wordt gegeten is slechts ten dele waar. De meeste
papegaaien zijn zeer conservatief en houden dus niet van
veranderingen. Het is inderdaad zo dat de meeste papegaaien
niet direct iets nieuws zullen uitproberen dus ook pellets
niet. Ons is opgevallen dat hoe ouder een papegaai is, hoe
moeilijker hij aan iets nieuws is te wennen. Slechts 5%
van onze papegaaien had meer dan twee weken nodig om aan
pellets te wennen. Al deze vogels waren kaketoes of vogels
ouder dan 35 jaar. Slechts 1 vogel van 40 jaar oud wilde
absoluut niet aan pellets beginnen. Omdat deze vogel ook een
wat zwakkere gezondheid had is hij een weekje naar de
dierenarts gegaan waarna hij alsnog pellets ging eten, eerst
gemengd met een beetje babyvoeding later ook zonder
toevoeging. Tegenwoordig lukt het ons met Zupreem pellets
vrijwel iedere vogel binnen drie dagen op pellets over te
zetten zonder ze te laten hongerlijden. Wij kunnen dus nu
spreken van een 100% score en mensen die zeggen dat hun
vogel geen pellets eet kunnen dus niet op onze instemming
rekenen. Wel is het zo dat er een gezonde dosis
doorzettingsvermogen nodig is. Het is belangrijk eigenwijzer
te zijn dan de vogel. Maar men hoeft de vogel echt niet uit
te hongeren om resultaat te bereiken. De meest
gebruikte methoden om vogels over te zetten op een nieuw
soort voer zijn:
1.
Ineens overschakelen, de meeste vogels zullen zonder
veel problemen snel beginnen aan het nieuwe voer.
2. Langzaam afbouwen, steeds iets minder van het
oude en meer van het nieuwe voer geven. 3.
Keuze beperken, door ‘s ochtends pellets te geven en ‘s
avonds een beetje zaad krijgt de vogel overdag een
hongergevoel zodat hij datgene in zijn voerbak toch maar
opeet. 4. Aantrekkelijk maken, door aan de
pellets iets lekkers toe te voegen zoals bijv.
sinaasappelsap, vruchtenlimonade, appelmoes, water of
iets anders dat de vogel lust en dat in de pellet trekt,
wordt de pellet aantrekkelijker gemaakt voor de vogel.
Ook kunt u het voer malen en op deze manier gemengd
aanbieden. 5. Prijzen, een goed opgevoede
vogel zal eten wat u hem aangeeft, door de vogel te
prijzen als hij het voer van u aanpakt en nog meer te
prijzen als hij het opeet zal hij het ook vanzelf gaan
eten. Op deze manier wordt goed gedrag beloond. 6. Voorbeeld, als u meerdere vogels heeft en één
daarvan eet wel pellets dan is het; zien eten, doet eten
en zullen veel weigeraars alsnog beginnen. 7.
Laatste mogelijkheid, de lastigste manier om hardnekkige
weigeraars aan pellets te wennen is via dwangvoeding,
meestal is het aan te raden dit niet zelf te doen maar
laten doen door een deskundige dierenarts. Hierbij wordt
het voer gemalen en rechtstreeks via een sonde in de
krop gebracht uw dierenarts zal u hierbij verder helpen
uw vogel aan het goede voer te helpen.
Een
combinatie van deze mogelijkheden geeft vaak de beste
resultaten. Het meeste succes boeken wij door punten 3, 5 en
6 te combineren. Zoals u ziet is het niet altijd een
makkelijke zaak om uw vogel aan gezonde voeding te helpen.
Omdat pellets zoveel voordelen hebben is het volgens ons het
voer van de toekomst. Toch hebben pellets ook wel nadelen.
Phytonutriënten Een moeilijk woord dat niet anders
betekent dan levende voedingsstoffen. Al heel lang is bekend
dat mens en dier niet kunnen leven zonder bepaalde
voedingsstoffen zoals bijv. vitamines. Hiervan is de werking
bekend, evenals de gevolgen van een gebrek eraan. Sinds
jaren is ook al het bestaan van zogenaamde phytonutriënten
bekend. Een voorbeeld hiervan is chlorofyl de stof die
bladeren een groene kleur geeft. Tot voor kort werd er geen
voedingswaarde aan deze stoffen toegeschreven. Nu denken
sommige wetenschappers daar echter heel anders over. En wie
er logisch over nadenkt komt zelf ook tot de conclusie dat
gedroogd(en dus dood) fruit minder gezond moet zijn dan
vers(en dus levend) fruit. Bewezen is dat een gebrek aan
levende voedingsstoffen leidt tot lichamelijke klachten.
Dit is het nadeel van pellets. Pellets zijn geextrudeerd
(verhit) of geperst en dus dode voeding. Overigens zijn
gedroogde zaden ook geen grote bron van phytonutriënten en
dus geen geschikte aanvulling voor pellets. Veel beter is
het verstrekken van vers fruit, groenten, gekiemde zaden en/
of schone onkruiden.
Vers eten Goede pellets zijn
dus een prima basisvoeding die tot een gezondere vogel
(waardoor minder dierenartskosten) kunnen leiden. Voor zover
de huidige kennis van diervoeding reikt is het dus
verstandig met mate vers voedsel erbij te verstrekken. Dit
betekent dagelijks een kleine hoeveelheid (en niet eens per
week heel veel) een gevarieerde keuze van liefst ecologisch
geteeld fruit, groente, gekiemde zaden of onbespoten
gewassen onkruid.
Omdat ons vaak gevraagd wordt naar
voorbeelden van dergelijke toevoegingen volgen er hier
enkele. De top 10 van meest gevoerd groenvoer is: Appel, zomer en winterwortel, banaan, druif, verse maïs,
bessen, sinaasappel, kiwi, paprika en perzik/ pruim. Ik wil
nogmaals benadrukken dat de verstrekte hoeveelheden klein
moeten zijn vooral van banaan omdat die voornamelijk uit
zetmeel bestaan. Naast deze top 10 zijn er nog vele
andere soorten die verstrekt kunnen worden. Dit is uiteraard
ook grotendeels afhankelijk van het seizoen. Andere veel
gegeven soorten zijn: Augurken, vijgen, kersen,
clementines, paardebloem(de gehele plant), rozenbottel,
lijsterbes, vogelmuur, sla, andijvie, spinazie, kool,
aardbei, erwt, biet, granaatappel, selderij, litchi , mango,
gras, framboos, braam, aalbes, kruisbes, vuurdoornbes,
zwarte bes, vlierbes, gekookte aardappel(zonder zout),
ananas, papaja, peterselie, koolraap, weegbree, peterselie,
broccoli, pompoen, meloen e.d. Deze lijst is niet compleet
maar geeft wel de meest gevoerde producten.
Geef
nooit avocado omdat dit giftig is voor vogels. Pas ook op
voor bespoten, vervuild (uitwerpselen van andere dieren) en
bedorven groenvoer. Het groenvoer eerst goed afspoelen
voordat u het aan uw vogel verstrekt. Fruit dat wijzelf
eerst schillen voordat we het eten (banaan, citrusvruchten
e.d.) kunt u uw vogel ook het beste zonder schil
verstrekken.
Gekiemde zaden Zoals gezegd zijn ook
gekiemde zaden zeer gezond voor uw vogel. Door zaden één dag
te laten weken komt de kiem tot leven en wordt het zaad niet
alleen beter verteerbaar maar ook meer gevuld met
belangrijke voedingstoffen die liggen opgeslagen in de kiem. Het grote nadeel van kiemzaden is de grote bederfelijkheid.
Niet alleen de kiemen van het zaad komen bij toevoegen van
water en warmte tot leven maar ook allerlei micro-organismen
als schimmels. Om zaden op een veilige manier te kiemen
adviseren wij te kiezen voor zaden of peulvruchten die snel
ontkiemen. Goede voorbeelden zijn zonnepitten, safloorpitten
en katjang idjoe. Laat deze 24 uur in schoon water weken
en zet ze dan nog 24 uur droog weg na ze goed te hebben
afgespoeld. Nu zijn de zaden ontkiemd en na nogmaals
afspoelen en eventueel te koken zal uw vogel ze graag eten. Goed gekiemde zaden bederven niet snel omdat de zaden zelf
allerlei verdedigingstechnieken hebben om zichzelf tegen
micro-organismen te beschermen. Wees echter zeer bedacht op
schimmels, op warme dagen ontwikkelen deze zich razendsnel.
Peulvruchten Bij het kiemen van peulvruchten moet men
erom denken dat deze veel fytinezuur bevatten. Fytinezuur is
een stof die zich bindt met mineralen en sporenelementen
zoals calcium, zink en ijzer. Teveel fytinezuur zorgt dus
voor een kalkgebrek en men moet dus oppassen met gekiemde
peulvruchten zoals erwten en bonen.
Tenslotte moet
nog de vraag beantwoord worden welk merk pellets onze
voorkeur heeft. Hoewel Stichting Papegaaienhulp niet het
doel heeft andere merken af te kraken, willen we vanwege de
grote kwaliteitsverschillen tussen de diverse merken een
voorkeur uitspreken. Ons favoriete merk op dit moment is
Zupreem dat helaas in Nederland nog slecht is te verkrijgen
maar in de VS marktleider is. Een goede tweede is Harrison’s
Bird Foods (HBF) dat helaas pinda’s bevat en nogal sterk
uitzet als het nat wordt (dus ook in de krop). Beide merken
worden zeer goed geaccepteerd door de vogels en zorgen voor
een mooi verendek, stevige ontlasting en goede gezondheid.
Dat het laatste woord over papegaaienvoeding nog niet is
gezegd daar is iedereen het over eens maar voorlopig zullen
we het hiermee moeten doen. Als er aanleiding voor is zal
deze folder direct worden aangepast. Deze tekst is voor
het laatst aangepast op 30 maart 2006. Voor vragen of
opmerkingen kunt u contact opnemen met:
Michel van
der Plas Stichting Papegaaienhulp
top
=============//==============
Anti-oxydanten
top
Door
de EG toegestane anti-oxydanten : Nu komen we pas bij de
echte boosdoeners als je het over pellets/brokken hebt.
Antioxydanten zijn stoffen die o.a. het ranzig worden van
vetten tegengaat. Er bestaan diverse natuurlijke
antioxydanten zoals vitamine E en vitamine C.hoewel deze ook
chemische zijn conserveren ze natuurlijk??? ja raar hè
natuurlijk conserveren met chemische vitaminen. Maar er
bestaan ook diverse chemische anti-oxydanten zoals
Ethoxiquine, BHA en BHT. Ethoxiquine is een chemische stof
die als pesticide wordt gebruikt. Deze stof is voor
menselijke consumptie verboden maar helaas mag het in
huisdierenvoeding gebruikt worden. Bijna alle
voedingsfabrikanten gebruiken Ethoxiquie als antioxidant in
hun vogelvoeders. Het is goedkoop! En in de dierenvoeding
draait nu eenmaal alles om geld.... Bij onderzoeken naar
Ethoxiquine is aangetoond dat het kankerverwekkend is. Het
beïnvloed tevens de vruchtbaarheid en kans zelfs tot
onvruchtbaarheid leiden. Ook wordt aangenomen dat
Ethoxiquine epileptische aanvallen kan veroorzaken. BHA en
BHT zijn chemische stoffen die het zenuwstelsel aantasten.
Ook deze stoffen worden veelvuldig in brokken verwerkt om
het ranzig worden van vetten tegen te gaan. brokken met
Ethoxiquine, BHA en BHT bevatten dus letterlijk vergif! Nu
zijn de voederfabrikanten heel slim en ook voor wat betreft
deze stoffen proberen ze de regelgeving te omzeilen. Veel
fabrikanten voegen het namelijk zelf niet toe en kunnen dan
op de verpakking zetten: ´Geen chemische anti-oxydanten
toegevoegd´. Als consument denk je daarmee een voer gevonden
te hebben wat vrij is van deze giftige stoffen maar helaas
is dat niet altijd waar. Als Ethoxiquine, BHT of BHA aan de
grondstoffen is toegevoegd dan hoeft de fabrikant dit niet
op de verpakking te vermelden de biologische bedrijven mogen
deze grondstoffen niet gebruiken.....
top
=============//=============
klik hier
Zoek
op uw postcode .

top
=============//==============
top
Duizend
papegaaien in beslag
Wederom papegaaien in Kameroen in beslag
genomen.
Bron: Newscore, 4 februari 2010
Het lijkt niet te stoppen maar nadat er eind
2009 al 300 papegaaien in beslag genomen zijn er eind Januari
wederom 700 papegaaien op het vliegveld in beslag genomen.
Vermoedelijk waren het hoofdzakelijk Grijze roodstaarten.
Ambtenaren vonden de vogels die in 14 kratten waren samengepakt.
Een deel van de vogels waren al overleden. De overgebleven
vogels werden aan het ministerie van Wildlife overhandigd om
daarna naar een zoologisch park in Limbe, in het zuidwesten van
het land gebracht te worden. Helaas slaagde de politie er niet
in om de smokkelaars in de kraag te grijpen omdat ze
vermoedelijk al getipt waren ( door medewerkers van de
vlieghaven ) over de politie actie. De uiteindelijke bestemming
is onbekend gebleven. Kameroen heeft de officiële export
stilliggen in afwachting van veldonderzoek naar de populaties
wilde papegaaien.
=============//==============
vr 05 feb 2010
Douala - Douanebeambten op een vliegveld in
Kameroen hebben meer dan duizend papegaaien in beslag genomen.
De smokkelaars waren van plan de grijze roodstaarten vanuit het
West-Afrikaanse land naar de golfstaten Bahrein en Koeweit te
brengen, zo maakte natuurbeschermingsorganisatie Wildlife Direct
vrijdag bekend.
„Het is de grootste lading papegaaien
die ooit in Kameroen in beslag is genomen”, aldus een
woordvoerder van het opvangcentrum waar de papegaaien naar toe
zijn gebracht. De vogels bevonden zich al enkele dagen in een
container, voordat de douane de vondst deed. Enkele tientallen
dieren hebben het niet overleefd.
Grijze roodstaarten
zijn internationaal zeer gewild als huisdieren. De handel in de
vogels is aan strikte regels gebonden om de populaties in het
wild te beschermen.
=============//==============
top
Imported African
Parrots
De Europese grenzen zijn per 1 juli
2007 gesloten voor de import van vogels uit alle overige
delen van de wereld. Wij zullen het in de toekomst dus
nagenoeg moeten doen met wat er nu bij liefhebbers
aanwezig is. Kweken is daarom de boodschap!!

Ik heb dit stukje geplaatst zodat
u een idee kunt krijgen wat er zo al geimporteerd werd
aan Afrikaanse papegaaien, in dit geval Grijze
roodstaarten en senegal papegaaien. Ook kunt u onder soorten bij iedere soort de vanglijsten bekijken.
Land van
herkomst
Cameroon
Democratic
Republic of the Congo
Guinea
Guinea Bissau
Liberia
Mali
Senegal
Sierra Leone
|
soorten
Grijzeroodstaart
Grijzeroodstaart
Senegal
papegaai
Senegal papegaai
Timneh Grijze roodstaart
Senegal papegaai
Senegal papegaai
Timneh Grijze roodstaart
|
aantallen
imports 2001
12.000
10.000
9,000
7,000
3,000
19,000
16,000
2,000
|

De
tijdelijke importstop voor vogels, die vanwege het gevaar
voor vogelgriep werd ingesteld, heeft de levens van
honderdduizenden zeldzame en exotische vogels gered.
Dit verklaarde de RSPB .
Lees verder…
top
============//=============
Toename
illegale vogelimport gevaarlijk .
top
Gepubliceerd op
donderdag 30 november 2006 16:00
(Novum) - De
illegale invoer van wilde vogels is enorm toegenomen
door de strengere importverboden in de Europese Unie na
de vogelgriepepidemie. De onwettige handel in de wilde
vogels is lucratief geworden, stelt de Europese
vereniging van importeurs van vogels en levende dieren
donderdag.
Volgens voorzitter Rinus Borgstein van
de vereniging vormt de illegale handel een ernstige
bedreiging voor de gezondheid, omdat er meer zieke
vogels Nederland binnenkomen. Hij schat het aantal
illegaal geïmporteerde uitheemse vogels in de EU sinds
de nieuwe importverboden begin dit jaar op tienduizend.
Daarvan zijn er volgens hem vele honderden in Nederland
ingevoerd. Ook in ons land komen er behoorlijk wat
vogels binnen, in alle soorten en maten. Ze worden niet
gecontroleerd op ziektes en worden vaak onder
erbarmelijke omstandigheden vervoerd.
De prijzen van wilde
vogels zijn na de striktere importregels enorm gestegen,
zegt Borgstein. Een roodstaart papegaai kostte vroeger
honderd dollar. Vorige week hoorde ik dat er vierhonderd
zijn verkocht voor 250 doller per stuk. De illegale
vogelhandel verloopt volgens Borgstein meestal niet via
internet, maar via mond-tot-mondreclame.
EU-commissaris Markos Kyprianou voor volksgezondheid wil
de zakelijke import van wilde vogels beperken tot dieren
afkomstig uit nog minder landen, zoals Australië,
Nieuw-Zeeland, Canada en Chili. Dat zijn voor ons als
importeurs oninteressante landen. De plannen van
Kyprianou lossen niets op en maken de risico's alleen
maar groter, doordat er tienduizenden vogels via
illegale kanalen binnenkomen, zegt Borgstein.
Bron: Elsevier
top
==================//==================
Life verslag uit
Afrika:

Interview met een papegaaienonderzoeker Steve
Boyes, een wildernisgids en student zoölogie aan de
Universiteit van KwaZulu/Natal, Zuid-Afrika, beantwoord
vragen over zijn ervaringen bij het bestuderen van de
Meyer´s papegaai. Steve werkt tegenwoordig voor de World
Parrot Trust aan een lobby om de wildvang vogelhandel in
Afrika te verbieden en het schrijven van zijn doctoraal
zoölogie in Pietermaritzburg, Zuid-Afrika. Dit zijn een paar
inzichten over het leiden van het Meyer´s Papegaaien Project
in de Okavango Delta. Hoe raakte je in eerste instantie
betrokken bij onderzoek naar papegaaien in Afrika? Sinds
mijn jeugd ben ik geïnteresseerd in het Afrikaanse
vogelleven en mijn ouders zorgde ervoor dat wanneer mogelijk
we in de wildernisgebieden waren van Zuid-Afrika en Namibië
om zoveel mogelijk te leren en in ons op te nemen. Als jonge
enthousiaste vogelaar is één van de makkelijkste roep om
te herkennen de contactroep van de Poicephalus papegaai,
voor mij de Meyer’s en de Bruinkop papegaaien Poicephalus
cryptoxanthus in het Kruger National Park, Zuid- Afrika. Ik
herinner me dat ik altijd op deze hoogtonige contactroep
reageerde iedere keer als ik hem hoorde, herhaaldelijk
degenen om me heen er op attent makend dat er een papegaai
was overgevlogen, een gewoonte die ik 20 jaar later zeer
bruikbaar vond. Dus de genegenheid om de Meyer’s papegaai te
bestuderen was altijd al aanwezig. Ik woonde al 18 maanden
in de Okavango Delta, waar ik werkte voor de Wilderness
Safari als kampmanager en gids, toen Professor Perrin van de
Universiteit van KwaZulu-Natal, ontdekte dat ik me in de
Okavango ophield, hij benaderde me met het aanbod mijn
doctoraal zoölogie te halen over de Meyer’s papegaai.
Natuurlijk sprong ik op deze mogelijkheid in en mijn
betrokkenheid bij bescherming van en het onderzoek naar de
Afrikaanse papegaai is sindsdien alleen maar toegenomen.
Waarom zijn jij en je team zo enthousiast over het werken
met de Meyer’s papegaai? Meyer’s papegaaien Poicephalus
meyeri hebben het grootste verspreidingsgebied dan ieder
andere Afrikaanse papegaai, de lengte van Afrika van
Zuid-Afrika helemaal omhoog tot het zuiden van Soedan. Hij
is verreweg de meest voorkomende papegaai in Afrika, het
best geschikt voor de huidige klimatologische omstandigheden
en de overwegend savanne struikgewassen in zuidelijk en
oostelijk Afrika. Eigenlijk is de Meyer’s papegaai een
specialist in het aanpassen, die het bij het rechte eind
heeft, gezien de huidige habitatomstandigheden in Afrika!
Dit is de belangrijkste papegaai in Afrika en door het
ecologische mechanisme te begrijpen wat zijn succes
ondersteunt over het hele continent is fundamenteel voor de
ontwikkeling van een beschermingsplan voor alle Afrikaanse
papegaaien. De Meyer’s papegaai zou inzicht kunnen
verschaffen over de beperkte verspreiding en omstreden
status van andere Poicephalus papegaaien, zoals de Kaapse
papegaai Poicephalus robustus, Niam-Niam papegaai
Poicephalus crassus, Geelmasker papegaai Poicephalus
flavifrons, Rüppel’s papegaai Poicephalus ruppellii en de
Kongo papegaai Poicephalus gulielmi. Bovendien is de
Meyer papegaai een fascinerende, intelligente en
interactieve vogel die je altijd doet verrassen en verbazen.
Je eerste rustige ervaring in een boom en een pop Meyer’s
papegaai je voorzichtig observeert en dan aanneemt dat je
waarschijnlijk geen gevaar betekent is heel emotioneel. In
dit opzicht en die stilte realiseer je je dat ze zelfbewust
en complex van karakter is. Ze taxeert je écht. Na jaren in
het project door broedparen apart te onderscheiden (door
gebruikmaking van unieke teugelkentekenen) begonnen we
tevens uitgesproken karakteristieken in de vogels
afzonderlijk te zien – dapper, nerveus, onverschillig,
agressief etc. Het feit om iedere soort van dichtbij te
leren kennen is heel opwindend en stimulerend. Bij wat voor
soorten ander werk ben je betrokken? Ik werk op dit moment
voor de World Parrot Trust om de import van wildvang vogels
naar Zuid-Afrika een halt toe te roepen, in het bijzonder de
Grijze roodstaart Psittacus erithacus en de Senegal papegaai
Poicephalus senegalus. We werken samen met NGO’s, kwekers en
importeurs om onnodige vijandigheden te vermijden als we ons
standpunt aan de regering voorleggen. Voor meer informatie
hierover neem dan contact op met: boyes@worldparrottrust.org Bovendien ben ik bezig met de aanvang van het Okavango
Nesting Project met het Botswana Department of Wildlife &
National Parks en University of Botswana door te kijken naar
de nestbiologie van alle in nestholtes broedende vogels,
zoogdieren en reptielsoorten in de Okavango Delta.
 Vertel ons eens een bijzonder memorabel verhaal uit de jaren
van het project? Er is een bijzonder hartverscheurend
verhaal. Het paar (boven)was het liefdesverhaal van het
researchproject, omdat ik hun broedactiviteiten drie
seizoenen had gevolgd. In 2004, identificeerde ik deze
papegaaien afzonderlijk door gebruikmaking van hun gele
koptekeningen. Dat eerste seizoen brachten ze twee jongen
groot, waarbij ze waarschijnlijk een verspeelde door de
enorme regenval en het daaruit voortvloeiende gebrek aan
proteïne voor snelle groei van het kuiken dat jaar. In 2005,
nestelden ze opnieuw, maar deze keer verloren ze hun
kuikens door een onbekende predatie gebeurtenis nadat ze
waren uitgekomen. In 2006, miste ik ze omdat ik werkte voor
de University van California, Berkeley. Toen ik in 2007
aankwam, was ik heel benieuwd om te zien of ze nog steeds
samen waren en dezelfde nestholte gebruikte. Dat was zo en
zodoende werden ze de sterren van het veldseizoen van 2007.
We verwachtten dat het uitkomen ging plaatsvinden, dus
bezochten we de nestholtes dagelijks.
Op
een morgen, kreeg ik een telefoontje van een van de
vrijwilligers, die me vertelde dat er iets verschrikkelijk
verkeerd was in deze nestholte. De man schreeuwde wild aan
de ingang van de nestholte, maar ging niet naar binnen.

Daarna voegden zich
twee andere papegaaien bij hem, die aan de chaos meededen.
Ze waren zó opgewonden dat het af en toe leek of ze met
elkaar aan het vechten waren.
Na twee uur
observeren stak een genetkat zijn kop uit de holte (onder),
zodoende bevestigend dat de pop en de eieren waren vernield.

Bij inspectie van
het nest een week later, ontdekten we dat ze samen met één
uitgekomen jong en twee niet uitgekomen jongen was gedood.
Het was verschrikkelijk te zien hoe de man in de boom bleef
roepen. Hij bleef er drie dagen, terwijl hij tot laat in de
avond bleef roepen. We zagen hem zelfs van ellende in het
maanlicht rondvliegen. Deze papegaai was zelfbewust en hield
van zijn partner – dit was meer dan paarvorming, ze waren
een koppel voor het leven. Wat zijn een paar van de
vervullingen van het Meyer’s papegaaienproject in de
afgelopen tijd? In januari 2007 hebben we ons eerste
onafhankelijke onderzoekskamp opgezet. Het kamp geeft ons de
mogelijkheid om vrijwilligers te huisvesten en ieder moment
dat we wakker zijn aan het papegaaienonderzoek te wijden en
bescherming d.m.v. educatieve programma’s, lezingen aan
toeristen en het aantrekken van professionele gidsen in de
Okavango Delta.

Het veldseizoen van
2007 werd mogelijk gemaakt door een donatie van de British
Ecological society en verschillende privé donateurs, in het
bijzonder Julie Drier uit de Verenigde Staten.
Op 5 februari is het kamp gedoopt als “Vundumtiki Parrot Camp”. “Vundumtiki” betekent één kleine vis”- een zin
uit een Bayei folklore verhaal van het eiland. Vundumtiki
Island ligt op het knooppunt van de Maunachira en
Kiankiandavu Channels in het noordoosten van Okavango
Delta, Botswana. Dit is één van de meest afgelegen locaties
in het Okavango Delta systeem. Het ligt 3 uur van het
dichtstbijzijnde vliegveldje en 15 tot 48 uur van Maun, de
dichtstbijzijnde stad (300km) een écht
wildernisgebied. Voor ons intensieve onderzoeksprogramma
tijdens het belangrijkste broedseizoen tussen januari en
juli 2007 hadden we om de beurt twee tot vier vrijwilligers
kamperen. Ze hadden allemaal uiteenlopende ervaringen die
van invloed waren op hun leven. Wat dragen vrijwilligers
bij aan het project?
“Vundumtiki Parrot Camp” is de thuisbasis
voor het Meyer’s Parrot Project. Vundumtiki Island ligt
naast Maunachira Channel in het Okavango Delta systeem .
In principe maakt
de vrijwilliger deel uit van het team en is betrokken bij
alle aspecten van het project en wonen in het kamp
(waaronder wassen, hout sprokkelen, koken etc.) Het
veldseizoen van 2007 was gericht op het belangrijkste
nestseizoen. Vrijwilligers draaiden in ploegen van 5 uur om
de nestholtes te observeren, dwars door het oerwoud met een
gids die gediplomeerd was om in de “Big-5” te lopen met
gasten en het klaarmaken en schoonmaken van
onderzoeksmateriaal. Vrijwilligers versterkten het team voor
tenminste een maand en allekosten in het kamp werden
vergoed. Wat de vrijwilligers alleen maar hoefden te doen
was naar Maun komen daar vlogen we ze vandaan. De
vrijwilligers waren meestal jonge studenten die
geïnteresseerd waren in ecologie en kwamen zelfs van de
University of Arizona, USA. Het leven in de Okavango
wildernis is onvoorspelbaar en consequenties als er iets
verkeerd gaat zijn definitief. We moeten uiterst voorzichtig
zijn in ons doen en laten. Desondanks hadden de meeste
vrijwilligers diverse ervaringen die van invloed waren op
hun leven tijdens het project. Tussen hun verhalen waren
aangevallen door olifanten, leeuwen die een buffel doden bij
een nestplaats, samen met de plaatselijke leeuw een douche
nemen en zich beschermen tegen een horde bavianen op het
eiland. Gelukkig raakte niemand gewond, alleen de
plaatselijke hyena toen er planken op hem ineen zakten (ik
denk dat de planken slechter af waren dan de hyena).
Allemaal bedankt die zo hard gewerkt hebben om het kamp op
te zetten, zo geduldig waren bij de 10-uurs observaties en
zo dapper bij de rimboewandelingen, dat alles voor onderzoek
en bescherming van papegaaien. Voor mij was hun
betrokkenheid tweeledig, waarbij ik hun een persoonlijke
relatie wilde leren en vormen met de papegaaien en ook het
gevoel bijbrengen voor de plek in een wildernisgebied weg
van de invloeden van buitenaf. Wat waren je belangrijkste
resultaten? Gebaseerd op observaties tussen 2004 en 2007
werd duidelijk dat het vermijden van onderlinge strijd door
het kiezen van specifiek seizoenvoedsel en broedstrategieën
centraal stond om antwoord te geven op een belangrijke vraag
voor de aanvang van het project. “Welke factoren stellen
de Poicephalus meyeri in staat om zo “succesvol” te zijn in
hun natuurlijke habitat?” Gedurende de eerste twee jaar van
het Meyer’s Parrot Project waren we gefocust op hun
voedselecologie, habitatvoorkeur en specifiek gedrag (b.v.
broedseizoenen, verzorging, onderlinge verzorging, slapen
etc.) m.b.t. regenval per seizoen, bronnen van overvloed en
de jaarlijkse overstromingen in het studiegebied. In 2006
deed ik dataverwerking aan de University of California,
Berkeley, in het lab van Prof. Steve Beissinger, genereerde
fondsen en ontwierp projectplannen voor het veldseizoen van
2007. De tijd in Berkeley veranderde de manier waarop ik
tegen ecologisch onderzoek aankijk en maakte het
noodzakelijk dat ik terugkeerde naar Vundumtiki. Belangrijke
ontdekkingen in de drie jaar in het veld houden in: Meyer’s
papegaaien sporen bronnen op door overvloed en vermijden
strijd met andere vruchtenetende vogels en primaten. Ze
schreeuwen als ze geschikte voedselbomen vinden en zaden van
onrijpe vruchten ontdekken en plaatsen met peulvruchten die
onbereikbaar zijn voor ander zaadeters. Ze kunnen uiterst
harde noten kraken van de Marula Scherolcarya birrea,
Mokolwane palm Hyphaene petersiana en Baobab Adansonia
digitata vruchten, zodoende exclusief toegang hebben tot de
proteïnerijke zaden. Dit gedrag wordt niet waargenomen bij
andere vogels in de Okavango Delta of Poicephalus
papegaaien ergens anders in Afrika. Er werd het hele jaar
gebroed, maar 95% van de broedactiviteiten viel binnen de
periode maart-juli (d.w.z. de wintermaanden). Dit leek samen
te vallen met het einde van het natte seizoen, het begin van
de overstroming, het einde van de broedactiviteiten bij de
Grote glansspreeuw Lamprotornis australis (zodoende
concurrentie met deze grote, agressieve holenbroedende
vogelsoort te vermijden) en een piek in het teisteren van
het Marula fruit, de Vaalboomknoppen Terminalia sericea,
Kierieklapper Combretum hereronse en de knoppen van de
Mopane Colophospermum mopane door parasietenlarven, voedsel
wat ze bijna uitsluitend eten.
Wat
zijn je verwachtingen voor de toekomst van het project? Op
het ogenblik heb ik jet druk met mijn doctoraal te schrijven
aan de University of KwaZulu-Natal hier in Zuid-Afrika,
waarna ik graag zou teruggaan naar de Okavango Delta om mijn
werk voort te zetten aan de Meyer’s papegaai met het
Research Centre for African Parrot Conservation tot het
einde van het jaar. We hebben een driejarig contract voor
onderzoek en verblijf van de Office of the President in
Botswana en toestemming van Wilderness Safaris Botswana voor
dezelfde periode om Vundumtiki Island te gebruiken. We
hadden in 2007 beperkt succes bij de 105 nestboxen die we
hadden opgehangen rond het studiegebied. We maakten gebruik
van 6 verschillende nestboxontwerpen, maar bereikten geen
broedsucces in de nestboxen. We hopen variaties op het meest
succesvolle ontwerp van het broedseizoen van 2007 te testen
om zodoende een nestboxontwerp te ontwikkelen dat gebruikt
kan worden in andere gebieden waar, vanwege houtkap, zich
geen geschikte nestholtes bevinden. Zoals bij iedere ander
project van deze soort, voorzien vragen in hun eigen
behoefte omdat ontdekkingen óf huidige veronderstellingen
ondermijnen óf nieuwe mogelijkheden openen voor onderzoek.
Op dit moment train ik Zenzele Mpofu van het Department of
Wildlife & National Parks om het project van me over te
nemen als ik klaar ben aan het einde van het jaar, zodat we
een onderzoekstation voor lange termijn opzetten en onze
visie mogelijke uitbreiden naar andere vogelsoorten. Ik wil
graag wat ik geleerd heb tijdens mijn studie van de Meyer’s
papegaai toepassen op andere Afrikaanse vogelsoorten, om
zodoende de veronderstellingen over hen resulterend uit deze
studie . Het is tevens mijn droom en interesse om, tegen
2010, een “African Parrot Expedition” van negen maanden te
kunnen ondernemen waarbij alle geïdentificeerde brongebieden
voor alle Afrikaanse papegaaien-populaties, en tijd door te
brengen om hun broedgedrag, status en beschermingsbiologie
(vooral voorvallen van mensenpapegaaien conflicten en de
handel) te taxeren, terwijl we fotograferen, ringen en bloed
afnemen van alle soorten en ondersoorten om zodoende voor
eens en altijd het verhaal van de Afrikaanse
papegaaienevolutie en biogeografie af te ronden. Ik zou alle correspondentie m.b.t.mogelijke samenwerking of
steun voor dit initiatief op prijs stellen. Zoals altijd het
geval is zijn we afhankelijk van fondsen van onder-steunende
bedrijven en charitatieve donaties van privépersonen. Met
dit doel wil ik charitatieve donaties vragen voor het
project aan de World ParrotTrust. Heb je tot slot nog wat te
zeggen aan de lezers? Antoine de Saint Exupery zei: Velen
zijn deze natuurgetrouwheid vergeten, maar je moet het niet
vergeten. Je blijft voor altijd verantwoordelijk voor wat je
hebt getemd”. Laten we de wildvanghandel een halt toe
roepen, omdat we al meer hebben dan we aankunnen, zoals men
kan zien in de opkomst van de Gabriel Foundation in Denver,
die toegewijd zorg draagt voor verstoten
gezelschapspapegaaien. De moderne avicultuur is nu genoeg
ontwikkeld om in vraag van de internationale vogelhandel te
voorzien, zodoende de natuurlijke menselijke
nieuwsgierigheid in alle mooie dingen te bevredigen en
natuurlijk onze wens voor onvoorwaardelijk gezelschap en
de vrede die we voelen bij de aanwezigheid van een dier. Een
totale stop op de wildvang vogelhandel is niet alleen een
noodzaak van economisch en beschermingsbelang, maar ook een
ethische.
 In dit deel van Afrika is de meest veilige plek om door
de verrekijker te staren voor het observeren van nesten
op het dak van de Landrover.
Projectvrijwilligers
hebben opwindende en onvoorspelbare ervaringen als ze
ondergedompeld zijn in het project en de omgeving.
Hoewel er interesse was, hebben we geen broedsucces met
de nestboxen tot nog toe.
We hopen dat de boxen de komende seizoenen gebruikt gaan
worden, om gemakkelijker de groeiende nestlingen te
bereiken. Wilgenrupsen zijn de belangrijkste
dieetbestanddelen tijdens het broedseizoen. Het hoge
proteïnedieet stopt twee weken voor het uitvliegen,
waarna de kuikens vegetarisch zijn.
Vertalingen
Ria Vonk -
Willemstad
top
==================//==================
top.
Meer info over Cites
CITES staat
voor de ‘Convention on International Trade in
Endangered Species of wild fauna and flora’.
Wereldwijd kent CITES een kleine 180 leden,
waaronder alle lidstaten van de Europese Gemeenschap en dus
ook Nederland
Door
middel van vergunningen en certificaten wordt de
(commerciële) handel van meer dan 30.000 beschermde
soorten planten en dieren gereguleerd. In Nederland
wordt de CITES-regelgeving uitgevoerd door het
CITES-bureau. Het CITES-bureau is onderdeel van
Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
Voor wie?
Veel mensen hebben beroepshalve of hobbymatig
met beschermde planten en dieren te maken.
Bijvoorbeeld:
- U koopt een papegaai in een
dierenwinkel
- U neemt een souvenir mee van
vakantie.
- U exporteert bloembollen;
- U kweekt en handelt bedrijfsmatig in vogels;
- U fokt hobbymatig reptielen;
- U neemt
een schildpad over van een familielid die er niet
meer voor kan zorgen.
CITES-regelgeving
Op internationaal niveau zijn de bedreigde
soorten opgenomen in drie verschillende bijlagen. De
bijlage waarin een soort is opgenomen bepaalt of
internationale handel is toegestaan en zo ja, onder
welke voorwaarden.
De Europese
Gemeenschap heeft de CITES-regelgeving vastgelegd in
verordeningen. De Europese regelgeving kent naast de
CITES-vergunningen het EG-certificaat voor
eigendomsoverdracht en commerciële handelingen
binnen de Europese Unie.
In Nederland is
de Flora- en faunawet van kracht. Door deze wet kan
CITES uitvoering geven aan de Europese regelgeving
en zijn overtredingen strafbaar gesteld. De Flora-
en faunawet kent een verbod op ‘het onder zich
hebben’ van bepaalde soorten. Voor particulieren
geldt bijvoorbeeld een algeheel verbod op het houden
van apen en de meeste katachtige.
Waar
kan ik een CITES vergunning of certificaat
aanvragen? U kunt een aanvraag voor een CITES
vergunning of certificaat indienen bij het
CITES-bureau. Op de internetsite www.minlnv.nl\loket
vindt u meer informatie over CITES in het algemeen,
wet- en regelgeving en wordt uitgelegd hoe u een
vergunning of certificaat kunt aanvragen. Kies bij
onderwerpen voor ‘Vergunning en ontheffing’ en
‘CITES’. U kunt ook contact opnemen met het
LNV-loket op 0800-2233322
Informatie over
CITES. Ministerie van landbouw natuur en
voedselkwaliteit (LNV) Telefoon: 078 - 6395101 E-mail:
cites@minlnv.nl
top
=================//================
top
Europarlement
wil invoer
wilde vogels beperken.
Telegraaf di
27 feb 2007, 11:05
BRUSSEL - De import
van wilde vogels zoals papegaaien moet strenger,
vindt de verantwoordelijke commissie van het
Europees Parlement. De parlementsleden willen
verder gaan dan een voorstel van de Europese
Commissie om de invoer te beperken tot enkele
gebieden.
„Het risico is dat die
gebieden dan vogels doorvoeren vanuit andere
illegale gebieden”, verwoordde Dorette Corbey
(PvdA) dinsdag het gevoel van de commissie
milieu en gezondheid. „We willen ook dat alleen
gecertificeerde bedrijven de vogels mogen
vangen. Dat moet voorkomen dat bedreigde soorten
verder wegkwijnen. Of dat de vangers nare dingen
zoals lijmstokken gebruiken voor de vangst.” De
Europese Unie beperkt sinds 2005 de invoer van
wilde vogels met tijdelijke maatregelen. Het
nieuwe voorstel moet dat omzetten in een vaste
regeling. De importbeperking moet zowel het
vogelgriepvirus H5N1 buiten Europa houden als
bedreigde vogels beschermen.
top
========================================================
top
Toezeggingen CITES
Kamerstuk |
19-01-2006
De Voorzitter van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
ons kenmerk : DN.
2005/4115 datum : 19-01-2006 onderwerp :
Toezeggingen CITES bijlagen :
Geachte
Voorzitter,
Tijdens het Algemeen Overleg
met uw Kamer over CITES op 16 maart 2005 en het
Voortgezet Algemeen Overleg van 24 maart 2005
heb ik u twee toezeggingen gedaan. Per brief
van 13 juni jl. (TRCJZ/2005/1839) heb ik u op de
hoogte gebracht van de stand van zaken op dat
moment. Met deze brief informeer ik u over:
Mijn conclusies inzake het rapport van de
Stichting Papegaaien en Parkieten Welzijn over
een nulquotum voor in het wild gevangen vogels; Bestrijding van de illegale ivoorhandel; Voorbereidingen CoP14. 1. Importverbod op uit
het wild gevangen vogels. Het rapport van de
Stichting Papegaaien en Parkieten Welzijn gaat
in op de gevolgen van het uit de natuur vangen
van papegaaien. Eerder ontving ik ook oproepen
van diverse NGO's via de World Parrot Trust, die
pleiten voor een complete importstop op uit het
wild gevangen vogels. Ik heb het rapport en de
oproepen bestudeerd. Wegens het technische
karakter van het rapport en de specifieke
expertise die vereist is om het goed te kunnen
beoordelen, heb ik het rapport ook voorgelegd
aan de onafhankelijke commissie bedreigde
uitheemse dier en plantensoorten. Mijn
bevindingen komen overeen met de conclusies van
deze commissie.
Conclusies rapport Een aantal conclusies in het rapport van de
Stichting Papegaaien en Parkieten Welzijn kan ik
onderschrijven:
Het behoud van
soorten in de natuur verdient de voorkeur boven fok
in gevangenschap. De hoogte van prijzen van
vogelsoorten is grotendeels bepalend voor de mate
waarin de soort wordt bedreigd. Een actieve
bescherming ter plaatse leidt tot een geringere
mortaliteit door verstoring van nesten. In het
rapport wordt ook een vergelijk getrokken met het
importverbod dat de Verenigde Staten hebben zoals
vertaald in de Wild Bird Conservation Act van 1992
(WBCA). Die vergelijking gaat mijns inziens mank. De
Verenigde Staten kunnen vanwege hun belangrijke
positie op het Amerikaanse continent gemakkelijker
enkelzijdig maatregelen treffen. Overigens voorziet
de WBCA in de nodige uitzonderingen. Nederland heeft
binnen de EU rekening te houden met tal van
lidstaten, waarbij regelgeving tot stand komt door
middel van dialoog.
Reactie op het rapport Laat ik voorop stellen dat ik de bezorgdheid van de
Kamer deel. Uw en mijn doelstelling is beleid te
ontwikkelen dat het beste is uit het oogpunt van
soortenbehoud. Na het rapport grondig bestudeerd te
hebben, blijf ik van mening dat verdere
invoerbeperkingen vanuit Nederland dan de huidige
onder de bestaande EU-regelgeving niet wenselijk
zijn. Onderstaand zet ik uiteen welke aanvullende
redenen, die niet in het rapport vermeld zijn, mij
tot deze conclusie leiden.
Een permanent
importverbod van papegaaien zet geen rem op de
illegale handel, want het is aannemelijk dat de
ongereguleerde handel toeneemt door het
prijsopdrijvend effect dat zal ontstaan omdat vogels
niet meer legaal te verwerven zijn. In de praktijk
zien we dat in landen waar al lang een uitvoerverbod
geldt, stroperij blijft plaatsvinden ( bush meat,
lokale handel). Tenzij er goede en betaalbare
alternatieven zijn, zoals gekweekte vogels, zal een
totaalverbod ook voor een aantal vogelimporteurs de
motivatie weghalen om vogels op een legale en
duurzame manier te betrekken. Uit ervaringen met
andere landen blijkt dat uit het wild gevangen
vogels met behulp van valse verklaringen worden
ingevoerd of erger, zonder CITES-documenten het land
worden binnengesmokkeld, vaak onder dieronwaardige
omstandigheden.
Een verbod zal de motivatie
ondermijnen om ter plaatse beschermende maatregelen
te treffen. De gevolgen kunnen verstrekkend zijn.
Verschillende vormen van landgebruik concurreren
immers met elkaar. Als het economisch nut komt te
vervallen is het niet denkbeeldig dat er andere,
economisch interessantere vormen van landgebruik
intrede zullen doen (ontbossing, veeteelt, verbouwen
van soja) met desastreuze effecten op de
leefgebieden van vele soorten ter plaatse. De
duurzame handel in vogels verschaft veel armen in
minder ontwikkelde landen een inkomen en is
tegelijkertijd een goede stimulans om deze vogels en
hun habitat te beschermen. We dienen ons hierbij te
realiseren dat papegaaien - waarin de bulk van de
handel plaatsvindt - ook landbouwgewassen eten. Veel
lokale bewoners hebben dan ook een reden nodig om
deze soorten niet te bejagen.
Verder heb ik
ook bedenkingen van bestuurlijke aard. Ten eerste is
een enkelzijdig importverbod strijdig met het
EG-verdrag (ook strijdig met het CITES-verdrag). Als
lidstaat maakt Nederland onderdeel uit van een grote
gemeenschappelijke markt met als kenmerk het
ontbreken van binnengrenzen. Ten tweede is het
twijfelachtig of een (enkelzijdig) importverbod
WTO-conform is. En ten derde is het een misvatting
dat het handhaven van een totale importstop
eenvoudig is. Door de toename van de illegale handel
zullen er allerlei wegen gezocht worden om vogels te
smokkelen. Dit doet een groot beroep op instanties
met opsporings- en handhavingstaken.
Handhavingsaspecten Tijdens het AO van maart
jongstleden heb ik mij ook bezorgd getoond over het
niet meer beschikken over quarantaine maatregelen in
geval van een permanent importverbod. Door niet
gereguleerde handel in vogels ontstaan er juist
grotere risico's voor de insleep van besmettelijke
dierziekten. Met de geldende quarantaine maatregelen
kunnen we deze risico's succesvol inperken, zoals
onlangs ook is gebleken in Engeland.
Het is
overigens niet zo dat er een grote stroom
ongereguleerde handel van CITES-geregistreerde
vogels plaatsvindt. De handel in veel CITES-erkende
soorten is reeds lang verboden. Deze soorten staan
op Annex I van de CITES-regelgeving en op bijlage A
van de EU-Verordening. Gereguleerde handel is
toegestaan met de doorgaans minder bedreigde
soorten. Deze staan vermeld in Annex II (bijlage B
van de EU-Verordening). Import van Bijlage B-soorten
vereist een importcertificaat, dat pas wordt
afgegeven nadat een exportcertificaat is ontvangen.
Deze procedure biedt het importerende land de
morgelijkheid de echtheid en juistheid van het
afgegeven exportcertificaat te verifiëren. Een
importcertificaat wordt geweigerd als de Nederlandse
Wetenschappelijke Autoriteit concludeert dat door de
import de desbetreffende soort in haar voortbestaan
wordt bedreigd. Op EU-niveau worden deze adviezen
afgestemd op basis waarvan de Europese Commissie
bindende tijdelijke importstops kan publiceren. Deze
aanpak dwingt betrokken staten tot overleg om tot
een betere bescherming ter plaatse van de
betreffende soort te komen.
Conclusie
regering Alles afwegende herhaal ik mijn
conclusie dat het rapport mij niet heeft kunnen
overtuigen dat een Nederlands importverbod de beste
garanties biedt voor het voortbestaan van vogels in
het wild. Niettemin ben ik bereid, zoals ik ook al
eerder aangaf, te bezien of een EU-breed
importverbod wel die garanties kan bieden.
2. Bestrijding van de illegale ivoorhandel Ik heb
u toegezegd dat ik contact op zou nemen met de
minister voor Ontwikkelingssamenwerking om te bezien
of er mogelijkheden zijn om met behulp van lokale
programma's ook de bestrijding van illegale
ivoorhandel te ondersteunen. Hierover kan ik u het
volgende berichten. De implementatie van het
CITES-verdrag heeft in specifieke gevallen een
directie relatie met armoedebestrijding. In deze
relatie moeten mogelijkheden voor ondersteuning ook
gezocht worden.
De mogelijkheid voor
ondersteuning van lokale programma's wordt getoetst
aan het Beleidsprogramma Biodiversiteit
Internationaal ( BBI). De prioriteiten van het
beleid over internationale biodiversiteit en de rol
van CITES zijn hierin verwoord. Daarbinnen bestaat
een financieel instrument dat gezamenlijk door de
ministeries van LNV en OS wordt beheerd. De
mogelijkheid bestaat om activiteiten op het gebied
van armoedebestrijding en CITES te ondersteunen met
dien verstande dat OS het programma zal toetsen op
de bijdrage aan armoedebestrijding ter plaatse. Ik
heb vooralsnog geen verzoeken voor ondersteuning van
projecten en/of programma's ontvangen.
3.
Voorbereiding CoP14 Tenslotte kan ik u over de
voorbereidingen voor CoP 14 het volgende melden.
Onlangs zijn in overleg met het CITES-secretariaat
de datum en locatie vastgesteld. CoP 14 zal
plaatsvinden van 3 tot en met 15 juni in het World
Forum Convention Center (WFCC) in Den Haag, voorheen
bekend onder de naam Nederlands Congres Centrum
(NCC).
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
dr. C.P.
Veerman
top
=========================================================================
top
Teflon
toxicose bij vogels.
Waarschuwing
voor Teflon vergiftiging. Staan de kerstdagen
weer voor de deur. Dan is dit bij uitstek de gelegenheid
om eens gezellig met familie of vrienden te gourmetten.
Maar pas wel even goed op als u een huiskamer vogel
bezit. Lees het onderstaande stukje even goed door, want uw
vogel(s) kan overlijden door het gourmetten!
Sinds het gourmetten populair is geworden, weten we
wat teflon vergiftiging is. Plotseling werden
dierenartsen geconfronteerd met vogels die overleden
zonder ooit ziek geweest te zijn. Als de
omstandigheden waaronder de vogel overleden was
werden nagegaan, bleek het steeds te gaan om vogels
die waren overleden na een avondje gourmetten. Als
de gestorven dieren werden nagekeken bleken zij
altijd massale longbloedingen te hebben. Toch kon er
geen bacterie, gist of virus aangetoond worden.
Daardoor kwam men al snel op het idee dat het om een
vergiftiging zou gaan. Dat bleek inderdaad zo te
zijn. Teflon is het laagje dat aan de binnenkant van
zogenaamde anti-aanbakpannen wordt aangebracht en
wat ook op de meeste gourmetpannetjes zit. Als
teflon sterk verhit wordt komt er damp uit vrij.
Vogels (niet alleen papegaaien maar ook bv kanaries
en de meeste andere vogelsoorten) zijn extreem
gevoelig voor deze damp. Als zij dit inademen
ontstaan er uitgebreide bloedingen in de longen waar
de vogels in het algemeen zeer snel aan overlijden.

In principe is het af te raden om anti-aanbakpannen
te gebruiken in dezelfde ruimte waar vogels
verblijven. Toch is het niet zo dat bij ieder
gebruik van een anti-aanbakpan een vogel vergiftigd
zal worden. De schadelijke damp komt slechts vrij
als de temperatuur van de pan zeer hoog wordt. Dit
komt het meeste voor als een anti-aanbakpan leeg op
het vuur staat. Omdat bij gourmetten ieder zijn
eigen pannetje heeft, komt het bij gourmetten vaak
voor dat er een tijdje een pannetje leeg op de
verhittingsplaat staat. Daarom is gourmetten in een
ruimte waar ook de vogels verblijven ten strengste
af te raden. Ook als er gebruik wordt gemaakt van
anti-aanbakpannen of tostie apparaat in een keuken
waar vogels verblijven, kunnen zij beter even
verplaatst worden totdat het gevaar geweken is.
Dr. Hans De Wandeler (B)
top
========================================================================================================
top
PvdD wil importverbod
in het
wild gevangen vogels.
Partij voor de
Dieren
PvdD roept samen met 200
dierenbeschermingsorganisaties de EU op een einde te
maken aan de import van in het wild gevangen vogels
10-12-2004
10 december 2004- Een oplopend gevaar
voor besmettelijke ziekten en groeiende zorgen voor het
voortbestaan van soorten hebben meer dan 200
organisaties er toe gebracht de Europese Unie op te
roepen tot een permanent verbod op de import van in het
wild gevangen vogels. De European Union Wild Bird
Declaration, getekend door milieu, dierenwelzijn en
veterinaire organisaties uit de gehele de wereld is
aangeboden aan de lidstaten, EU commissarissen en de
leden van het Europese Parlement.
De
onderschrijvers van de verklaring dringen er bij de EU
op aan, het huidige moratorium op de import van wilde
vogels uit Azië uit te breiden en over te gaan tot een
permanent verbod op alle commerciële importen van in het
wild gevangen vogels.
Het moratorium loopt
aanstaande woensdag af. Volgens de onderschrijvers -
waaronder RSPCA, Defenders of Wildlife, Greenpeace,
American Bird Conservancy, en de World Parrot Trust -
vormt de continuering van de handel een bedreiging voor
Europeanen door een mogelijke uitbraak van besmettelijke
ziektes zoals de Aziatische vogelgriep, waaraan in 2004
al 32 mensen stierven.
Deze handel onderwerpt
ook miljoenen vogels aan een inhumane behandeling, is
een bedreiging voor natuurbeschermingsprojecten en
bedreigt veel soorten met uitsterven. Vanwege deze
gevolgen hebben veel landen besloten te stoppen met de
import van vogels, waardoor de EU inmiddels de grootste
afnemer in deze handel is geworden.
Europa neemt
meer dan 80% van de handel van in het wild gevangen
vogels voor zijn rekening en importeert zo'n miljoen
wilde vogels per jaar voor de huisdierenmarkt. Zoals in
de verklaring te lezen valt worden de meeste van deze
vogelsoorten met succes in gevangenschap gekweekt
waardoor deze importen overbodig zijn.
De
dreiging die deze handel voor Europa vormt werd eens
temeer duidelijk toen in oktober wilde arenden vanuit
Thailand werden binnengebracht in Brussel. Bij een test
bleken zij besmet met het H5N1 vogelgriep virus.
Volksgezondheid experts van de Europese Unie en de
Verenigde Naties kennen dit virus als een van de
dodelijkste waarbij 70% van de besmettingen eindigt met
de dood. De wereld gezondheidsorganisatie laat weten
bezorgt te zijn over de verspreiding van H5N1 dat zou
kunnen lieden tot een uitbraak van een grieppandemie
zoals de Spaanse griep die in de jaren 1918-1919
ongeveer 40 tot 50 miljoen doden tot gevolg had. De
aanwezigheid van deze vogels in het vliegtuig heeft in
potentie honderden mensen blootgesteld aan deze
dodelijke ziekte.
"De import van wilde vogels is
een duidelijke en constante bedreiging voor de Europese
pluimvee sector met grote en dure uitbraken van
besmettelijke ziektes" zegt Dr. Jamie Gilardi directeur
van de World Parrot Trust. Begin dit jaar geteste
papegaaien uit Pakistan bleken positief voor Exotic
Newcastle Disease in Italië, maar het Europese
waarschuwingssysteem faalde en de pluimvee-industrie was
te laat met passende maatregelen.
Steeds weer
opduikende besmettelijke zieken zoals vogelgriep en
Newcastle disease kosten de belastingbetalers honderden
miljoenen euro's. "We kunnen niet langer deze kosten en
risico's voor de volksgezondheid negeren" gaat Gilardi
verder, "het stoppen van de import is een simpele en
effectieve methode toekomstige uitbraken te voorkomen."
De verklaring gaat ook in op de gevolgen die
deze handel heeft op de vogels zelf en wijst er op dat
hoewel wij zorgvuldig onze eigen wilde vogels in Europa
met wetgeving beschermen, er maar weinig mensen zijn die
zich realiseren dat we wel doorgaan met het afnemen van
miljoenen wilde vogels, zoals papgaaien en zangvogels
uit Azië, Afrika en Latijns Amerika. Door ziektes en
onvoldoende zorg gaan er voor elke vogel die wordt
verkocht in een Europese dierenwinkel ergens anders drie
vogels dood. De praktijk van deze handel is ook openlijk
wreed en overtreed bestaande dierenwelzijnwetten in de
meeste, zo niet alle EU Lidstaten. "Als 's werelds
grootste afnemer van wilde vogels moet de EU ook
verantwoording dragen voor welzijn en soortbehoud
kwesties die het gevolg zijn van deze handel" zegt David
Bowles, hoofd externe aangelegenheden van de RSPCA.
"Gebrekkige zorg tijdens het vangen en alle stadia
voor de uiteindelijke import betekend dat deze importen
niet alleen funest zijn voor de vogels zelf maar ook
voor het behoud van soorten. De huidige EU regelgeving
blijkt niet afdoende om onverzadigbare handel te
controleren en bedreigd het voortbestaan van vele
soorten.
"Een op de acht vogelsoorten is
bedreigd met uitsterven en de handel is een aanzienlijke
bedreiging voor veel van deze soorten, Zegt Carroll
Muffett, Senior Director International Conservation van
Defenders of Wildlife. "Internationale
beschermingmaatregelen voor papegaaien kunnen de vraag
naar deze vogels simpelweg niet bijbenen."
De
verklaring roept de Europese Commissie op om simpele,
duidelijke en makkelijk te handhaven wetgeving in te
voeren die haar op een lijn brengt met andere
ontwikkelde naties, waaronder de Verenigde Staten.
Zoals Michael J. Parr, Vice President for Program
Development van American Bird Conservancy duidelijk
maakt, "De Wild Bird Conservation Act van de VS wordt in
kringen van natuurbehoud, wetgevers en vogelkwekers
erkend als een de meest effectieve natuurbeschermingswet
ooit aangenomen in de Verenigde Staten. Het Soortgelijk
effect van dergelijke maatregelen elders in de wereld is
opvallend. We zien een flinke terugval in het voorkomen
van besmettelijke ziekten, Legale en Illegale import,
pluimvee productie stijgt en het stropen van wilde
vogels stort in". Added Muffett, "Twaalf jaar geleden
erkende de VS zijn verantwoordelijkheid in de markt en
maakte effectief een einde aan de import van wilde
vogels. Het is tijd dat de EU hetzelfde doet."
De volledige tekst van de verklaring en de complete
lijst van ondertekenaars vindt u op:
www.worldparrottrust.org/trade/eudeceng.htm
top
=================================//===================================
top
NIEUWSBRIEF COM NEDERLAND 25-05-2008
Aan
Vogelbonden, vogelverenigingen, exporteurs, handelaren,
en liefhebbers van parkiet en papegaaiachtigen.
Betreft eigenaarverklaring bij de handel in
papegaaiachtigen volgens EU regelgeving 92/65/EEG
Geachte lezer,
In een gesprek met de heren
J. de Haan en J. de Leeuw van het VWA (Voedsel en
Warenautoriteit) is de certificering van
papegaaiachtigen volgens EU regelgeving 92/65/EEG
besproken. Hierbij aanwezig waren; De Vereniging
van Im- en Exporteurs van Vogels en Hobbydieren Dhr.
B. Braam, secretaris van C.O.M. Nederland. De VWA
verzocht ons de inhoud van dit overleg bekend te maken,
vandaar deze brief.
De bestaande instructie
betreffende de exportcertificering van alle vogels uit
de orde Psittaciformes (alle parkiet en papegaaiachtigen
- van Grasparkiet t/m Ara) wordt met onmiddellijke
ingang door de VWA strikter nageleefd. Vanaf nu wordt er
volgens de geldende VWA-instructies gewerkt wat betekent
dat er een eigenaarverklaring bij moet zitten om de
herkomst van een psittacose-vrij bedrijf te garanderen.
Dit betekent dat de exporteurs een verklaring af moeten
geven dat deze vogels afkomstig zijn van een bedrijf of
locatie waar geen psittacose is gediagnosticeerd, en
deze vogels ook niet in contact zijn geweest met vogels
van een bedrijf of locatie waar Papegaaienziekte -
Psittacose (Psittakos – Chlamydia psittaci) is
gediagnosticeerd in de laatste 2 maanden voor afvoer. Om
dit waar te kunnen maken zal bij iedere verkoophandeling
een eigenaarverklaring getekend moeten worden, ook door
de kwekers/liefhebbers. Vogels die niet vergezeld
gaan van deze eigenaarverklaring komen niet in
aanmerking voor de export. Let wel, veruit het grootste
deel van de gekweekte vogels gaat op export. Het
voortbestaan van de liefhebberij is van de export
afhankelijk. Vogels vervoeren naar de buurlanden is ook
export en zal ook vergezeld moeten gaan van een
exportcertificaat (tracés). Parkiet / Papegaaiachtigen
vervoeren naar het buitenland zonder exportcertificaat
is strafbaar. Mede gezien de thans geldende
transportverordening voor gewervelde dieren, moet men
ook in het bezit zijn een vervoersvergunning, en een
bewijs kunnen overleggen dat men een opleiding gevolgd
heeft in het kader van de geldende transportverordening.
De vliegende brigade die de dier - en mesttransporten
controleren zullen hier ook op toezien. Wij vertrouwen
op uw volledige medewerking, om de export van uw vogels
mogelijk te blijven houden. Voor vragen kunt u zich
wenden tot onderstaande contactpersonen.
De
eigenaarverklaring kan
hier worden gedownload op de websites van de
vogelbonden.
Met vriendelijke groet, Bestuur
C.O.M. Nederland Secretaris Bart Braam .
Contactpersonen:
Voor exporteurs en handelaren Rinus Borgstein 0653641890
Voor vogelverenigingen Bart Braam C.O.M. Nederland
0481-462507 Voor liefhebbers, raadpleeg uw
vogelvereniging(en) in de buurt.
top
==============//===============
Berichten
van CITES
Als er van de zijde van CITES nieuws te melden is vindt u dat
hier.
klik hier
Op controle door
AID of politie gaan vaak de wildste verhalen. Ook over wat wel of niet mag, hoor je vaak
verschillende dingen. U kunt hieronder een artikel
lezen, waarin alles staat wat u zou moeten weten.
CONTROLE DOOR
DE AID OF DE POLITIE (opgesteld in overleg
met de AID) 2007
Wat mag wel
en wat mag niet! Als de AID in een bepaald
gebied actief is en een aantal volières van
liefhebbers controleert, dan is het snel overal
bekend en kun je ook vreemde verhalen horen over wat
er allemaal kan en niet kan. Nu het mogelijk is
bijna alle vogels te houden, is de verwachting dat
de controle ook zal toenemen, In overleg met de AID
is onderstaand artikel geschreven, dat u inzicht
geeft in deze materie en waarin de rechten en
verplichtingen van de vogelliefhebber staan, Voor de
liefhebber van regeltjes is ook een verwijzing naar
de wetsartikelen opgenomen.
Toezichthoudend - en opsporingsambtenaar. Er
wordt onderscheid gemaakt tussen toezichthoudend ambtenaar
en opsporingsambtenaar. De bevoegdheden van de
toezichthoudend ambtenaar en de verplichting van de
gecontroleerde zijn vermeld in de Algemene Wet
Bestuursrecht, hoofdstuk 5, art 5,11 t/m 5,20, De
bevoegdheden van de opsporingsambtenaar zijn vermeld in de
Wet op de Economische Delicten, art 18 t/m 26. De ambtenaren
van politie en Algemene Inspectiedienst zijn zowel
toezichthoudend ambtenaar als opsporingsambtenaar. Een
opsporingsambtenaar is bevoegd uw erf te betreden ter
controle van de daar aanwezige vogels. Let wel dat controle
ook mogelijk is zonder dat de houder aanwezig is. Normaal
zal men echter netjes aanbellen bij de voordeur en de
controle aanzeggen. Gebruikelijk is dat de controlerend
ambtenaar u zal vragen uw medewerking te verlenen om het
onderzoek mogelijk te maken door de vogels zodanig te laten
zien, dat de ring kan worden gecontroleerd.
Betreden van
een woning. Het betreden van een woning is
geregeld in de Algemene Wet op het Binnentreden.
Legitimatie door de ambtenaar is verplicht bij het
betreden van een woning. Indien de ambtenaar op
vrijwillige basis de woning mag betreden van
betrokkene, zal hij zich eveneens legitimeren. Dus:
de ambtenaar zal zich bij het betreden van een erf
of woning, gevraagd dan wel ongevraagd legitimeren
en het doel van zijn komst meedelen. Wil de
opsporingsambtenaar ook controle in uw huis
uitvoeren (Opmerking AID: tegen uw wil), dan: heeft
hij voor onderzoek in de woning een schriftelijke
machtiging nodig. U dient duidelijk bezwaar te maken
tegen binnentreden. Onder woning wordt verstaan de
plaats waar iemand zijn privé huiselijk leven leidt.
Deze plaats is bestemd en wordt gebruikt voor leven
en slapen. Tot de woning behoren niet de aan de
woning verbonden ruimten die niet voor het huiselijk
verkeer zijn ingericht en tevens apart toegankelijk
zijn en niet via de woning worden betreden. Wil hij
ook nog uw woning (kasten, berging e.d.) doorzoeken,
dan mag dat alleen op vertoon van een schriftelijke
machtiging tot doorzoeken van de woning in het
bijzijn van een officier van justitie of een
politieambtenaar die hiertoe is aangewezen
(hulpofficier).
Machtiging
tot huiszoeking. Ook dan moet u duidelijk uw
wil kenbaar maken en dus bezwaar maken. Wanneer
tegen de wil van de bewoner met een machtiging tot
binnentreden of een machtiging tot huiszoeking toch
het onderzoek heeft plaatsgehad, dan zal de
opsporingsambtenaar het verslag van binnentreden
tegen de wil van de bewoner uiterlijk op de 4de dag
na die waarop in de woning is binnengetreden,
toezenden aan degene die de machtiging heeft
gegeven. Processen-verbaal kunnen worden opgevraagd
bij de griffie, meestal tegen een kleine vergoeding.
U weet dan wat justitie u ten laste legt. Als u de
opsporingsambtenaar zelf binnen laat zonder dat u
daartegen bezwaar maakt, door hem b.v. en kopje
koffie aan te bieden, dan heeft hij deze machtiging
niet nodig. Constateert hij dan een strafbaar feit,
dan kan hij handelend optreden.
Inbeslagname. Hij kan ook tot inbeslagname bv. van
uw vogels besluiten. U krijgt dan een bewijs van ontvangst.
Een bewijs van ontvangst van in beslaggenomen
voorwerpen/goederen wordt door de verbalisant ingevuld en
ondertekend. Dit bewijs wordt zo mogelijk ter plaatse
uitgereikt, maar kan ook per post worden toegezonden. Het is
verstandig erop te attenderen dat u wenst dat individuele
kenmerken van uw vogels in het bewijs worden vermeld, dus
bijv. de ringnummers. Hoewel op dit punt de voorlichting wel
eens anders is geweest, wordt erop gewezen dat het de
ambtenaar niet is toegestaan de houder als opslaghouder aan
te wijzen.(Opmerking AID: Tenzij U daartegen geen bezwaar
heeft) Indien vogels c.q. goederen in beslag worden genomen,
zullen deze gedeponeerd moeten worden op een daarvoor
bestemde plaats. In het Hand - havingsdocument
Floraen Faunawet is vermeld dat de in beslaggenomen vogels
ALTIJD uit het verkeer moeten worden genomen. De
opsporingsambtenaar kan u ook verzoeken om vrijwillig
afstand te doen van de in beslaggenomen goederen (vogels,
vangmiddelen e.d.) en daarvoor te tekenen. Als u echter van
mening bent dat deze inbeslagname onterecht is, moet u
hiervoor niet tekenen.
Informatie via de vogelbonden Op het bondsbureau
is een administratie bijgehouden als bedoeld in artikel 9
van het Vogelbesluit 1994. Ook onder de nieuwe regelgeving
is zo'n administratie verplichting. Onder de nieuwe
regelgeving moet deze administratie zelfs eens per drie
maanden aan het ministerie van LNV ter beschikking worden
gesteld. In het belang van het opsporingsonderzoek naar
vermoedelijke strafbare feiten kan de toezichthoudend
ambtenaar of opsporingsambtenaar (politie of AID) inzage
eisen in deze ringenadministratie.
Enkele punten die u als leidraad kunt gebruiken bij
controle van uw vogels. • Als de
opsporingsambtenaar zich (aan uw voordeur) bij u meldt, zal
hij zich legitimeren en het doel van zijn komst meedelen.
Informeer dan duidelijk naar zijn naam en namens welke
bevoegde dienst hij de controle uitvoert en vraag hem zo
nodig zich te legitimeren. (noteer naam en dienst waartoe
hij behoort) • Vergezel de opsporingsambtenaar en blijf
hoffelijk. • Op vragen die u in moeilijkheden kunnen
brengen, bent u niet verplicht te antwoorden. • Vinden er
handelingen plaats die het welzijn van uw vogels nadelig
beïnvloeden, meld dat dan aan de opsporingsambtenaar en
protesteer hier tegen. • Verleen zo nodig medewerking aan
de controle door bv. zelf de vogels te vangen. • Bij een
eventuele inbeslagname kunt u verzoeken als voorlopig
opslaghouder te worden aangesteld, maar gezien de richtlijn
van justitie zal daaraan (Opmerking AID: bij voorkeur) geen
gevolg worden gegeven. Vraag, naar welk asiel de vogels
worden gebracht (Opmerking AID: Het is echter geen
verplichting voor de AID dit kenbaar te maken) • Als men
u verzoekt vrijwillig afstand te doen van het in
beslaggenomen voorwerp of goed en dan wel een
afstandsverklaring te tekenen, moet u zich realiseren dat u
die vogels of goederen niet meer terugkrijgt.
bron;
NBvV
top
==============//===============
top
NIEUWSBRIEF COM NEDERLAND 3-3-2008
CITES vergunning of
certificaat aanvragen.
Regeling
Administratie Omdat nog niet iedereen
bekend is met de Regeling Administratie
geven wij hier een korte uitleg. Voor
levende dieren die tot een beschermde
diersoort horen, moet u in bepaalde gevallen
een registratie bijhouden. Dit is bepaald in
de ‘Regeling Administratie bezit van en
handel in beschermde dier- en plantsoorten’
van de Flora- en faunawet.
Voor welke dieren moet u
een registratie bijhouden? U moet een
registratie bijhouden voor de volgende
levende, in gevangenschap gefokt en geboren
dieren: · Vogels, opgenomen in Bijlage A · Gewervelde dieren (geen vogels), opgenomen
in Bijlage A · Vogels en andere uitheemse
gewervelde dieren, opgenomen in Bijlage B.
Er geldt een uitzondering voor vogels die
zijn voorzien van een naadloos gesloten
pootring (als bedoeld in de Regeling afgifte
en kenmerken gesloten pootringen en andere
merktekens) en voor vogels die zijn
opgenomen in Bijlage I van de Regeling
Administratie. · Dieren, opgenomen in
Bijlage IV van de Habitatrichtlijn
(Richtlijn 92/43/EEG).
Meer informatie? Kijk voor de volledige ‘Regeling
Administratie bezit en handel in beschermde
dier - en plantensoorten’ op onze website:
www.minlnv.nl/loket. Klik op ‘Vergunning
en ontheffing’, ‘CITES’, ‘Wet- en
regelgeving’ en klik op ‘Nationaal’. Heeft u
nog vragen dan kunt u contact opnemen met
het CITES-bureau.
Op de website van
UNEP-WCMC kunt u met de Latijnse naam van uw
dier of plantsoort nagaan onder welke
CITES-Bijlage de soort valt. Klik op
'Animals' (dieren) of 'Plants' (planten).
Vink vervolgens 'Soorten’ aan en klik op
‘Zoeken’. Vul (een deel van) de Latijnse
naam in bij 'Genus' en klik op ‘Display
Details’. Tenslotte ziet u onder het tabblad
‘Legal’ welke Bijlage van toepassing is.
Neem bij twijfel altijd contact op met het
CITES-bureau. Link:
www.unep-wcmc.org/eu/Taxonomy/index.cfm
Contactinformatie U kunt het CITES-bureau bereiken op de
volgende manieren:
Telefoon Voor
algemene vragen kunt u op werkdagen tussen
08.30 en 16.30 uur gratis bellen met Het
LNVLoket: 0800-22 333 22. Vanuit het
buitenland: +31 592 332958. Voor specifieke
vragen belt u tussen 14.00 en 16.00 uur. U
wordt dan doorverbonden met een medewerker
van het CITESbureau. Post (ook
voor het toesturen van aanvraagformulieren) Dienst Regelingen / CITES-bureau Postbus
19530 2500 CM Den Haag
U kunt uw
fax voor het CITES-bureau faxen naar:
070-37 86 139. Vermeld duidelijk op de fax
dat deze bestemd is voor het CITES-bureau. Het CITES-bureau is ook
per e-mail bereikbaar:
cites@minlnv.nl.
Algemene informatie
CITES
staat voor de ‘Convention on International
Trade in Endangered Species of wild fauna
and flora’. Wereldwijd kent CITES een kleine
180 leden, waaronder alle lidstaten van de
Europese Gemeenschap en dus ook Nederland.
Door middel van vergunningen en
certificaten wordt de (commerciële) handel
van meer dan 30.000 beschermde soorten
planten en dieren gereguleerd. In Nederland
wordt de CITES-regelgeving uitgevoerd door
het CITES-bureau. Het CITES-bureau is
onderdeel van Dienst Regelingen van het
Ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit (LNV).
Voor wie? Veel mensen hebben beroepshalve of
hobbymatig met beschermde planten en dieren
te maken.
Bijvoorbeeld: - U koopt
een papegaai in een dierenwinkel - U
neemt een souvenir mee van vakantie. - U
exporteert bloembollen; - U kweekt en
handelt bedrijfsmatig in vogels; - U fokt
hobbymatig reptielen; - U neemt een
schildpad over van een familielid die er
niet meer voor kan zorgen.
CITES-regelgeving Op internationaal
niveau zijn de bedreigde soorten opgenomen
in drie verschillende bijlagen. De bijlage
waarin een soort is opgenomen bepaalt of
internationale handel is toegestaan en zo
ja, onder welke voorwaarden.
De
Europese Gemeenschap heeft de
CITES-regelgeving vastgelegd in
verordeningen. De Europese regelgeving kent
naast de CITES-vergunningen het
EG-certificaat voor eigendomsoverdracht en
commerciële handelingen binnen de Europese
Unie.
In Nederland is de Flora- en
faunawet van kracht. Door deze wet kan CITES
uitvoering geven aan de Europese regelgeving
en zijn overtredingen strafbaar gesteld. De
Flora- en faunawet kent een verbod op ‘het
onder zich hebben’ van bepaalde soorten.
Voor particulieren geldt bijvoorbeeld een
algeheel verbod op het houden van apen en de
meeste katachtigen.
Waar kan ik
een CITES vergunning of certificaat
aanvragen? U kunt een aanvraag voor
een CITES vergunning of certificaat indienen
bij het CITES-bureau. Op de internetsite
www.minlnv.nlloket vindt u meer
informatie over CITES in het algemeen, wet -
en regelgeving en wordt uitgelegd hoe u een
vergunning of certificaat kunt aanvragen.
Kies bij onderwerpen voor ‘Vergunning en
ontheffing’ en ‘CITES’. U kunt ook contact
opnemen met het LNV-loket op 0800-2233322
(voorkeurtoets 5) of een e-mail sturen naar
cites@minlnv.nl.
top
===============//================
top Dringende oproep COM
Nederland
Mei
2008.
Al
vele jaren is men binnen allerlei instanties
en de overheid bezig om tot een verdere
invulling te komen van de Flora en Faunawet,
en de gezondheids en Welzijnswet voor
dieren. In 2006 is weer de discussie op
gang gekomen over welke soorten vogels wel
of niet mogen worden gehouden in de
toekomst. Binnen C.O.M. Nederland en de
Commissie wetgevingen is er al veel energie
gestoken in dit onderwerp. Dit gebeurt door
het bezoeken van veel vergaderingen en het
hebben van regelmatige contacten betreffende
de wetgeving, binnen allerlei commissies,
instanties en het ministerie. Ook nu in
2007-2008 zijn we daar volop mee bezig.
Op dit moment wordt er op aandringen van de
Tweede kamer weer gewerkt aan een soort
Positieflijst. Deze
lijst zal straks moeten aangeven welke
dieren we wel en niet mogen houden, en onder
welke voorwaarden.
top
==============================//==============================
top
Zijn Chocolade en Cafeïne giftig?
Voor ons
als mens nee, maar voor onze vogels ja.
Chocolade bevat een substantie genaamd
theobromine. Cafeïne en theobromine behoren
tot de chemische groep van alkaloiden,
genaamd gemethyleerde xanthines. Deze worden
gevonden in kool, koffie, thee en chocolade.
Ook cacaobonen bevatten hoge concentraties
theobromide, zo'n 40 mg per gram, en zijn
dus zeer gevaarlijk om te geven aan dieren.
20 mg theobromide is voor een
Grijzeroodstaart al dodelijk. Als een soort
drug, veroorzaakt methylxanthine een
stimulatie van het centrale zenuwstelsel,
stimulatie van diurese (waterhuishouding in
het lichaam), hartspierstimulatie en
stimulatie van het gladde spierweefsel.
Methylxanthine's worden erg snel en
gemakkelijk opgenomen via de mondholte en de
maag. De lever moet deze chemische stoffen
afbreken en de afvalproducten worden
afgevoerd door de nieren. Deze chemicaliën
tasten daarom het centrale zenuwstelsel en
de nier als eerste aan. Zij veroorzaken
verhoogde lichaamsactiviteit wat kan leiden
tot tachycardie (veel te hoge hartslag).
Vanwege deze verhoogde lichaamsactiviteit
kunnen er uitvalsverschijnselen voorkomen.
De nieren worden gestimuleerd om sneller te
werken en veel urine te produceren. Dit zal
leiden tot dehydratie. Ademhaling zal zeer
snel gaan en er zal hyper-thermie (te hoge
lichaamstemperatuur) optreden wat zal
resulteren in de dood. De dood treedt
meestal na ongeveer 24 uur in na de eerste
symptomen . Er is geen tegengif voor deze
stoffen. We kunnen alleen de gevolgen
behandelen met speciale zorg en medicijnen
om de verschijnselen te remmen. Voor een
vogel kan een kleine hoeveelheid chocolade
al dodelijk zijn. Hoe meer cacao er
verwerkt wordt in een product des te
gevaarlijker is het voor dieren. Hoe sneller
het metabolisme werkt, hoe minder van de
stof er nodig is voor een fataal einde. Bij
katten is slechts 80-150 mg per kg
lichaamsgewicht al fataal. Een hond heeft
maar 5 gram per kilo nodig. Een vogel heeft
een nog sneller metabolisme dan een kat en
nog een veel kleiner lichaam, zodat slechts
een kleine hoeveelheid toxisch zal zijn en
mogelijk de dood tot gevolg kan hebben.
Omdat we niet precies weten welke
hoeveelheid toxisch is voor vogels, moeten
we vermijden dan onze vogels in contact
komen met iets van koffie of chocolade.
Het is niet te begrijpen dat er in
dierenspeciaalzaken in chocolade gehulde
pinda's verkocht worden als lekkernij voor
vogels!
top
==============================================//=============================================
top
30-09-2008

Dennis
Papegaaien
Eigenlijk zijn het groepsdieren die in de
tropen moet leven, maar ja, veel mensen
vinden het gezellig en willen het toch. Een
papegaai thuis, te koop in de
papegaaienwinkel. Maar hoe weet je nou of
het dier helemaal in orde is? En wat als u
een papagaai koopt die ziek is, vliegt uw
geld dan letterlijk de deur uit?
U
denkt een beo te kopen, maar het blijkt een
andere vogel te zijn. U koopt een 1-jarige
papegaai maar die blijkt al meer dan 20 jaar
oud te zijn. Of u koopt tot 2 keer toe een
papegaai, maar die sterft dezelfde week.
Tientallen klachten staan er op internet
over Dennis Papegaaien en wij gaan verhaal
halen.
De twee winkels van Dennis
papegaaien in Den Haag en in Den Ilp (bij
Amsterdam) bestaan al jaren. En er is ook al
jaren iets mis met de vogels die Dennis fokt
en verkoopt. Veel mensen kopen hier een
papegaai die al snel na aankoop doodgaan. Ze
krijgen dan vaak een tegoedbon, maar er is
nooit een nieuwe vogel voor deze mensen. Ze
kunnen dan tegen bijbetaling wel een vogel
meekrijgen die eigenlijk goedkoper is. Sati Kavrar kocht in december 2007 een
edelpapegaai (vrouwtje) bij Dennis voor 800
euro plus 80 euro aan verzekering. Het
beestje was na 2 dagen al ziek. Ze bracht
haar terug en Dennis zou haar verzorgen.
Toen Sati na twee dagen Dennis belde zei hij
dat het beestje was overleden. Er werd
beweerd dat Sati het beestje had
uitgehongerd . Sati wilde het beestje graag
terug om het bij de dierenarts te laten
onderzoeken, maar dat kon niet, het was al
gecremeerd. Sati heeft in de weken daarna
elke week gebeld of er al een nieuwe
papegaai voor haar was, maar die was er
nooit.
Zo zijn er tientallen
gedupeerden met soortgelijke verhalen. De
papegaai van Coba van Duijvenbode heeft haar
850 euro gekost. Dennis vertelt haar dat ze
ook een verzekering moet afsluiten voor het
beestje, voor het geval er iets zou
gebeuren. Dit kost nog eens 200 euro. Zes
weken later komt ze erachter dat hij veerrot
heeft en is ermee terug gegaan naar Dennis.
Ze was verzekerd en kreeg een nieuw beestje
mee, van 1,5 jaar oud. Hier ging Coba mee
akkoord, maar ze moest wel weer een nieuwe
verzekering afsluiten. Papegaaien hebben een
ringetjes om hun poot waarop het
geboortejaar staat. Toen Coba een dierenarts
bezocht, vertelde deze haar dat de papegaai
in 1987 geboren was en dus al 20 jaar oud
was! Coba belt woedend Dennis op en hij zegt
dat ze "niet moet zeuren en dat het wel
vaker voorkomt dat een oude ring gebruikt
wordt."
Dokter
Hedwich van de Horst van het NOP Veldhoven
(Nederlandse Opvang Papegaaien): "Het komt
heel sporadisch voor dat er ringetjes worden
gebruikt uit bijv. het jaar daarvoor. Hele
oude ringen komt NIET voor. De verzekering
die klanten afsluiten bij Dennis Papegaaien
is dubbel. Mensen hebben sowieso al garantie
als ze kunnen aantonen dat fout bij de
verkoper/kweker ligt en krijgen dan hun geld
terug. Ze MOETEN dan hun geld terug krijgen
in tegenstelling tot wat Dennis Jansen doet
(tegoedbon)."

Dennis
beweert in de koopovereenkomst dat al zijn
papegaaien tam worden en gaan praten. Maar
wij hebben van een deskundig dierenarts
gehoord dat hij dat niet zo kan stellen,
want je kunt nooit garanderen dat een
papagaai gaat praten of tam wordt.
We
hebben contact gezocht met Dennis Papegaaien
en hebben hem vragen gesteld over zijn
verzekeringsplan en werkwijze. Hieronder
ziet u na een verklaring van Dennis Jansen
onze vragen en zijn antwoorden.
Dennis Jansen:
Wanneer er door
Dennis Papegaaien een vogel tegoed moet
worden gegeven i.v.m. inruil/omruil, wordt
er, wanneer er binnen afzienbare tijd niet
de exacte leeftijd en/of soort beschikbaar
is, ten allen tijde een soortgelijke vogel
aangeboden! U moet weten dat er vele soorten
zijn en niet altijd binnen een bepaald
tijdsbestek geboren worden.
Zo ook
inzake de mensen welke bij u de klachten
gemeld hebben. Zij zijn niet gewillig een
andere vogel te nemen, maar ook niet
geduldig genoeg wat langer te wachten op de
exacte soort en/of leeftijd zoals besteld.
Alle babyvogels worden als volgt
gekweekt: Vogels leggen eieren in
maart/april (21/28 dagen broedtijd), vogels
worden 5 weken door ouders grootgebracht,
dan worden ze nog 4 weken door Dennis
Papegaaien grootgebracht. Dus de meeste baby
papegaaitjes zijn in juli/augustus/september
weer aanwezig, zoals besproken met al onze
klanten welke wachten op een jonge vogel.
Vragen
Opgelicht?!: U
verkoopt verzekeringen; bij wie loopt die
verzekering?
Dennis Jansen:
Bij Dennis Papegaaien
Opgelicht?!:
U verkoopt verzekeringen die onnodig zijn,
kosten 80 euro (soms andere bedragen),
terwijl een consument via de wet altijd al
recht heeft op garantie als kort na de
aankoop een gebrek naar boven komt. Waarom
doet u dat?
Dennis Jansen: Wanneer de klant gebruikt maakt van de
wettelijke garantie en de vogel ziek wordt
of overlijdt, moet een specialist-dierenarts
bepalen wat de oorzaak is of was. Deze
onderzoeken en/of secties zijn minimaal vele
honderden euros ! Wanneer de klant de vogel
verzekert, krijgt de klant bij ziek worden
of overlijden een nieuw vogel, dit zonder
enige tussenkomst van dierenarts wat betreft
onderzoeken en/of sectie. Wanneer zou
blijken dat de klant de vogel heeft laten
vallen/tegen een raam zijn nek
breekt/doodgaat door verslikking (voeren met
spuit) krijgt de klant bij wettelijke
garantie niets! De verzekering van Dennis
Papegaaien dekt volledig alles wat er ook
maar kan gebeuren met een jonge papegaai.
Tevens is de klant ook verzekerd voor
noodzakelijke dierenartskosten, al eerder
genoemd, deze kosten zijn bij de
papegaaienartsen zeer tot heel hoog in de
praktijk!
Opgelicht?!: In uw
koopovereenkomst staat dat u de klant
afstand wilt laten doen van "het recht tot
ontbinding van de koopovereenkomst",
bijvoorbeeld als het beest ziek is. Dat kan
niet, want u heeft niet het recht dat zo te
stellen, omdat het in de wet bepaald is dat
iemand daar geen afstand van kan doen.
Waarom doet u dat?
Dennis Jansen:
Dit recht staat sinds 1970 vermeld in
ons garantieplan, wij hebben nog nooit deze
bepalingen aangehaald in enige kwestie wat
betreft garantie.
Opgelicht?!: U zegt in de koopovereenkomst dat alle
papegaaien tam worden en gaan praten; wij
hebben van een deskundig dierenarts gehoord
dat u dat niet zo kan stellen. Je kunt nooit
garanderen dat een papagaai gaat praten of
tam wordt.
Dennis Jansen: Wij
kunnen 99% garanderen bij bepaalde soorten
dat deze tam zijn en blijven en zeer goed
gaan praten. Welke dierenarts heeft sinds
1970 ervaring met papegaaien? Maar deze
garantie moet uw programma niet te
letterlijk nemen, wij geven een levenslange
omruilgarantie voor wat voor reden dan ook!
Het gaat er hier om dat de klant de vogel
bij ons terug brengt en niet in een asiel of
zogenaamd opvang tehuis belandt wanneer er
problemen komen, zoals: schreeuwen,
gedragsstoornis of eenkennigheid. Wij
plaatsen deze vogels in ons park met
soortgenoten en de klant krijgt van ons een
soortgelijke vogel mee om het van jongs af
aan nogmaals te proberen, ieder dier
reageert anders. Niemand koopt een dier
om deze ooit weg te doen, toch!? Maar daarom
zitten de asiels overvol , wij blijven zo op
deze manier altijd mede verantwoordelijk
voor de door ons gekweekte papegaaien, ara’s
en kaketoes.
Opgelicht?!: Waarom moet iemand die zich dan toch bij u
verzekerd heeft voor evt. ziekte van een
papagaai eerst contact met u opnemen? Waarom
kan zo’n klant niet direct naar een
dierenarts naar keuze om de ziekte vast te
laten stellen, of naar de
verzekeringsmaatschappij?
Dennis
Jansen: Wanneer de vogel met spoed moet
worden behandeld voor bijv. een gebroken
snavel of -poot, of door te hete pap
gescheurde krop, weten wij binnen 10 minuten
welke papegaaienarts er per direct kan
helpen. Er zijn in Nederland maar 6 goede
papegaaienartsen, moet u weten. Meestal
-en dat moet uw ''deskundige dierenarts''
kunnen beamen -, worden er door de gewone
dierenartsen veelal foute diagnoses gesteld,
dit omdat deze zeer kundige artsen gewoonweg
te weinig papegaaien behandelen.
Wij
besparen onze klanten met deze
papegaaienverzekering vele extra kosten bij
de dierenarts wanneer er iets gebeurt met de
vogel. Wanneer de vogel (meestal) fluitend
groot wordt, is het onnodig geweest, maar
dat is met alle verzekeringen natuurlijk.
Het nemen van een papegaaien verzekering
is geheel vrijblijvend en wordt niet
verkocht, zoals uw programma dit noemt.
Klik hier om de video in een nieuw scherm te
openen
=================================
Voorbeeldbrief sommatie Heeft u na
problemen met de aankoop van een papegaai
een tegoedbon gekregen van Dennis
Papegaaien? En ondervindt u problemen bij
het verzilveren van deze bon? Speciaal voor
de mensen die hun geld terug of een andere
papegaai willen, hebben we een voorbeeld -
sommatiebrief gemaakt. Met deze brief geeft
u Dennis Jansen van Dennis Papegaaien een
week de tijd om zijn verplichtingen na te
komen. Doet hij dit niet, kunt u uw recht
via een advocaat/jurist uitoefenen.
Brief 1: Als u uw aankoopbedrag terug wilt en
geen nieuwe papegaai.
Dennis
Papegaaien Torenstraat 34 2513 BS Den
Haag
<uw
woonplaats>, <datum>
Betreft: sommatie
Geachte meneer
Jansen, In <maand
en jaar> heeft u mij een tegoedbon
aangeboden voor een vogel uit uw
assortiment, omdat mijn originele aankoop
niet aan de verwachtingen voldeed. Tot heden
heb ik bij u de bon niet kunnen verzilveren,
omdat u mij niet kunt leveren wat u mij
toegezegd heeft. Op grond hiervan beroep ik
mij op het recht om mijn aankoopbedrag terug
te ontvangen.
Aankoopbedrag:
<vul het bedrag in>
Ik verzoek en zonodig sommeer u
om binnen zeven dagen na heden het
bovengenoemde bedrag te betalen middels
overboeking op rekening
<uw rekeningnummer>
t.n.v. <uw
naam>.
Geeft u aan deze
sommatie geen gevolg, dan stel ik u hierbij
voor als dan in gebreke, en ben ik
genoodzaakt een advocaat/jurist in te
schakelen om mijn recht uit te oefenen.
Hoogachtend,
<uw handtekening>
<uw naam>
-----------------------//----------------------
Brief 2: Als u binnen een week in de
gelegenheid wilt worden gesteld om een
nieuwe papegaai uit te zoeken. Zo niet, wilt
u uw geld terug.
Dennis
Papegaaien Torenstraat 34 2513 BS Den
Haag
<uw
woonplaats>, <datum> Betreft:
sommatie
Geachte meneer Jansen, In
<maand en jaar>
heeft u mij een tegoedbon aangeboden
voor een vogel uit uw assortiment, omdat
mijn originele aankoop niet aan de
verwachtingen voldeed. Tot heden heb ik bij
u de bon niet kunnen verzilveren, omdat u
mij niet kunt leveren wat u mij toegezegd
heeft. Op grond hiervan beroep ik mij op het
recht om mijn aankoopbedrag terug te
ontvangen.
Aankoopbedrag:
<vul het bedrag in>
Ik verzoek en zonodig sommeer u om mij
binnen zeven dagen in de gelegenheid te
stellen om een nieuwe papegaai uit te
zoeken. Als u mij deze gelegenheid niet
binnen de gestelde periode biedt, wil ik het
bovengenoemde aankoopbedrag terug middels
overboeking op rekening
<uw rekeningnummer>
t.n.v. <uw naam>.
Geeft u aan deze sommatie geen
gevolg, dan stel ik u hierbij voor als dan
in gebreke, en ben ik genoodzaakt een
advocaat/jurist in te schakelen om mijn
recht uit te oefenen.
Hoogachtend,
<uw
handtekening>
<uw naam>
LAATSTE NIEUWS CITES-BUREAU
Als organisatie hebben
we de laatste tijd regelmatig meldingen gekregen dat er
intensief wordt gecontroleerd op de naleving van de CITES
verordening, en vooral het bijhouden van de registratie. Met de A.I.D. en Bureau LASER is hierover gesproken, en in
de volgende Nieuwsbrief wordt een en ander nog eens
duidelijk uiteengezet.
Vriendelijke groeten Bart
Braam Secretaris
Nieuwsbrief februari
2008
Regeling Administratie Omdat nog niet
iedereen bekend is met de Regeling Administratie geven wij
hier een korte uitleg. Voor levende dieren die tot een
beschermde diersoort horen, moet u in bepaalde gevallen een
registratie bijhouden. Dit is bepaald in de ‘Regeling
Administratie bezit van en handel in beschermde dier- en
plantsoorten’ van de Flora- en faunawet. Voor welke
dieren moet u een registratie bijhouden? U moet een
registratie bijhouden voor de volgende levende, in
gevangenschap gefokt en geboren dieren: - Vogels,
opgenomen in Bijlage A - Gewervelde dieren (geen
vogels), opgenomen in Bijlage A - Vogels en andere
uitheemse gewervelde dieren, opgenomen in Bijlage B. Er
geldt een uitzondering voor vogels die zijn voorzien van
een naadloos gesloten pootring (als bedoeld in de
Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere
merktekens) en voor vogels die zijn opgenomen in Bijlage
I van de Regeling Administratie. - Dieren, opgenomen in
Bijlage IV van de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG).
Meer informatie? Kijk voor de volledige ‘Regeling
Administratie bezit en handel in beschermde dier- en plantensoorten’ op onze website:
www.minlnv.nl/loket
. Klik op ‘Vergunning en ontheffing’, ‘CITES’, ‘Wet- en
regelgeving’ en klik op ‘Nationaal’. Heeft u nog vragen dan
kunt u contact opnemen met het CITES-bureau. Op de
website van UNEP-WCMC kunt u met de Latijnse naam van uw
dier of plantsoort nagaan onder welke CITES-Bijlage de soort
valt. Klik op 'Animals' (dieren) of 'Plants' (planten). Vink
vervolgens 'Soorten’ aan en klik op ‘Zoeken’. Vul (een deel
van) de Latijnse naam in bij 'Genus' en klik op ‘Display
Details’. Tenslotte ziet u onder het tabblad ‘Legal’ welke
Bijlage van toepassing is. Neem bij twijfel altijd
contact op met het CITES-bureau. Link:
www.unep-wcmc.org/eu/Taxonomy/index.cfm
Contactinformatie , U kunt het CITES-bureau bereiken op
de volgende manieren: Telefoon Voor algemene vragen
kunt u op werkdagen tussen 08.30 en 16.30 uur gratis bellen
met Het LNVLoket: 0800-22 333 22. Vanuit het buitenland:
+31 592 332958. Voor specifieke vragen belt u tussen
14.00 en 16.00 uur. U wordt dan doorverbonden met een
medewerker van het CITESbureau. Post (ook voor het
toesturen van aanvraagformulieren) Dienst Regelingen /
CITES-bureau Postbus 19530 2500 CM Den Haag
U kunt uw fax voor het CITES-bureau faxen naar: 070-37 86
139. Vermeld duidelijk op de fax dat deze bestemd is voor
het CITES-bureau. Het CITES-bureau is ook per e-mail
bereikbaar: cites@minlnv.nl.
top
==================================================//====================================================
Oerles
park 'weigert geen enkele papegaai'
top In een grote vogelkooi zit een groene papegaai. Het dier is
zo dik dat-ie nauwelijks op zijn stokje kan zitten. Gevolg
van een jarenlang liefdevolle, maar ondeskundige verzorging.
In de volgende kooi zit een krijsende roodstaart met een
kale borst. Het dier is na jarenlang eenzaam verblijf in een
kooi zo gefrustreerd geraakt dat hij zichzelf heeft
kaalgeplukt.
Zomaar twee willekeurige dieren die
recent bij het Oerlese papegaaienpark zijn binnengebracht.
De dierenarts moet de vogels nog onderzoeken, maar een leek
kan zien dat ze er niet goed aan toe zijn. "Wij weigeren
niets" , zegt directeur Tonnie van Meegen, "maar je ziet hoe
sommige dieren erbij zitten. Of deze dieren het redden? Ik
weet het niet."
Vrijwel alle papegaaien die
binnenkomen zijn verkeerd gevoerd. Veel eigenaren geven een
mix van noten en zaden. Maar papegaaien zijn net mensen: die
pikken de lekkerste hapjes eruit. Zonnebloempitten,
bijvoorbeeld. En die zijn veel te vet. De noodzakelijke
toevoeging van vers fruit en groente schiet er vaak bij in.
Nog erger is dat de dieren uit misplaatste dierenliefde
allerlei lekkernijen krijgen toegestopt, zoals chocolade of
koekjes. Andere dieren komen ziek binnen. Sommige eigenaren
houden wel heel veel van hun Taco of Pepe, maar als er hoge
rekeningen dreigen van de dierenarts maken ze toch maar
liever een ritje naar Oerle.
Papegaaien zijn geen
huiskamervogels, stelt W. Weinbeck, voorzitter van de
Nederlands-Belgische bond Pakara (Papegaaien, kaketoes,
ara's). "Het zijn en blijven wilde dieren." Veel mensen
kopen een papegaai in een opwelling. De bond waarschuwt
daarvoor. Niet alleen omdat een papegaai heel veel
verzorging nodig heeft, maar ook omdat ze lang meegaan. Hoe
lang? " Met een goede voeding en verzorging kunnen ze
vijftig, misschien zelfs zestig jaar worden, maar de meeste
halen dat niet." Veterinair patholoog dr. G. Dorrestein uit
Vessem, die alle autopsies voor het Oerlese park verricht,
vindt dat te optimistisch. Volgens Dorrestein – niet te
verwarren met de directeur van Blijdorp – is de gemiddelde
leeftijd van papegaai-achtigen hooguit 35 jaar. "Het
verschilt per soort. Een grote ara wordt ouder dan een
Amazone-papegaai, die al met 25 jaar ouderdomsverschijnselen
vertoont. Er zijn er die zeggen dat hun dier zeventig jaar
oud is, maar ik heb dat nog nooit gezien."
Weinbeck
van Pakara noemt de opvang in Oerle 'niet ideaal', maar wel
nuttig. "Het is beter dan niets. Want waar zouden afgedankte
papegaaien dan naartoe moeten?" Medewerkers van het park
hebben deze week de papegaaien handmatig geteld. Daaruit
bleek dat er dieren worden vermist. Bij het NOP zijn vaker
papegaaien gestolen, waaronder de vogel die 'I love you' kon
zeggen.
bron: ed.nl aanmaakdatum: 16-01-2009
top
===============//===============
Muizen en ratten vangen zonder gif
.
top
Klik op plaatje

Afrika. Het op één na grootste tropisch regenwoud ter wereld ligt in
Centraal Afrika. Dit oerbos strekt zich uit over landen als
Kameroen, Gabon en Congo. Onze meest naaste bloedverwanten
wonen hier: de chimpansee, de gorilla en de bonobo
(dwergchimpansee).
 Het Afrikaanse oerbos heeft een oppervlakte van ongeveer 2
miljoen vierkante kilometer; dat is drie maal zo groot als
Frankrijk. De helft hiervan ligt in de Democratische
Republiek Congo.
Het tropisch regenwoud van Afrika is
van grote ecologische waarde; het bos herbergt 270 soorten
zoogdieren, waarvan er 39 alleen in het Afrikaanse regenwoud
voorkomen. Okapi's (verwant aan de giraffe), bosolifanten en
talloze kleurrijke vogels vinden hier onderdak. Daarnaast
zijn er in het bos meer dan 10.000 plantensoorten te vinden,
waarvan er 3.300 nergens anders ter wereld voorkomen.
Er was eens… Ooit was het regenwoud van Afrika één
grote groene deken, die zich uitstrekte van Senegal tot
Ethiopië, en van Zuid-Sudan tot Zimbabwe. Maar de
oorspronkelijke bossen van West-Afrika, Nigeria, Ghana en
Ivoorkust zijn al vrijwel geheel verdwenen, met name door
houtkap, conversie naar landbouwgrond en mijnbouwprojecten.
Het resterende regenwoud wordt letterlijk in stukken
gezaagd door industriële houtkap. Het woud wordt geplunderd
voor boomsoorten zoals Afrormosia en Wengé, die veel geld
opleveren. De bewoners van het bos krijgen nauwelijks
vergoeding voor exploitatie van hun grond of worden grofweg
geïntimideerd. Sommige houtsoorten zijn inmiddels met
uitsterven bedreigd.
Europa is grootgebruiker De
Europese markt is één van de grootste afnemers van Afrikaans
hout. De meeste houtkapconcessies in Afrika zijn in handen
van grote Europese houthandelaren, waaronder ook Nederlandse
bedrijven.
Meer informatie
http://www.greenpeace.nl/campaigns/oerbossen-2

top

|